The Proposed Digital Markets Act’s Effect On Free Internet Services

On 15 December 2020, the European Commission (“Commission”) proposed the “Digital Services Package”. This package comprises proposals for two directly effective regulations, namely the (1) Digital Services Act (“DSA”) and (2) the Digital Markets Act (“DMA”).[1] The objective of these regulations is to create a “digital safe space” and “fair online competition” in the EU.

Due to its far-reaching terms, the DMA would likely require changes to the business models of big tech. Mandatory ‘big tech benevolence’ may well benefit “business users”, i.e. people or companies that use platforms to provide goods or services to internet users. Because, as economist Milton Friedman famously stated “there is no such thing as a free lunch,” however, changes in big tech’s business models prompted by the DMA might also affect free internet services.

This blog post presents a preliminary analysis of the DMA’s possible consequences for ‘the internet as we know it,’ i.e., for ‘big tech’, smaller internet-based competitors, and European users. The analysis is based on the DMA as it was proposed by the Commission on 15 December 2020; the scope and content of the DMA could still be amended during the legislative process. In the first part, the main prohibitions, obligations and rights set forth in the DMA, and the revenue impacts thereof for ‘big tech,’ are analyzed. The DMA’s possible consequences for smaller players and European consumers are discussed in part two. In the third part, the concept of ‘data as currency’ is clarified. The final part lays out the conclusions.

Continue reading “The Proposed Digital Markets Act’s Effect On Free Internet Services”

Alleen op de wereld, de wilsuiting

Een post door gastbloggers Cornelis en Feltkamp over ontwerp Boek 1 NBW

Boek 1 Nieuw Burgerlijk Wetboek (algemeen deel): zoektocht naar oplossingen voor een privaatrecht op maat van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen (afl. 5 Alleen op de wereld, de wilsuiting)

1. Artikel 1.4 is aan de wilsuiting gewijd. Het eerste lid van dit artikel beperkt zich tot de beschrijving van de vorm van de wilsuiting[1]. Het tweede lid verduidelijkt voor het overige dat een wilsuiting mededelingsplichtig is wanneer zij een bepaalde persoon moet bereiken om uitwerking te hebben. Er wordt aan toegevoegd dat zij kan worden ingetrokken zolang zij de bestemmeling niet heeft bereikt.

2. De geldigheidsvoorwaarden van een rechtshandeling. De toelichting verduidelijkt dat deze bepaling “nog enkele preciseringen geeft over de wilsuiting bedoeld in het artikel 1.3[2].

Continue reading “Alleen op de wereld, de wilsuiting”

Samengestelde RFR’s en kapitalisatie van interesten naar Belgisch recht

Een post door gastbloggers Eric Blomme en Cécile Odeurs (Baker McKenzie, Brussel)

Het einde van de LIBOR referentie-interestvoet en de vervanging ervan door risicovrije rentetarieven (RFR’s) is reeds meerdere jaren aangekondigd. Hoewel EURIBOR voorlopig blijft voortbestaan, zal dit verhaal ook in de Belgische kredietpraktijk zijn weerslag vinden. Zo zullen bijvoorbeeld kredieten die opneembaar zijn in Amerikaanse dollar en/of pond sterling moeten worden vergoed op basis van de relevante RFR (bvb. SOFR, SONIA) in plaats van LIBOR.

Deze omschakeling zal een niet te onderschatten impact hebben op de dagelijkse kredietpraktijk, en geeft aanleiding tot bijzonder complexe vragen en moeilijkheden. De meeste van deze problemen stellen zich op identieke wijze in België als in een internationale context.  Er kan dus verwezen worden naar de uitgebreide analyses die hieromtrent zijn gemaakt door bijvoorbeeld de Loan Market Association (LMA).

Dit artikel beperkt zich dan ook tot één specifiek aandachtspunt dat zich slechts in een beperkt aantal landen stelt, met name wettelijke beperkingen op de kapitalisatie van interesten (anatocisme).  Is de “samengestelde RFR” (compounded RFR) verenigbaar met zulke wettelijke beperkingen?

Continue reading “Samengestelde RFR’s en kapitalisatie van interesten naar Belgisch recht”

Van geen kwaad bewust?

Een post door gastbloggers
Prof. Em. L. Cornelis en Prof. R. Feltkamp (VUB)

Boek 1 Nieuw Burgerlijk Wetboek (algemeen deel): zoektocht naar oplossingen voor een privaatrecht op maat van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen (pilot – afl. 1: Van geen kwaad bewust?)

1. De beste stuurlui staan aan wal. In een recente opinie in de Tijd (gevolgd door een artikel in de Juristenkrant[1]) hebben de auteurs van deze bijdrage de boute stelling verdedigd dat er geen duurzame toekomst voorligt met verouderde juridische recepten. Deze recepten betreffen het op 24 februari 2021 in de Kamer[2] ingediende wetsvoorstel houdende Boek 1 “Algemene bepalingen” van het Burgerlijk Wetboek (“BW”) (hierna “Boek I”). [3] Het risico met zo een stelling is het deksel op de neus te krijgen.

De plaats ontbrak in de opinie om over te gaan tot een uitgebreidere onderbouwing. Wie op ’t water is moet echter varen. Met deze bijdrage komen wij dan ook graag met onze verdere analyse van wal. 

Continue reading “Van geen kwaad bewust?”

Recht en crisis: voordrachten van François Ost en Paul Verhaeghe

In het laatste nummer van jaargang 2020 van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht stond de relatie tussen recht en crisis centraal. N.a.v. de publicatie van dit nummer werden de professoren François Ost en Paul Verhaeghe uitgenodigd om hun visie op de impact van de coronacrisis met de leden (en sympathisanten) van het TBH te delen. Wie er niet bij kon zijn, kan de voordrachten hier herbekijken (waarschuwing: geen Netflix-kwaliteit).

Heeft de berg een muis gebaard? Plessers komt thuis

Op deze blog is regelmatig verslag gedaan over de Plessers-saga (zie o.a. hier, hier en hier). Het voorlopige eindpunt van deze saga kan hier dan ook niet onvermeld blijven. Op 24 maart 2021 werd de Belgische Staat aansprakelijk gesteld voor de foutieve omzetting van Richtlijn 2001/23/EG. Een samenvatting van het arrest is hier te vinden. Het arrest zelf kan hier worden geconsulteerd.

In het arrest Plessers oordeelde het Europees Hof van Justitie als volgt:

Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, met name de artikelen 3 tot en met 5, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling, die in geval van overdracht van een onderneming in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag, welke procedure wordt gevoerd met het oog op het behoud van het geheel of een gedeelte van de vervreemder of van zijn activiteiten, bepaalt dat de verkrijger het recht heeft om te kiezen welke werknemers hij wil overnemen.

De vaststelling van een fout in hoofde van de Belgische Staat bij de omzetting van Richtlijn 2001/23/EG stond hiermee in de sterren geschreven (niettegenstaande de gefundeerde kritiek in de rechtsleer op de redenering van het Hof van Justitie, kritiek waar het Arbeidshof al bij al weinig mee heeft gedaan).

So far, so good voor mevrouw Plessers. In de aansprakelijkheidsredenering is de vaststelling van een fout echter slechts het beginpunt, niet het eindpunt. De volgende stappen zijn schade en causaal verband. Daar begint het schoentje te knellen.

Mevrouw Plessers zag de zaken als volgt:

In het voorliggende geval zou volgens mevrouw P het rechtmatig alternatief erin hebben bestaan dat de overnemer, de NV Prefaco, verplicht was alle werknemers over te nemen. Zij stelt dat de NV Prefaco zonder de schending van de richtlijn haar werkgever zou zijn geworden en de weigering van de NV Prefaco om haar verder te werk te stellen aanleiding zou hebben gegeven tot de uitbetaling van een opzeggingsvergoeding door deze laatste.

In deze redenering wordt zij niet gevolgd door het Arbeidshof. Uit het arrest van het Hof van Justitie leidt het Arbeidshof volgend rechtmatig alternatief af:

Mevrouw P zal derhalve moeten aantonen dat in de veronderstelling dat een richtlijnconforme regeling zou uitgewerkt geweest zijn zonder volledige overnameverplichting maar met voldoende waarborgen, de NV Prefaco haar toch had moeten overnemen omdat er geen economische, technische of organisatorische redenen voor handen zijn die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen en die geen intrinsiek verband houden met de overgang.

In deze bewijslast faalt mevrouw Plessers:

Het arbeidshof kan alleen maar vaststellen dat mevrouw P niet het minste bewijs levert van het feit dat zij, indien de Belgische procedure voldoende waarborgen zou hebben bevat om preventief na te gaan of de NV Prefaco het ontslag of de niet-overname steunde op technische, economische of organisatorische redenen, die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen en die geen intrinsiek verband houden met de overgang, wel overgenomen zou zijn geweest.

Niet alles is echter verloren voor mevrouw Plessers. In ondergeschikte orde vorderde zij schadevergoeding voor het verlies van een kans. Deze schade (door het Arbeidshof ge(her)kwalificeerd als het verlies van de kans om bij de overnemer tewerkgesteld te worden) wordt wel weerhouden door het Hof, maar gelet op de feiten van het dossier zeer onwaarschijnlijk en laag ingeschat. Een veroordeling ex aequo et bono van de Belgische Staat ten belope van EUR 1000 is het resultaat. De berg heeft een muis gebaard.

Belangrijker dan de concrete uitkomst van dit dossier, zijn de wetgevende implicaties ervan. Het arrest Plessers heeft (te) lange tijd als donderwolk boven de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag gehangen. Het arrest van het Hof van Justitie en het arrest van het Arbeidshof bieden een duidelijk pad om deze donderwolk te verdrijven. Deze uitweg is de wettelijke bevestiging van het rechtmatig alternatief, namelijk een procedure die garanties “inhoudt ter bescherming van de werknemers tegen een ongerechtvaardigd ontslag, omdat op de verkrijger niet de verplichting rust om aan te tonen dat de ontslagen in het kader van de overgang te wijten zijn aan technische, economische of organisatorische redenen”.

Goede nieuws: een dergelijk voorstel is reeds voorhanden in het wetsvoorstel houdende diverse wijzigingen inzake insolventie van ondernemingen, ingediend door Koen Geens (in het bijzonder art. 6 van dit wetsvoorstel).

Belgium introduces pre-pack reorganisation

A post by guest bloggers Eric Blomme and Cécile Odeurs (Baker McKenzie)

The COVID-19 pandemic has put the rescue of struggling but viable businesses front of the agenda.  The initial response of the Belgian government and legislator was a moratorium on enforcement measures and bankruptcy petitions.  Such moratorium can however not be a structural solution in the long term, and expired on 31 January 2021.

The attention then shifted to the improvement of the existing legal framework.  Fortunately, Belgium already benefits from a pre-bankruptcy moratorium procedure designed to rescue struggling businesses (the “judicial reorganisation”).  Although this procedure is well designed, it does suffer one key drawback: its public nature.  In light of cultural and other factors, the opening of such public procedure often leads to a loss of confidence from suppliers and customers and triggers further loss of value.

In this context, on 11 March 2021, the Belgian Chamber of Representatives approved a law modifying the Belgian insolvency code (the “Pre-Pack Law“).  The Pre-Pack Law will shortly be published in the Belgian State Gazette and enter into effect.  The Pre-Pack Law will introduce, among other measures, a non-public pre-pack reorganisation.  The key features of this pre-pack reorganisation are as follows:

Continue reading “Belgium introduces pre-pack reorganisation”

The new prudential framework for investment firms – More fit for purpose?

A post by guest bloggers Ivan Peeters, Charles-Henri Bernard and Leopoldo Luyten de Alvear

1. Investment firms play a key role in modern financial markets and in advising professional and retail clients. In particular they assist in matching investors and funds to be invested with investment opportunities and funding needs. The current market situation combines a structural low interest rate environment on the one hand and an expected surge of projects that need funding or equity. Such surge will not in the least be driven by ESG (environmental sustainability targets in particular) and by the efforts to re-open the economies in Western Europe.

2. In December 2019, the EU Parliament approved the new prudential framework for investment firms in the Investment Firm Directive (“IFD”) [1] and Investment Firm Regulation (“IFR”)[2] to be implemented in the European Union (“EU”) by 26 June 2021. This represents a significant reform in the EU regulatory framework and will have a material impact on most investment firms. In the Belgian regulatory landscape, investment firms are either stockbroking firms (sociétés de bourse / beursvennootschappen) or portfolio management companies(société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement / vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies). Continue reading “The new prudential framework for investment firms – More fit for purpose?”

Green disclosure rules for the financial services sector become applicable in the EU

A post by guest blogger Arnaud Van Caenegem (KU Leuven)

Financial services providers can no longer communicate at will about sustainability now certain provisions of the Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR)[1] have become applicable as of 10 March 2021. The SFDR imposes harmonized disclosure obligations on financial services providers to ensure that the sustainability features of their financial products can be better compared by investors. Up until now, sustainability disclosures have often been limited to vague, unsubstantiated and sometimes misleading marketing rhetoric.[2] This blogpost will discuss the transparency obligations of the SFDR that become applicable on 10 March 2021. Continue reading “Green disclosure rules for the financial services sector become applicable in the EU”

Crypto-assets: regulators and regulations trying to catch up with innovation without stifling it?

A post by guest bloggers Ivan Peeters, Philip Van Steenwinkel and Frederik Stappers

1. Over the past few years crypto-assets have garnered significant attention from the media, financial analysts, governments, regulatory institutions and investors. However, this year interest in crypto-assets has skyrocketed. With big investments of corporates, investment funds and millions already being raised by Initial Coin Offerings, it shows that crypto-assets are maturing and here to stay. In this post we provide some considerations in relation to the legal and regulatory characterisation and regulatory treatment of token offerings and the most common crypto-assets. Continue reading “Crypto-assets: regulators and regulations trying to catch up with innovation without stifling it?”

VRG-alumnidag (KU Leuven): een ‘corporate finance’-graai in het aanbod

Vrijdag 12 maart 2021

Op vrijdag 12 maart 2021 organiseert VRG Alumni op de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de 27ste alumnidag. De dag gaat online door aan aangepaste tarieven. Het volledige programma en een inschrijvingsformulier vindt u hier. Lezers van deze blog zullen in het veel ruimere aanbod misschien in het bijzonder geïnteresseerd zijn in:

Invoering van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen, Fiscale stand van zaken “inbreng van arbeid”, Evoluties op het vlak van de successieplanning (kaasroute, duolegaat,…) door prof. Axel HAELTERMAN, Instituut voor Fiscaal Recht KU Leuven, advocaat

Actuele ontwikkelingen inzake koop door prof. Bernard TILLEMAN, Instituut voor Contractenrecht KU Leuven en drs. Frederik VAN DEN ABEELE, Instituut voor Contractenrecht KU Leuven

Schuldeiserbescherming bij vennootschappen: wettelijke specialiteit, vennootschapsbelang, actio pauliana, door prof. Joeri VANANROYE, Instituut voor Handels- en Insolventierecht KU Leuven, advocaat en dr. Gillis LINDEMANS , Instituut voor Handels- en Insolventierecht KU Leuven, advocaat

Alternatieven voor het proces van federale regeringsvorming door prof. Koen GEENS, Jan Ronse Instituut voor Vennootschaps- en Financieel recht KU Leuven.

Aandelen in het nieuwe familiaal vermogensrecht door prof. Johan DU MONGH, rector Roger Dillemans Instituut voor Familiaal Vermogensrecht KU Leuven

De sanctieregeling in het Gerechtelijk Wetboek door prof. Benoît ALLEMEERSCH, Leuven Centre for Public Law Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven, advocaat

Onderwijs & Corona: in dialoog met de decaan door prof. Wouter DEVROE, decaan Faculteit Rechtsgeleerdheid KU Leuven.

Inschrijven kan hier.

Webinar ‘WVV vraagstukken’ over schuldeisersbescherming bij uitkeringen, vereffening en intragroepsverrichtingen

Een aantal recente fundamentele wijzigingen in het ondernemingsrecht beogen flexibilisering maar brengen tegelijk de bescherming van de schuldeiser mogelijk in het gedrang. De vraag stelt zich in welke mate de vennootschapsschuldeiser nog bescherming vindt onder het WVV, en welke instrumenten ter beschikking zijn van de schuldeiser.

In een webinar van KMO Campus op 18 maart 2021 onderzoeken professor Joeri Vananroye en dr. Gillis Lindemans, beide advocaat bij Quinz, de mogelijkheden en uitdagingen voor schuldeisers onder het WVV.

De docenten bespreken de algemene principes en passen dit toe op uitkeringen, de vereffening en verrichtingen binnen een vennootschapsgroep en met andere insiders.

Onder meer komen de volgense onderwerpen aan bod:

  • Vennootschapsbelang, wettelijke specialiteit en pauliana als instrument van schuldeisersbescherming
  • Toepassing: Openlijke en verkapte uitkeringen
  • Toepassing: Vereffening
  • Toepassing: Intragroepsverrichtingen en andere verrichtingen met insiders

Continue reading “Webinar ‘WVV vraagstukken’ over schuldeisersbescherming bij uitkeringen, vereffening en intragroepsverrichtingen”

Looking ahead for likely changes to the EU legislation on Alternative Investment Fund Management

A post by guest bloggers Ivan Peeters and Charles-Henri Bernard

1. Investment funds play a key role in modern financial markets to give investors access to investments with the benefit of different layers of structural and regulatory protections. A large and efficient market for investment funds also serves to help sponsors of projects to get access to the large amounts of value that today’s investors seek to invest. This will in particular also apply for the exponentially growing need to invest in sustainable, forward looking projects.

2.  Against this background, the European legislation has created a financial regulation framework for (a) the authorisation and supervision of alternative investment fund managers (AIFMs), (b) the oversight of AIFMs’ activities and services, in their home country as well as in other EU jurisdictions, and (c) the marketing of alternative investment funds (AIFs) (i.e. the distribution of securities issued by AIFs). AIFs are investment funds that are not regulated at EU level by the long established UCITS Directive[1], meaning they are not regulated at “product level” (structure, securities …). Only their management is regulated. AIFs include hedge funds, private equity funds, real estate funds, investment trusts, infrastructure funds and a wide range of other types of investment funds.

3. The key piece of legislation is the Directive 2011/61/EU of the European Parliament and of the Council of 8 June 2011 on Alternative Investment Fund Managers (the AIFMD). It entered into application on 22 July 2013. Continue reading “Looking ahead for likely changes to the EU legislation on Alternative Investment Fund Management”

Launch of the European Insolvency and Restructuring Journal

Recently, the European Insolvency and Restructuring Journal has been launched. In the words of its founders the “European Insolvency and Restructuring Journal is a fully open access and double-blind peer reviewed journal focused on the development of insolvency and restructuring laws and practice in Europe.”

The journal will feature academic articles, practitioners articles and case notes, all fully accessible. The launch of the journal coincides with important developments in European and national insolvency law(s). One to bookmark. From one blog to another: best of luck and ad multos annos.

Delinquent mortgage loans: the EU is working hard to promote solutions for dealing effectively and responsibly with NPLs – Our Belgian supervisory approach needs a change of direction.

A post by guest bloggers Ivan Peeters and Charles-Henri Bernard

1. Under the Belgian regulation on residential mortgage credit (the “ML Regulation”)[1], any individual or legal entity willing to own and hold receivables arising from residential mortgage loans, either by originating such loans or by purchasing mortgage loan receivables, must be authorised as a mortgage lender (“kredietgever inzake hypothecair krediet” / “prêteurs en crédit hypothécaire”). This authorisation shall be requested to, and granted by, the Belgian Financial Services and Markets Authority (the “FSMA”).

2. However, certain derogations from the normal authorisation conditions are available for two special categories of entities:

a) entities that only manage and recover mortgage loans; and

b) certain special types of purchasers of mortgage credit receivables, in particular securitisation vehicles and mobilisation institutions more generally.

These derogations were introduced in the ML Regulation in 2017, when existing mortgage credit lenders and existing mobilisation institutions were required to seek an updated licence (the “2017 Update”).

3. But what about sales of delinquent or defaulted residential mortgage loans. How does this fit within the ML Regulation and, more broadly, within the Belgian regulatory framework? Continue reading “Delinquent mortgage loans: the EU is working hard to promote solutions for dealing effectively and responsibly with NPLs – Our Belgian supervisory approach needs a change of direction.”