Brexit and EU rules on company law

A Notice to Stakeholders was recently published on the website of the European Commission, DG Justice and Consumers, regarding legal repercussions which need to considered (if and) when the United Kingdom becomes a third country.

As of the withdrawal date, UK incorporated companies will be(come) third country companies and therefore not automatically be recognised under Article 54 TFEU by the Member States. They may, however, be recognised in accordance with each Member State’s national law (private international law rules concerning companies and the subsequently applicable substantive company law), or international law treaties. Continue reading “Brexit and EU rules on company law”

De billijke prijs en prijsaanpassing bij verplicht openbaar bod

Tom Vos in TRV-RPS over arrest Marco Tronchetti Provera

In een eerdere bijdrage op deze blog en later op Oxford Business Law Blog becommentarieerde Tom Vos (KU Leuven) het arrest Marco Tronchetti Provera SpA e.a. v. Consob  van het Hof van Justitie. In de laatste editie van het TRV-RPS verscheen een uitgebreide en Nederlandstalige versie van deze bijdrage als noot onder het arrest.

In deze zaak had de Italiaanse toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen, omdat er sprake zou zijn van collusie tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders. De bieders argumenteerden echter dat de toepasselijke Italiaanse bepalingen de Overnamerichtlijn schonden, en meer bepaald de voorwaarden van “welomlijnde omstandigheden” en “duidelijk omschreven criteria” voor prijsaanpassing bij verplicht bod. Het Hof van Justitie is de bieders echter niet gevolgd en oordeelde dat het Italiaans recht niet (per se) een schending is van de Overnamerichtlijn.

De auteur concludeert over dit arrest: Continue reading “De billijke prijs en prijsaanpassing bij verplicht openbaar bod”

Free Choice of Company Law: Another Brick Out of the Wall

CJEU holds freedom of establishment does not require pursuit of genuine economic activity

In yesterday’s preliminary ruling in C-106/16 Polbud, the CJEU held that freedom of establishment is applicable to the transfer of the registered office of a company: (1) formed in accordance with the law of one Member State, (2) to the territory of another Member State, for the purposes of its conversion into a company incorporated under the law of the latter Member State, (3) even if there is no change in the location of the real head office of that company. Continue reading “Free Choice of Company Law: Another Brick Out of the Wall”

Polbud: ECJ further facilitates shopping for company law

The transfer of the registered office of a company, when there is no change in the location of its real head office, falls within the scope of the freedom of establishment

The ECJ issued today its judgment in the Polbud-case (C‑106/16). This case has previously been discussed here and here. The ECJ holds that the transfer of the registered office of a company (to be understood: with a change of applicable company law) falls within the scope of the freedom of establishment protected, even when there is no change in the location of its real head office. Member States may not impose mandatory liquidation on companies that wish to transfer their registered office to another Member State. Continue reading “Polbud: ECJ further facilitates shopping for company law”

Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case

Trusts can be considered to be ‘entities’ which can come under the scope of the freedom of establishment

On September 14th 2017, the CJEU ruled on the Panayi Trust case (Case C-646/15), to which we have already referred in an earlier blog post. The CJEU’s ruling in the Panayi Trust case will provide ample opportunity for debate and reflection in the near future, especially with Brexit coming into view.

However, in this blog post we will restrict ourselves to a brief presentation of the case and some first observations regarding the question whether trusts can indeed come under the scope of the freedom of establishment. Continue reading “Trust and freedom of establishment: some preliminary observations on the CJEU’s ruling in the Panayi Trust case”

De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?

De Nederlandse Hoge Raad stelde op 8 september het Europese Hof van Justitie enkele interessante prejudiciële vragen over de Peeters/Gatzen-vordering (ECLI:NL:HR:2017:2269). Voor hen die er het raden naar hebben wie die Peeters of Gatzen dan wel zijn, eerst een korte toelichting. De andere lezers kunnen gelijk naar de navolgende alinea’s scrollen.

1.

In eerdere posts wezen we al op de actio pauliana als techniek van schuldeisersbescherming. Ze laat schuldeisers, en na faillissement de boedel, toe om handelingen niet-tegenwerpelijk te laten verklaren, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden. We noemen hier omwille van de bondigheid enkel de voornaamste twee: Continue reading “De IPR-kwalificatie van pauliana-achtige aansprakelijkheid: welk label voor Peeters/Gatzen (“collectieve schade”)?”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over prijs bij verplicht openbaar bod

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van het arrest van 20 juli 2017 inzake Marco Tronchetti Promovera SpA e.a. v. Consob, waarin het Hof van Justitie voor de eerste keer oordeelde over de interpretatie van artikel 5(4) van de Overnamerichtlijn, dat in de mogelijkheid voorziet voor nationale financiële toezichthouders om de prijs van een verplicht openbaar bod aan te passen. In deze zaak had de Italiaanse financiële toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen omdat er sprake was van samenspanning tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders.

De vraag die werd voorgelegd aan het Hof was of het concept van “samenspanning” niet te onduidelijk was om een prijsaanpassing te rechtvaardigen. Het Hof van Justitie laat het finale oordeel aan de Italiaanse rechter, maar lijkt toch te suggereren dat er geen probleem is met het Italiaanse recht. De uitspraak is ook erg interessant voor Belgische juristen, aangezien België een gelijkaardige bepaling als Italië heeft met betrekking tot de prijsaanpassing bij verplicht bod.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.