Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.

Gillis Lindemans over rechtskeuze bij pauliana op Oxford Business Law Blog

Vrije keuze pauliana? Vinyls herbezocht.

In een eerdere post op deze blog besprak Gillis Lindemans (KU Leuven, aspirant FWO) de zaak-Vinyls Italia (C-54/16). Daarin oordeelde het Hof van Justitie dat een faillissementspauliana (of soortgelijke nietigheids- of niet-tegenwerpelijkheidsactie) slechts kan slagen als het recht van toepassing op de aangevochten rechtshandeling dat toelaat. Dat zelfs wanneer partijen een recht hebben gekozen dat geen enkele feitelijke band vertoont met de rechtshandeling in kwestie. De enige beperking is fraude (maar daarvoor is de drempel erg hoog). In een post vandaag op de Oxford Business Law Blog waarschuwt hij andermaal voor de mogelijke gevolgen van deze beslissing. Schuldenaars kunnen, in de schemerzone voor insolventie, een anders aanvechtbare handeling veiligstellen door een toepasselijk recht te kiezen dat geen specifieke aanvechtingsgrond tegen die handeling kent.

Reform of German Avoidance Provisions

Smoothing out the rough edges of “willful disadvantage”

A recent reform of the German Insolvency Statute (Insolvenzordnung, InsO) has relaxed the avoidance provision against so-called “willful disadvantage” (§ 133 InsO).

Under the willful disadvantage provision, a transaction is voidable if it was made by the debtor (a) within ten years prior the request to open insolvency proceedings; (b) with the intention to disadvantage his creditors and (c) whilst the other party was aware of his intention. Moreover, such awareness is presumed in case the other party knew of the debtor’s imminent insolvency, and that the transaction constituted a disadvantage for the creditors.

The German legislature has now added a number of exceptions to that rule (new paragraphs 2 and 3) applicable to transactions by which the debtor performs an obligation or grants a security interest. For example, such transactions shall now only be voidable if made within four years prior to the insolvency filing. In addition, transactions constituting willful disadvantage now benefit from the so-called cash transactions exception (which protects payments in return for equitable consideration, see § 142 InsO) unless the counterpart recognizes that the debtor has acted in bad faith.

Gillis Lindemans

Boek XX WER met nieuw insolventierecht goedgekeurd in Kamer

Vrije beroeper, landbouwer, VZW, stichting en maatschap ook in bereik van insolventierecht

Het Wetsontwerp houdende invoeging van het boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht werd door de plenaire vergadering van de Kamer goedgekeurd.

U las hier eerder reeds een algemene bespreking, een bespreking van het toepassingsgebied dat gebruik maakt van een nieuw ondernemingsbegrip, over het stil faillissement (dat niet werd weerhouden), over het faillissement van maatschap en VOF, over nieuwe wrongful trading-regels, over de verhuis van bestuursaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht en over nieuwe intitiatiefrechten voor schuldeisers.

Hervorming van het Belgische insolventierecht: update (III)

Op de website van de Kamer kan het verslag van de tweede lezing namens de commissie voor handels-en economisch recht geconsulteerd worden evenals de tekst aangenomen in tweede lezing. De hervorming van het Belgische insolventierecht is hiermee bijna een feit. De stemming in plenaire vergadering zou nog voor het zomerreces plaatsvinden.

Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)

Nieuwe praktische wegwijzer over boedelschulden verschenen bij Kluwer

Boedelschulden behoren tot het DNA van het insolventierecht. Als “schulden van de boedel” verwijzen ze naar de juridische ruwbouw van de insolventieprocedure. Die ruwbouw, de boedel, is een afgescheiden en onder bewind gesteld vermogen met een vereffenings- of saneringsdoel (typevoorbeeld: de faillissementsboedel). Boedelschulden zijn niets anders dan schulden waarvan de boedel zelf de schuldenaar is. De boedel moet ze betalen vóór de “schulden in de boedel” – simpel gesteld, de te vereffenen of saneren schulden van de insolvente schuldenaar.

Dat klinkt gemakkelijker dan het is. In een recente bijdrage, verschenen in de reeksen Faillissement & Reorganisatie en AdvocatenPraktijk van Kluwer, verheldert Gillis Lindemans het concept boedelschulden aan de hand van concrete toepassingen. Daarvan hieronder alvast eentje, als teaser: schulden uit huurovereenkomsten.

Continue reading “Boedelschuld, een lastig label (huur als teaser)”

Ondertussen in Nederland : versterking positie curator

Fraudebestrijding als aanvullende taak van de curator

Op 1 juli 2017 trad in Nederland de Wet versterking positie curator in werking. Dit is de zogenaamde derde pijler (naast de reorganisatiepijler en de moderniseringspijler) van het wetgevingsprogramma “herijking faillissementsrecht”. De nieuwe wet komt er naar aanleiding van de vaststelling dat in 25-35% van alle faillissementen frauduleuze handelingen plaatsvinden [1] en de naar schatting 1.2 miljard euro schade die ze jaarlijks veroorzaken [2]). Continue reading “Ondertussen in Nederland : versterking positie curator”