Alleen op de wereld, de wilsuiting

Een post door gastbloggers Cornelis en Feltkamp over ontwerp Boek 1 NBW

Boek 1 Nieuw Burgerlijk Wetboek (algemeen deel): zoektocht naar oplossingen voor een privaatrecht op maat van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen (afl. 5 Alleen op de wereld, de wilsuiting)

1. Artikel 1.4 is aan de wilsuiting gewijd. Het eerste lid van dit artikel beperkt zich tot de beschrijving van de vorm van de wilsuiting[1]. Het tweede lid verduidelijkt voor het overige dat een wilsuiting mededelingsplichtig is wanneer zij een bepaalde persoon moet bereiken om uitwerking te hebben. Er wordt aan toegevoegd dat zij kan worden ingetrokken zolang zij de bestemmeling niet heeft bereikt.

2. De geldigheidsvoorwaarden van een rechtshandeling. De toelichting verduidelijkt dat deze bepaling “nog enkele preciseringen geeft over de wilsuiting bedoeld in het artikel 1.3[2].

Vermits artikel 1.3 de rechtshandeling betreft en Boek 1 niet ingaat op de rechtsfeiten, kan worden vermoed dat artikel 1.4 betrekking heeft op de wilsuiting in het kader van de rechtshandeling.

Opmerkelijk is dat artikel 1.4. een centrale en cruciale plaats geeft aan de wilsuiting, zonder aan te geven waaruit de wilsuiting bestaat en zonder te bepalen wanneer de wilsuiting naar inhoud geldig is. In artikel 1.3 worden de vereisten van een geoorloofd voorwerp en een geoorloofde oorzaak vermeld, maar aan andere geldigheidsvoorwaarden besteedt artikel 1.4 niet de minste aandacht, zoals in de vorige aflevering uiteengezet.

Wat onder een voorwerp of oorzaak te begrijpen valt, is in artikel 1.3 niet beschreven. In Boek 1 wordt dus niet ingegaan op die en op de andere geldigheidsvereisten van de rechtshandeling. Het voorgestelde artikel 1.4 wekt zo de indruk dat de wilsuiting de enige voorwaarde is waaraan een rechtshandeling moet voldoen. De lezer moet in de toelichting duiken om daaruit begrijpen dat er nog andere voorwaarden zijn en dat de verschillende geldigheidsvoorwaarden “voor het overige” “bevestigd en gepreciseerd” worden in de volgende Boeken.[3] Waarom besteedt Boek 1 enkel aandacht aan de wilsuiting en vallen de overige geldigheidsvoorwaarden van de rechtshandeling uit de boot? Door slechts de wilsuiting te behandelen,[4] komt het voorgestelde Boek 1 tekort aan de toegankelijkheid en de preciesheid die van de wet worden verwacht[5]. Dat uit de toelichting blijkt dat het zaak is uitdrukkelijk te wijzen op de “fundamentele” vereisten inzake geoorloofd voorwerp en geoorloofde oorzaak, wekt verder de indruk dat de andere geldigheidsvoorwaarden slechts een ondergeschikte rol spelen. Bij wijze van verdere uitleg wordt verwezen naar de geldigheidsvoorwaarden van Boek 5 (Verbintenissen) en in het bijzonder het vereiste voor contracten van een geoorloofd voorwerp en een geoorloofde oorzaak. Zoals aangetoond in aflevering 4.c zijn de desbetreffende bepalingen niet naar alle rechtshandelingen (i.h.b. de eenzijdige en collectieve rechtshandelingen) overzetbaar[6].

In tegenstelling tot wat de opstellers lijken aan te nemen[7], komt de wilsuiting niet zonder meer overeen met de toestemming zodat zij er niet impliciet uit kan blijken en wordt de bekwaamheid niet impliciet door artikel 1.3 behandeld. Er kan overigens niet redelijk[8] worden verantwoord dat in Boek 1 enkel de wilsuiting als geldigheidsvoorwaarde van de rechtshandeling wordt behandeld.

3. De vrije wil. Niet om het even welke wilsuiting komt als geldigheidsvoorwaarde van de rechtshandeling in aanmerking, ook niet wanneer ze de bedoeling tot uitdrukking brengt om rechtsgevolgen te doen ontstaan. Niet de wilsuiting, maar de onderliggende vrije en rechtsgeldige wil is de geldigheidsvoorwaarde. Zoals bij overeenkomsten het geval kan zijn, kunnen eenzijdige en collectieve rechtshandelingen berusten op een wilsuiting, met de bedoeling om rechtsgevolgen in het leven te roepen, maar kan die wilsuiting aangetast zijn door een wilsgebrek of kan die rechtshandeling uitgaan van een (rechts- of handelings-)onbekwaam persoon. Uit artikel 1.4 zou derhalve moeten blijken dat de wilsuiting berust op een vrije en rechtsgeldige wil (i.e. een wil die niet is aangetast door een wilsgebrek en uitgaat van een (rechts- of handelings-)bekwaam persoon), wat momenteel ontbreekt.

4. De mededelingsplicht. Het voorgestelde tweede lid van artikel 1.4 en de bijhorende toelichting worden leesbaarder, zo ze als volgt kunnen worden geïnterpreteerd.

Er zijn – volgens het voorstel – rechtshandelingen die mededelingsplichtig zijn en er zijn rechtshandelingen die niet mededelingsplichtig zijn. Tot de laatstgenoemde soort behoren volgens ons bijv. een publiek aanbod[9], het besluit van een orgaan van een rechtspersoon, …

Volgens artikel 1.4 is de rechtshandeling mededelingsplichtig wanneer zij een bepaalde persoon moet bereiken om uitwerking te hebben. De toelichting parafraseert: om uitwerking te hebben ten opzichte van de persoon tot wie zij is gericht, moet de mededeling de bestemmeling hebben bereikt (waarbij het voorbeeld van een aanbod en een opzegging worden gegeven).[10]

Hieruit blijkt dat een rechtshandeling pas mededelingsplichtig is wanneer zij een welbepaalde persoon moet bereiken om uitwerking te hebben.

Wie beslist evenwel of een rechtshandeling een bepaalde persoon moet bereiken om uitwerking te hebben: de wetgever, de rechter, de persoon waarvan de rechtshandeling uitgaat? Eén van hen of kunnen zij dat alle drie? Het voorstel geeft daarop geen antwoord.

Het lijkt aangewezen die macht aan de wetgever voor te behouden en aan de initiatiefnemer (m/v/x) mits aan een aantal door de wetgever bepaalde voorwaarden is voldaan.

De mededelingsplicht strekt er kennelijk toe om de bestemmeling te verwittigen en derhalve te beschermen, zoals ook de kennisgeving en de kennisneming, die in artikel 1.5 aan bod komen, betrachten.

Het is daarom verantwoord de mededelingsplicht voor te schrijven zodra de rechtshandeling ertoe strekt rechtsgevolgen in het leven te roepen ten nadele van een (bepaalde) persoon, die, precies daarom, van de rechtshandeling op de hoogte moet worden gebracht. Die omschrijving definieert de mededelingpslichtige rechtshandelingen en moet derhalve uit artikel 1.4 blijken.

Evenwel moet ook rekening worden gehouden, wat in het voorstel niet gebeurt, met de mogelijkheid dat de bestemmeling kennis van de rechtshandeling heeft gekregen zonder voorgaande mededeling. De bewijslast daarvan zal op de initiatiefnemer rusten, maar de effectieve kennis van de bestemmeling moet volstaan om uitwerking aan de rechtshandeling te geven, om de bestemmeling bij de les te houden en te vermijden dat hij (m/v/x) zich te kwader trouw gedraagt.

Uit het voorgaande volgt dat de initiatiefnemer enkel een bijkomende mededelingsplicht in het leven kan roepen wanneer de rechtshandeling slechts rechtsgevolgen ten gunste van de bestemmeling in het leven roept, zoals bij de afstand van recht (artikel 1.12) gebeurt. Door dergelijke rechtshandeling van een mededeling afhankelijk te maken worden de rechtsgevolgen tot dat latere tijdstip uitgesteld.

Dat alles komt erop neer dat rechtshandelingen die ertoe strekken ten nadele van een welbepaalde persoon rechtsgevolgen in het leven te roepen, mededelingsplichtig zijn en slechts rechtsgevolgen kunnen hebben vanaf de mededeling onder voorbehoud van de kennisneming (artikel 1.5) en onder voorbehoud van eerdere effectieve kennis van de rechtshandeling door de bestemmeling.

Rechtshandelingen die enkel rechtsgevolgen doen ontstaan ten gunste van een andere (al dan niet bepaalde) persoon zijn niet mededelingsplichtig. Zij hebben meteen rechtsgevolgen voor de initiatiefnemer, tenzij hij (m/v/x) het ontstaan van de rechtsgevolgen tot de mededeling aan of de effectieve kennisname door de bestemmeling heeft uitgesteld.

5. De intrekbaarheid van de wilsuiting. Uitgaande van de, in het voorstel nog nader te omschrijven, mededelingsplicht, kan de wilsuiting, volgens artikel 1.4 worden ingetrokken zolang zij de bestemmeling niet heeft bereikt. Omdat deze bepaling aansluit bij de bepaling inzake de mededelingsplicht, is aan te nemen dat zij enkel betrekking heeft op de mededelingsplichtige rechtshandeling. Daardoor ontstaat de onterechte indruk dat rechtshandelingen die niet mededelingsplichtig zijn, zonder meer, en op elk tijdstip intrekbaar zouden zijn. Vermits dat niet het geval is, moet het voorstel ook op dat punt worden aangepast.

Er wordt verder geen rekening gehouden met het feit dat de intrekking ook een rechtshandeling is, die mededelingsplichtig kan zijn en die – om nuttig gevolg te hebben – ter kennis van de bestemmeling moet zijn gebracht vooraleer de oorspronkelijke wilsuiting de bestemmeling bereikt. Het is nochtans voorspelbaar dat de intrekking met de voorgestelde tekst een bron van betwistingen wordt.

Meer in het algemeen, rijst de vraag of de derde, die rechtmatig mag vertrouwen op de schijn van een “wilsuiting” of “rechtshandeling” door de mededelingsplicht van artikel 1.4 niet ongelijk wordt behandeld in het licht van artikel 1.8, § 5 waardoor een persoon wordt beschermd die rechtmatig mocht vertrouwen op de schijn van bevoegdheid die de vertegenwoordigde uit vrije wil liet ontstaan of voortbestaan. Er lijkt geen redelijke verantwoording voor dat verschil in behandeling te bestaan.

In een reeks bijdragen onderzoeken Prof. L. Cornelis en Prof. R. Feltkamp de bepalingen van het voorgestelde Boek I Nieuw Burgerlijk Wetboek.

Prof. Em. L. Cornelis
Hoogleraar emeritus Verbintenissenrecht en advocaat
Prof. R. Feltkamp
Docent VUB Financieel- en economische recht
Selected topics law of obligations and contract law (Vakgroep PREC / BuCo)
advocaat


[1]          “De wilsuiting is uitdrukkelijk of stilzwijgend”; in de toelichting wordt vermeld dat de kennisgeving om het even welke vorm kan aannemen met verwijzing naar “mondeling, schriftelijk, gedraging”. Memorie van toelichting, Wetsvoorstel Boek I BW, Parl. St. Kamer 2020-2021, 55-1805/001-033, p. 13.

[2]          Memorie van toelichting, Wetsvoorstel Boek I BW, Parl. St. Kamer 2020-2021, 55-1805/001-033, p. 13.

[3]          In de toelichting bij artikel 1.3 vermelden de opstellers: “zodoende brengt de tekst twee fundamentele vereisten voor de geldigheid van de rechtshandelingen naar voren (toegevoegd: daarmee wordt verwezen naar het geoorloofd voorwerp en de geoorloofde oorzaak waarnaar in de paragraaf die de hier geciteerde paragraaf voorafgaat, wordt verwezen). In werkelijkheid zijn de twee vereisten niet de enige. Aldus veronderstelt elke rechtshandeling ook toestemming (hetgeen impliciet blijkt uit het begrip wilsuiting, bedoeld in het eerste lid) en bekwaamheid (wat impliciet blijkt uit artikel 1.3). Het was evenwel zaak om nadrukkelijk te wijzen op de – fundamentele – vereisten van een geoorloofde voorwerp en een geoorloofde oorzaak. De verschillende geldigheidsvereisten van de rechtshandeling worden voor het overige bevestigd en gepreciseerd in de volgende boeken van het Burgerlijk Wetboek. Zo worden, voor wat contracten betreft, de geldigheidsvereisten geregeld in de artikelen 5.27 en volgende van het ontwerp nieuw Burgerlijk Wetboek”. Memorie van toelichting, Wetsvoorstel Boek I BW, Parl. St. Kamer 2020-2021, 55-1805/001-033, p. 11.

[4]          In het enkele kader van de rechtshandeling

[5]          Zie o.m. EHRM 15 oktober 2017, Kudrevicius/Litouwen, §§ 110-116.

[6]          Zie hiervoor aflevering 4.c randnummer 10.

[7]          Zie hiervoor aflevering 4.C, voetnoot 26.

[8]          Redelijk in de betekenis die het Grondwettelijk Hof daaraan geeft (zie infra).

[9]          Een publiek aanbod vereist geen individuele kennisgeving. Het volstaat dat van dit aanbod kennis kan worden genomen opdat het rechtsgevolgen heeft. Zie o.m. I. Claeys en T. Tanghe, Algemeen contractenrecht. Handboek voor nu en straks, Antwerpen, Intersentia, 2021,

[10]       Memorie van toelichting, Wetsvoorstel Boek I BW, Parl. St. Kamer 2020-2021, 55-1805/001-033, p. 13.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s