Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR

“A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices”  (ETUC, 2016)

De stijd tegen ‘sociale dumping‘ staat prominent op de agenda van de Europese Commissie, de Belgische en de Vlaamse regering.

Een interessante studie uit eind 2016 A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices in opdracht van ETUC (European Trade Union Confederation) met de steun van de Europese Commissie zoomt in op de belangrijke rol van brievenbusvennootschappen bij het omzeilen van socialrechtelijke verplichtingen. Brievenbusvennootschappen zijn vennootschappen die worden beheerst door het vennootschapsrecht van een land waarmee ze geen of nauwelijks een reële economische band hebben.

Interessant in het deelrapport van Prof. Dr. Mijke Houwerzijl, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg, is dat ze de band legt tussen brievenbusvennootschappen en misbruik in het sociaal recht (p. 22-23): Continue reading “Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR”

Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed

Minister Geens: “Een aantrekkelijk investeringsland blijven is een absolute vereiste, we mogen niet achterophinken door niet aangepaste wetgeving of rechtspraak.”

De Ministerraad keurde op de vooravond van 21 juli de voorontwerpen goed van, onder meer, een modernisering van het ondernemingsrecht en de invoering van een nieuw Wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Continue reading “Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed”

Rumoer rond het stil faillissement

Opiniestuk Frederik De Leo in Trends

Frederik De Leo (doctoraatsbursaal, Instituut voor Handels- en Insolventierecht, KU Leuven en vaste auteur bij Corporate Finance Lab), schreef vandaag in Trends een opiniestuk over De stille dood van het stil faillissement. Continue reading “Rumoer rond het stil faillissement”

The ECJ in “Estro/Smallstep” on the Dutch pre-pack in relation to article 5(1) of Directive 2001/23

A red flag for the pre-pack as we know it?

In its preliminary ruling of today, the ECJ has decided that the Dutch pre-pack does not come under the derogation in Article 5(1) of Directive 2001/23. The reasoning of the ECJ will have important consequences for the pre-pack-practice and (draft) legislation in all European Member States, including Belgium, Germany, France and the United Kingdom.

Background: Project Butterfly

In November 2013, Estro Groep BV (with 380 establishments and 3.600 employees the largest childcare company in the Netherlands) entered into financial distress. Since plan A, i.e. consulting its lenders and principal shareholders in order to obtain further financing, was unsuccessful, “Project Butterfly” came into force. Under Project Butterfly, a significant part of Estro Group would be transferred pursuant to a pre-pack: 243 centers out of 380 would be saved and 2.500 employees out of 3.600 would keep their job. Continue reading “The ECJ in “Estro/Smallstep” on the Dutch pre-pack in relation to article 5(1) of Directive 2001/23”

Het einde van de slapende vennootschappen

Publicatie van Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen

De wetswijziging van 17 mei 2017, die maandag werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad,[1] luidt het einde in van de zgn. ‘slapende vennootschappen’. De wetgever wijzigt hiermee de gerechtelijke ontbindingsprocedure vervat in art. 182 W.Venn. krachtens dewelke vennootschappen die gedurende drie opeenvolgende jaren geen jaarrekening hebben neergelegd gerechtelijk kunnen worden ontbonden. Continue reading “Het einde van de slapende vennootschappen”

De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?

Een voorstel van amendement door gastblogger Julie Cuppens

Het wetsontwerp (zie voor eerdere posts hier) tot hervorming van het insolventierecht stelt het faillissement en de gerechtelijke reorganisatie open voor de maatschap (art. XX. 1. §1, eerste lid c) WER). De memorie van toelichting bij het wetsontwerp verwijst voor de verantwoording daarvan onder meer naar een van de eerste posts op deze blog (Kamer 2016-17, nr. 2407/001, p 25).

Het wetsontwerp voorziet met het voorgestelde nieuwe artikel XX. 103. lid 2 en 3 uitdrukkelijk dat de maat wordt betrokken in de faillissementsprocedure tegen de maatschap: Continue reading “De insolventie van maatschap, VOF en Comm.V: weldra een geconsolideerde procedure voor vennootschap en vennoten?”

Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?

Ontwerp “Boek XX” grote stap vooruit

Art. 1 al. 3 V&S-Wet beschrijft de VZW als een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”. Voor de stichting wordt geen gelijkaardige regel opgelegd en zijn economische activiteiten in een normale interpretatie van de wet toegelaten.[1]

Art. 1 al. 3 V&S-Wet is eigenaardig descriptief geformuleerd (“welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”). Dit moet ondanks die formulering als een verbod worden gelezen, nu ook het uitkeringsverbod in diezelfde alinea gelijkaardig is geformuleerd (“en welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen).”

Een normale lezing zou met zich meebrengen dat een VZW géén nijverheids- of handelszaken mag doen. Door de rechtspraak is dit echter zo geïnterpreteerd dat een VZW wel nijverheids- of handelszaken mag verrichten, zolang ze maar “bijkomstig” zijn.[2]

Dit criterium van de bijkomstigheid wordt in de doctrine soms heter opgediend dan het in de praktijk wordt opgegeten. Continue reading “Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?”