The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework

A post by guest blogger Professor Anthony J. Casey (University of Chicago)

The prevailing theory of corporate bankruptcy law states that its purpose is to vindicate or mimic the agreement that creditors would have reached if they had bargained with each other to write their own rules. That idea – the Creditors’ Bargain theory – has held a central place in the minds of lawyers, judges, and scholars for almost forty years. At the same time, Creditors’ Bargain theorists have struggled to explain what actually prevents creditors from bargaining with each other and how efficient rules that interfere with creditors’ bargained-for rights fit into the theory.

Meanwhile, in other areas of the law, scholars have long recognized the limits of hypothetical contract theories. Notably, scholars have shown that when parties have limited or asymmetric information and incentives to bargain strategically, their contracts will be incomplete in ways that the law cannot remedy with a hypothetical contract. Bankruptcy scholars have never squarely addressed this challenge.

Taking aim at these issues, my article, The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework, proposes a new law-and-economics theory of corporate bankruptcy. Continue reading “The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework”

WHOA! Een eerste analyse van de voorgestelde Nederlandse reorganisatieprocedure

Inspiratie voor België?

Gisteren verscheen het Nederlandse voorstel van wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De WHOA komt er naar aanleiding van de versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven. Het akkoord dat onder de surseance van betaling kon worden aangeboden, bleek immers geen succesvol reorganisatie-instrument. Eén van de voornaamste redenen daarvoor is dat de surseance enkel werkt ten aanzien van concurrente schuldeisers, terwijl concurrente schuldeisers in een faillissement sowieso maar weinig tot niets meer krijgen. De schuldeisers met een voorrecht zoals werknemers, de fiscus en separatisten die in een faillissement het grootste deel van de koek krijgen, kunnen daarentegen ook tijdens de surseance hun zekerheidsrechten blijven uitwinnen.

De WHOA introduceert als het ware een échte reorganisatieprocedure in het Nederlandse recht, die kan worden aangewend zodra de schuldenaar verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan (art. 370, lid 1 Fw). De voorgestelde procedure is gebaseerd op de Engelse scheme of arrangement en de Amerikaanse Chapter 11. Daarenboven beoogt zij consistent te zijn met de recent gepubliceerde Europese richtlijn betreffende herstructurering en insolventie (hierna: de Europese richtlijn).

Een volledige artikelsgewijze bespreking van de WHOA gaat de opzet van een blogpost te buiten. We beperken ons dus tot een summiere bespreking van enkele van de voornaamste principes. Hier en daar plaatsen we enkele kanttekeningen. Continue reading “WHOA! Een eerste analyse van de voorgestelde Nederlandse reorganisatieprocedure”

Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?

Consultatieronde van start

Op 29 mei 2019 verschenen de Nederlandse voorstellen voor een wet en ministeriële regeling “overgang van onderneming in faillissement”. Die voorstellen zijn er gekomen naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Smallsteps. Daarin werd geoordeeld dat de Nederlandse pre-packpraktijk niet richtlijnconform is. De Nederlandse voorstellen kunnen ter inspiratie dienen voor de Belgische wetgever bij het opstellen van een meer coherente en richtlijnconforme regelgeving inzake werknemersbescherming bij (i) de overdracht van een onderneming uit faillissement en (ii) de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag (hierna: ‘GROG’). Continue reading “Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?”

The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking

In search of the right balance between employee protection and efficiency of insolvency proceedings

In its preliminary ruling of today, the ECJ has followed its AG and decided that Council Directive 2001/23/EC (the ‘Directive’) must be interpreted as precluding national legislation, such as Article 61(3) of the Belgian WCO (now Article XX.86(3) WER), which, in the event of the transfer of an undertaking which has taken place in the context of proceedings for judicial restructuring by transfer under judicial supervision (‘GROG’) applied with a view to maintaining all or part of the transferor or its activity, entitles the transferee to choose the employees which it wishes to keep on.

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation proceeding. A collective agreement could not be reached and on 19 February 2013, a GROG was initiated. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Continue reading “The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking”

Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming

9200000105529340Mr. Arpi Karapetian promoveerde op 14 maart 2019 aan de Universiteit van Groningen cum laude op het proefschrift: ‘Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen’. Deze post bespreekt het onderzoek en gaat in op enkele conclusies m.b.t. het verband tussen het civielrechtelijk en strafrechtelijk normenkader; de beoordeling van selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement; en de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van bestuurders bij reddingspogingen.

Het leerstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid beslaat een veelheid aan wettelijke en niet-wettelijke regels en beginselen over een breed palet aan onderwerpen. Er zijn naar Nederlands recht (maar zeker ook in andere jurisdicties) verschillende grondslagen van aansprakelijkheid aan te wijzen voor de bestuurder van een vennootschap. Continue reading “Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming”

Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (3)

Vermogenssplitsing (afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid) biedt, bleek uit een vorige post, evidente voordelen bij een bepaald gebruik in het ondernemingsrecht. Het schoolvoorbeeld is de beursgenoteerde onderneming met vele aandeelhouders.

Is de verklaring voor de positieve waardering van vermogenssplitsing in het ondernemingsrecht dan dit: ‘de voordelen zijn grosso modo groter dan de nadelen’? Dat speelt zeker een rol maar is geen voldoende verklaring. Het eerdere geschetste schoolvoorbeeld van één vennootschap met één handelsfonds en vele aandeelhouders komt in de eenvoudig vorm waarin het werd voorgesteld simpelweg nooit voor. Continue reading “Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap”

A reply to professor Madaus “The new European Relative Priority from the Preventive Restructuring Directive – The end of European Insolvency Law?”

A post by guest bloggers prof. dr. R.J. de Weijs, A.L. Jonkers LLM and M. Malakotipour LLB (University Amsterdam)

On March 26, 2019 the European Parliament will vote on the Preventive Restructuring Framework.

The initial draft Directive from 2016 contained a rule providing the basic protection that shareholders of a financially distressed and reorganized company could not hold on to any value unless the creditors by majority vote consented thereto. Such a rule is in force in US and German law and is referred to as an Absolute Priority Rule (‘APR’). The US has been an important source of inspiration for implementing such a far-reaching reorganization procedure. The Absolute Priority Rule is generally considered to be one of the most important rules of US bankruptcy law, see recently the US Supreme Court in the famous Czyzewski v. Jevic Holding Corp case, calling the APR “quite appropriately, bankruptcy’s most important and famous rule” and “the cornerstone of reorganization practice and theory.”[1]

Without much in-depth analyses or debate, the European Union is about to embark on a wild adventure. It seeks to implement the US reorganization culture, without however the most basic rule of protection. Continue reading “A reply to professor Madaus “The new European Relative Priority from the Preventive Restructuring Directive – The end of European Insolvency Law?””