Het geslacht der engelen: over de toepassing van art. 518bis W.Venn. op het Directiecomité en/of de Regentenraad van de NBB

Een post door gastblogger Tina Coen (aspirant FWO, VUB)

  1. Het verkeerde geslacht van de heer Steven Vanackere

Het beroert ondertussen al meer dan een week de maatschappelijke en politieke gemoederen, maar heeft sinds het interview van prof. I. De Poorter op Radio 1 een juridisch staartje gekregen:

Miskent de benoeming van oud-Minister van Financiën Steven Vanackere als lid van het Directiecomité de verplichte aanwezigheid van beide geslachten in de raad van bestuur van effectengenoteerde naamloze vennootschappen (artikel 518bis W.Venn.)?

Voorliggend probleem overstijgt evenwel deze ene benoeming. Op dit ogenblik telt het Directiecomité van de NBB 7 leden, wat na de aanstaande pensionering van de gouverneur tot 6 wordt herleid. artikel 518bis W.Venn. eist echter dat minstens één derde (af te ronden naar het dichtstbijzijnde absolute cijfer) van dit bestuursorgaan uit vrouwen moet bestaan.

Vindt artikel 518bis W.Venn. effectief toepassing op de Nationale Bank van België (“NBB”), dan moet het Directiecomité niet één maar twee vrouwelijke leden moet tellen en was met de vervrouwelijking van (het mandaat dat afgelopen donderdag aan) de heer Vanackere (werd toegekend) het probleem slechts gedeeltelijk opgelost.

Voorts heeft de media enkel aandacht voor het Directiecomité, terwijl de samenstelling van de Regentenraad evengoed aan artikel 518bis W.Venn. moet worden getoetst. Onder zijn 18 leden (de gouverneur, 7 directeurs en 10 regenten), is slechts één vrouw. Vindt artikel 518bis W.Venn. toepassing, dan zijn ook nog eens vijf regenten van het “verkeerde” geslacht.

Tijd om even de juridische puntjes op de i te zetten, maar dat blijkt niet zo eenvoudig. Continue reading “Het geslacht der engelen: over de toepassing van art. 518bis W.Venn. op het Directiecomité en/of de Regentenraad van de NBB”

Glen Weyl presents “Radical Markets” (co-written with E. Posner) at the Brussels’ campus of KU Leuven

Prof. Glen Weyl (Microsoft Research & Princeton University) will present his book “Radical Markets”, co-written by Prof. Eric Posner

Tuesday 4 December 2018 Glen Weyl, Principal Researcher at Microsoft Research and a Visiting Senior Research Scholar at Yale’s Law School and Economics Department, will present at the Brussels’ campus of KU Leuven his book “Radical Markets“, co-written with Eric Posner (University of Chicago).

The Economist called this book “(A)n arresting if eccentric manifesto for rebooting liberalism…the policies they advocate…may help jolt liberals out of their hand-wringing, and shape a new line of market-oriented thinking, as Milton Friedman’s ‘Capitalism and Freedom’ did…refreshing and welcome in its willingness to question received wisdom…(L)iberals must find some antidote to populism and protectionism. A little outlandishness may be necessary.” Nobel Prize laureat Jean Tirole commented: “Whether you are convinced by the specific proposals or not, your confidence in your worldview may well be shattered by the depth and originality of the analysis.
Continue reading “Glen Weyl presents “Radical Markets” (co-written with E. Posner) at the Brussels’ campus of KU Leuven”

Tekst ontwerp-WVV zoals goedgekeurd in eerste lezing door Kamercommissie Handelsrecht

Op de webpagina van de Kamer verscheen de tekst van de artikelen zoals goedgekeurd in eerste lezing door de kamercommissie. Zie een eerdere post over de verdere  parlementaire procedure.

‘Enterprise liability’ for entities of a group?

Allowing creditors of one member of a corporate group to pierce horizontally to reach the assets of other members

Belgian private law is traditionally very distrustful of asset partitioning in the shape of both owner shielding and entity shielding. It has inherited from the 19th century French doctrine (Aubry & Rau) the idea that: (i) only persons have an estate; and (ii) every person has only one estate. An ‘estate’ (‘vermogen’ / ‘patrimoine’) is a pool of assets which serves as collateral for a pool of liabilities. Accordingly, the traditional théorie du patrimoine entails that a person cannot have separate pools of assets which serve as collateral for separate pools of liabilities. This theory betrays a strong distrust of asset partitioning, both internal and external.

In the beginning of the 19th century the rule ‘one person, one and only one estate’ was generally understood as referring to natural persons. The incorporation of legal persons, particularly of legal persons with owner shielding (limited liability), was exceptional and restricted. It was limited to certain types of activities and subject to governmental authorization. As a result, the 19th century doctrine of ‘one person, one and only one estate’, while at face value barely modified, presently has completely different practical consequences. Presently a natural person can easily incorporate, control and benefit from, one or more legal persons.

This raises the important question: Why is the traditional animus against asset partitioning not an issue, or less so,  in case the technique of the corporate form with legal personality is used to bring about such asset partitioning? Continue reading “‘Enterprise liability’ for entities of a group?”

The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law

Donner et retenir ne vaut: a rule protecting personal creditors

In the French-Belgian legal tradition the technique of the legal person was restricted during the 19th century to entities with a ‘for profit’ nature, i.e. entities geared towards the distribution of the profits towards members. The distrust of non-profit entities should partially be understood as a legacy of the French Revolution and the cultural, political and social struggles of the 19th century (a distrust of intermediary bodies, a hostile attitude towards religious organizations, guilds and trade unions;) (J. Vananroye, Morele wezens en wetsontduikende monniken, opening address at the Belgian Supreme Court on the occasion of the opening of the judicial year 2012, Antwerp, Intersentia, 2012, 2, nr. 2).

A present-day justification of a positive bias towards ‘for profit’ entities would be this: the legal obligation to distribute any profits causes the shares of the shareholders to be a valuable bundle of rights; this makes the shares into an economically valuable asset which can be seized by the personal creditors of the shareholders; and this in turn mitigates the harmful effects of asset partitioning for these personal creditors. Continue reading “The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law”

Debate on Corporate Social Responsibility: Leuven 26 November 2018

On Monday 26 November 2018 from 8 to 10 p.m., a debate on the added value of Corporate Social Responsibility (CSR) will take place in the aula Zeger Van Hee (DV1 91.56). Both prof. dr. Marieke Wyckaert (KU Leuven) and em. prof. dr. Viktor Vanberg (Albert-Ludwigs-Universität Freiburg and Walter Eucken Institut) will give a short lecture and subsequently comment on each other’s point of view. Prof. dr. Joeri Vananroye will provide an introduction and moderate the debate.

Continue reading “Debate on Corporate Social Responsibility: Leuven 26 November 2018”

Bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt en de Belgische cap (vanuit Nederlands perspectief)

Een post door gastblogger O. Oost (Erasmus Universiteit Rotterdam)

1.

Een van de meest interessante wijzigingen in de huidige herziening van het Belgische vennootschapsrecht is de invoering van een wettelijke cap op de bestuurdersaansprakelijkheid. Afhankelijk van de grootte van de bestuurde vennootschap kunnen bestuurders slechts voor een bepaald bedrag aansprakelijk worden gesteld, welk maximumbedrag oploopt van 250.000 euro bij ‘kleine’ vennootschappen tot 12 miljoen euro bij grote en belangrijke vennootschappen. Zie voor meer hierover de verschillende eerdere posts op het Corporate Finance Lab.

2.

Over het algemeen wordt wel aanvaard dat het handelen van vennootschapsbestuurders beperkt moet worden getoetst, omdat de rechter niet op de stoel van de bestuurder moet plaatsnemen. Anders gezegd: een bestuurder moet niet te snel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die de vennootschap aanricht. Vaak wordt daartoe voorzien in een beperkte (marginale) toetsing van bestuurlijk gedrag, of een verhoogde drempel voor aansprakelijkheid. Redenen daarvoor zijn de bestuursautonomie, de gevaren van hindsight bias en het voorkomen van te zeer risicomijdend gedrag van bestuurders. De bestuurder moet te goeder trouw kunnen ondernemen zonder angst voor aansprakelijkheid. De Rotterdamse hoogleraar Kroeze ging in zijn oratie getiteld Bange bestuurders (2005) uitgebreid op deze en andere argumenten voor een beperking van de bestuurdersaansprakelijkheid in. Een van de dragende argumenten voor de Belgische cap was de constatering dat het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht in België ‘strenger’ is voor bestuurders dan in de omliggende landen, omdat bijvoorbeeld kennelijk geen business judgment rule geldt en geen ernstigverwijtmaatstaf, zoals in Nederland (waarop ik terugkom vanaf nr. 5). In die zin is de cap als een alternatief te beschouwen voor een marginale toets van bestuurshandelen of een hogere drempel voor aansprakelijkheid. Continue reading “Bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt en de Belgische cap (vanuit Nederlands perspectief)”