Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland

Gisteren promoveerde Frans Overkleeft aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met een proefschrift over de positie van aandeelhouders in beurgesnoteerde vennootschappen.

Corporate governance in Nederland was zelden zo actueel. Deze blog berichtte nog maar net over het aandeelhoudersactivisme gericht tegen Akzo Nobel, nadat het een buitenlands bod afwees. Ook Unilever en PostNL schermden recent met buitenlandse kapers. Hierop ontstond een interessant politiek debat over hoe Nederlandse beursvennootschappen beter beschermd kunnen worden tegen ongewenste overnames.

Op een beter tijdstip kon het proefschrift van Frans Overkleeft niet verschijnen. In een even uitgebreide als grondige studie analyseert hij de positie van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen in Nederland. Zijn onderzoek naar de wisselwerking tussen wetten, rechtspraak en feiten in deze context, plaatst de recente evoluties in een interessant perspectief.

Continue reading “Tussenbalans van een continue evenwichtsoefening: nieuw proefschrift over aandeelhoudersrechten in Nederland”

Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering

Corporate/Bankruptcy governance

In een aantal eerdere blogposten (zie hier en hier) werd reeds kort aangestipt dat de remuneratie van de curator invloed heeft op bankruptcy governance, en i.h.b. op het gedrag van de curator m.b.t. het instellen van bestuursaansprakelijkheidsvorderingen. De remuneratie zou moeten werken als een wortel die de belangen van de curator gelijkschakelt met die van zijn principaal, i.e. de gezamenlijke schuldeisers in de boedel. Helaas faalt het huidig Belgisch recht daarin (zie daarover F. DE LEO en D. CARDINAELS, “Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel? Over het prikkelend karakter van de remuneratie van de curator”, NjW 2017, te verschijnen).

In deze post wens ik kort in te gaan op een gelijkaardige situatie tijdens het leven van de onderneming: de invloed van de verloning van de advocaat op corporate governance, en i.h.b. op de actio mandati en minderheidsvordering (zie hierover de korte paragraaf in A. FRANCOIS, K. BYTTEBIER, K. FASTENAEKELS, T. VAN DE GEHUCHTE en L. VANDENBEMPT, “Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling” in K. BYTTEBIER, A. FRANCOIS, E. JANSSENS, T. VAN DE GEHUCHTE (eds.), Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, (1) 85). Net zoals de curator de agent is van de gezamenlijke schuldeisers in de boedel als principaal (de residual risk bearers), is de advocaat de agent van de vennootschap, en – indien we aannemen dat het doel van het vennootschapsrecht winstmaximalisatie is voor de aandeelhouders – finaal van de gezamenlijke aandeelhouders (eveneens de residual risk bearers).

De verloning van de curator wordt niet bepaald door de schuldeisers als principaal, maar wel door het KB van 10 augustus 1998. Continue reading “Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering”

The principal-cost theory: a revolution in the debate on corporate law and governance?

Zohar Goshen and Richard Squire develop a new model for corporate governance in the Columbia Law Review

In a recently published papaer (here and here), commented on the Oxford Business Law Blog, a new theory of corporate governance is offered, referred to as the principal-cost theory. The theory challenges the theoretical foundations of the traditional agency-cost theory, in particular their one-size-fits-all policy recommendations.

The authors claim that the principal-cost theory demonstrates that the governance structure reducing control costs varies by firm. Lawmakers therefore should avoid one-size-fits all solutions. Rather they should seek to grow the menu of governance-structure. Accordingly, each firm could establish a governance mechanism adapted to its specific needs.

Does that mean that the agency-cost theory should be neglected from now on? Not necessarily. According to the authors, agent costs and principal costs are two sides of the same coin:

Any reallocation of control rights between shareholders and managers decreases one type of bust, but will  increase the other,  The rate of substitution is firm-specific, driven by factors such as business strategy, industry, and the personal characteristics of the key parties.”

Only time will tell whether this theory of principal costs marks the end of an era dominated by a uniform  theory of “good” corporate governance.

 

Roel Verheyden

Hit me baby one more time: does ‘ne bis in idem’ apply when company and representative are sanctioned for same offence?

ECJ judgement of April 5th 2017

Two Italian companies did not pay their VAT debt which amounted to over a million euro. In addition to a tax penalty for the companies, their legal representatives were prosecuted in their personal capacity on the ground that they failed to fulfill their responsibility to pay the VAT. The representatives protested, arguing that this would breach the ne bis in idem-principle, guaranteed by article 50 of the Charter of Fundamental Rights of the EU.

Continue reading “Hit me baby one more time: does ‘ne bis in idem’ apply when company and representative are sanctioned for same offence?”

What does a legal entity know?

A post by guest blogger Branda Katan

download (3)

In civil law many rules rely for their legal effect on the presence of certain knowledge or a certain intention with one of the parties. If the party at hand is a legal entity, like a limited company, it can be difficult to determine what the entity knew. Fragments of information can be present in different parts of the organisation; an officer of the company may have gained his knowledge through his private life; he may also have a duty of confidentiality. In my doctoral thesis Toerekening van kennis aan rechtspersonen(‘Attribution of knowledge to legal entities’), I have investigated when information that at any time is or has been available within a private legal entity qualifies as knowledge of the legal entity under Dutch law, making an in-depth comparison with German law. The thesis contains a summary in English.

Continue reading “What does a legal entity know?”

`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden

Cass 27 januari 2017 over algemene voorwaarden die bestuurder aanduiden als medeschuldenaar

Een vennootschap die voertuigen huurde gaat failliet waardoor de huursom niet volledig wordt betaald. De verhuurder zoekt verhaal bij een bestuurder van de gefaillieerde vennootschap die als orgaan van de vennootschap de huurovereenkomst had ondertekend. De algemene voorwaarden van die huurovereenkomst bepaalden :

“Indien het materieel in huur genomen wordt door een vennootschap is niet enkel deze vennootschap gehouden tot naleving en uitvoering van de overeenkomst maar ook, te persoonlijken titel, hoofdelijk en ondeelbaar met de huurder, de bestuurder, zaakvoerder of gevolmachtigde die namens de vennootschap de overeenkomst heeft getekend. De ondertekenaar verbindt zich dus ook persoonlijk, hoofdelijk en ondeelbaar met de vennootschap waarvoor hij optreedt, tot naleving van alle bepalingen voorzien in de overeenkomst en de algemene voorwaarden van deze overeenkomst.”

Volstaat dit om de bestuurder die namens de vennootschap ondertekende persoonlijk te verbinden voor de onbetaalde vennootschapsschuld? Het Hof van Cassatie sprak zich hier over uit in een arrest van 27 januari 2017 (C.16.0141.N). Continue reading “`Je est un autre´: cassatie over de doorbraak van beperkte aansprakelijkheid op grond van algemene voorwaarden”

Quis custodiet ipsos custodes: agency problem in business, finance and politics

“Once you rely on agents, you create conflicts of interest. And you have to rely on agents”

See the recent Buttonwood’s article Who guards the guards? on the blog of The Economist with interesting thoughts on  the “principal-agent problem” in business, finance and politics.