Ondertussen in Nederland: WHOA aangenomen door Tweede Kamer

Op 26 mei 2020 werd het Nederlandse Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De officiële tekst van het gewijzigde wetsvoorstel is nu te vinden op de website van de Eerste Kamer, waar het wetsvoorstel thans aanhangig is.

Een week ervoor (op 19 mei 2020) had de Tweede Kamer ook al gestemd over de amendementen die gezamenlijk door de ChristenUnie, de PvdA en de SP op de WHOA waren ingediend. Vier amendementen werden aangenomen: Continue reading “Ondertussen in Nederland: WHOA aangenomen door Tweede Kamer”

The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans”

Na Smallsteps (en Plessers), nu Heiploeg

De Nederlandse Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag in de context van de pre-pack waarin de Heiploeg concern verkeerde twee prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Deze vragen spruiten voort uit de onvrede in de Nederlandse insolventierechtelijke doctrine over het arrest Smallsteps: de redenering van het Hof van Justitie is bekritiseerbaar en de gevolgen van de uitspraak zijn onwenselijk (zie in dat verband bv. een recente empirische studie over het gunstig effect van pre-packs op het behoud van werkgelegenheid). In het voorgemeld arrest Smallsteps heeft het Hof van Justitie (grof gesteld) geoordeeld dat de pre-pack praktijk niet valt onder de categorische uitzondering in artikel 5(1) van de Europese richtlijn 2001/23/EC. Een pre-pack mag dan wel een faillissementsprocedure of soortgelijke procedure zijn (eerste toepassingsvoorwaarde), maar het hoofddoel van een pre-pack is niet de liquidatie van het vermogen van de vervreemder (tweede toepassingsvoorwaarde) én de pre-pack praktijk staat niet onder toezicht van een bevoegde overheidsinstantie (derde toepassingsvoorwaarde). Dat wil zeggen dat bij een pre-pack de werknemers in principe mee moeten overgaan met de overgedragen onderneming (art. 3 van die richtlijn), zij het dat die bepaling geen beletsel vormt voor ontslagen die zijn ingegeven door additionele redenen van economische, technische of organisatorische aard (art. 4 van die richtlijn, de zgn. ETO-redenen). Dit arrest was ook de reden dat het Belgisch stil faillissement nooit het levenslicht heeft gezien.

Met deze twee nieuwe prejudiciële vragen geeft de Nederlandse Hoge Raad aan het Europees Hof van Justitie de kans om haar standpunt in Smallsteps te herzien of te verduidelijken. Het antwoord op die vragen heeft mogelijk ook implicaties voor het Belgisch stil faillissement en/of de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder het gerechtelijk gezag (dat sinds het Europese arrest Plessers met veel onzekerheid is omgeven).

De prejudiciële vragen luiden als volgt: Continue reading “The Pre-pack Saga Continues: Nederlandse Hoge Raad geeft Europees Hof van Justitie een “tweede kans””

Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers

Post door Frederik de Leo (KU Leuven en UHasselt), Wiepke Bartstra (UvA) en Aart Jonkers (UvA)

Het Nederlandse wetsvoorstel voor de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) maakt een dwangakkoord buiten faillissement mogelijk en voorziet daarbij in een stemming in klassen. Als een klasse tegen het reorganisatieplan stemt, dan kan de rechter alsnog overgaan tot homologatie van dat plan via een categorie-overschrijdende cram down. Artikel 384, lid 4, onderdeel b geeft daarbij aan de tegenstemmende klasse van schuldeisers het recht om uitbetaling in cash geld/contanten te eisen ten bedrage van wat zij naar verwachting in faillissement zou ontvangen. Dit lijkt op het eerst gezicht onschuldig, maar betreft in werkelijkheid een doorgedreven bescherming voor schuldeisers met zekerheidsrechten. Die bescherming is onnodig, in strijd met de grondbeginselen van de WHOA en kan een hold-out positie met nuisance value creëren voor de economisch reeds machtige schuldeisers, ten nadele van de zwakkeren die mogelijk wel bescherming verdienen. Bovendien is deze regel, voor zover ons bekend, uniek in internationaal perspectief en is ze in onze ogen een gevaarlijk experiment. Continue reading “Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers”

Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht

Met de invoering van boek XX WER heeft de Belgische wetgever het insolventierecht recent op punt gesteld. Verwacht wordt dat de coronacrisis op korte termijn tot bepaalde bijsturingen zal leiden. De basis is er echter, met het faillissement (gericht op liquidatie) enerzijds en de gerechtelijke reorganisatie (gericht op continuïteit) anderzijds. In die zin is België voorbereid op de nakende crisis. De situatie is anders in Nederland. Daar woedt het debat over de hervorming van het insolventierecht reeds geruime tijd, met een voor Belgische juristen verrassende academische intensiteit. Dit debat is vorige week in een stroomversnelling geraakt (zie de berichtgeving hierover in het FD). Continue reading “Ondertussen in Nederland – hervorming van het insolventierecht”

CERIL Executive Statement on COVID-19 – Call to Action

On 20 March 2020, the Executive of CERIL (Conference of European Restructuring and Insolvency Law) expressed its deep concern with the ability of existing (European) insolvency legislation to provide adequate responses to the extremely difficult situation in which many companies find themselves as a result of the spread of the COVID-19 (corona) virus. It therefore calls upon EU and European national legislators to take immediate action and adapt insolvency legislations, in order to prevent unnecessary bankruptcies of entrepreneurs. Continue reading “CERIL Executive Statement on COVID-19 – Call to Action”

De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)

Elk advocatenkantoor heeft ondertussen via LinkedIn laten weten dat het beschikbaar blijft voor haar cliënten. Dit is het minste van wat – volgens de wetgever – een essentiële beroepsgroep verwacht mag worden. Huidige post is geen reclame maar strekt er gewoon toe de fundamentals van de procedure van gerechtelijke reorganisatie in herinnering te brengen, en dan in het bijzonder de openportaalbenadering. Continue reading “De openportaalbenadering (nu meer dan ooit)”

Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk

Bijdrage in TBH 2019/10

In het recentste nummer van het Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht (TBH 2019/10) ga ik in op de definitie van (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting, dewelke relevant is in het kader van gerechtelijke reorganisatieprocedures door collectief akkoord. Hoewel de nieuwe definitie van buitengewone schuldvorderingen in de opschorting, zoals vervat in artikel I.22,14° van het Wetboek van Economisch Recht (WER), aanzienlijk langer is dan de oude definitie in artikel 2(d) van de Wet op de Continuïteit van de Onderneming (WCO), heeft zij niet alle onzekerheid kunnen wegnemen. In tegendeel, recente rechtspraak en doctrine wijst erop dat de nieuwe definitie onduidelijk is (een drietal vonnissen daarover zijn tezamen met mijn bijdrage gepubliceerd in het TBH 2019/10). Continue reading “Wat zijn (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting? Een buitengewoon actueel vraagstuk”

WHOA – Revolutie in de insolventiepraktijk

Congres EYE Amsterdam, 1 november 2019

Op 1 oktober jl. is het verslag gepubliceerd met de inbreng van de Tweede Kamer van het Nederlandse parlement op het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA). Het Kamerstuk (TK, 35249, nr. 5) is te vinden op de website van de Tweede Kamer. Het antwoord van de Minister wordt in de loop van de komende maand verwacht.

Ook voor de Belgische insolventiegemeenschap is dit wetsvoorstel interessant. Continue reading “WHOA – Revolutie in de insolventiepraktijk”

The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

In the recently issued conference proceedings booklet “Party-Autonomy and Third Party Protection in Insolvency Law”, I published a paper called “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”. The paper seeks to start the discussion on the topic of good bankruptcy (or insolvency) governance and to inspire idealistic researchers to become involved in this discussion. Three key aspects of good bankruptcy governance were dealt with in this paper.

First, an attempt was made to define the concept of “good bankruptcy governance”. This was later narrowed down to the following question: “In whose interest should the management of a corporation or insolvency estate act?”. A short comparative analysis of the US, the UK, Belgium and the Netherlands did not provide a clear answer.

However, some room for common ground could be found by Continue reading “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”

The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework

A post by guest blogger Professor Anthony J. Casey (University of Chicago)

The prevailing theory of corporate bankruptcy law states that its purpose is to vindicate or mimic the agreement that creditors would have reached if they had bargained with each other to write their own rules. That idea – the Creditors’ Bargain theory – has held a central place in the minds of lawyers, judges, and scholars for almost forty years. At the same time, Creditors’ Bargain theorists have struggled to explain what actually prevents creditors from bargaining with each other and how efficient rules that interfere with creditors’ bargained-for rights fit into the theory.

Meanwhile, in other areas of the law, scholars have long recognized the limits of hypothetical contract theories. Notably, scholars have shown that when parties have limited or asymmetric information and incentives to bargain strategically, their contracts will be incomplete in ways that the law cannot remedy with a hypothetical contract. Bankruptcy scholars have never squarely addressed this challenge.

Taking aim at these issues, my article, The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework, proposes a new law-and-economics theory of corporate bankruptcy. Continue reading “The New Bargaining Theory of Corporate Bankruptcy and Chapter 11’s Renegotiation Framework”

WHOA! Een eerste analyse van de voorgestelde Nederlandse reorganisatieprocedure

Inspiratie voor België?

Gisteren verscheen het Nederlandse voorstel van wet homologatie onderhands akkoord (hierna: WHOA). De WHOA komt er naar aanleiding van de versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven. Het akkoord dat onder de surseance van betaling kon worden aangeboden, bleek immers geen succesvol reorganisatie-instrument. Eén van de voornaamste redenen daarvoor is dat de surseance enkel werkt ten aanzien van concurrente schuldeisers, terwijl concurrente schuldeisers in een faillissement sowieso maar weinig tot niets meer krijgen. De schuldeisers met een voorrecht zoals werknemers, de fiscus en separatisten die in een faillissement het grootste deel van de koek krijgen, kunnen daarentegen ook tijdens de surseance hun zekerheidsrechten blijven uitwinnen.

De WHOA introduceert als het ware een échte reorganisatieprocedure in het Nederlandse recht, die kan worden aangewend zodra de schuldenaar verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan (art. 370, lid 1 Fw). De voorgestelde procedure is gebaseerd op de Engelse scheme of arrangement en de Amerikaanse Chapter 11. Daarenboven beoogt zij consistent te zijn met de recent gepubliceerde Europese richtlijn betreffende herstructurering en insolventie (hierna: de Europese richtlijn).

Een volledige artikelsgewijze bespreking van de WHOA gaat de opzet van een blogpost te buiten. We beperken ons dus tot een summiere bespreking van enkele van de voornaamste principes. Hier en daar plaatsen we enkele kanttekeningen. Continue reading “WHOA! Een eerste analyse van de voorgestelde Nederlandse reorganisatieprocedure”

Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?

Consultatieronde van start

Op 29 mei 2019 verschenen de Nederlandse voorstellen voor een wet en ministeriële regeling “overgang van onderneming in faillissement”. Die voorstellen zijn er gekomen naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Smallsteps. Daarin werd geoordeeld dat de Nederlandse pre-packpraktijk niet richtlijnconform is. De Nederlandse voorstellen kunnen ter inspiratie dienen voor de Belgische wetgever bij het opstellen van een meer coherente en richtlijnconforme regelgeving inzake werknemersbescherming bij (i) de overdracht van een onderneming uit faillissement en (ii) de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag (hierna: ‘GROG’). Continue reading “Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?”

The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking

In search of the right balance between employee protection and efficiency of insolvency proceedings

In its preliminary ruling of today, the ECJ has followed its AG and decided that Council Directive 2001/23/EC (the ‘Directive’) must be interpreted as precluding national legislation, such as Article 61(3) of the Belgian WCO (now Article XX.86(3) WER), which, in the event of the transfer of an undertaking which has taken place in the context of proceedings for judicial restructuring by transfer under judicial supervision (‘GROG’) applied with a view to maintaining all or part of the transferor or its activity, entitles the transferee to choose the employees which it wishes to keep on.

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation proceeding. A collective agreement could not be reached and on 19 February 2013, a GROG was initiated. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Continue reading “The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking”

Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming

9200000105529340Mr. Arpi Karapetian promoveerde op 14 maart 2019 aan de Universiteit van Groningen cum laude op het proefschrift: ‘Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen’. Deze post bespreekt het onderzoek en gaat in op enkele conclusies m.b.t. het verband tussen het civielrechtelijk en strafrechtelijk normenkader; de beoordeling van selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement; en de beoordeling van de rechtmatigheid van het gedrag van bestuurders bij reddingspogingen.

Het leerstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid beslaat een veelheid aan wettelijke en niet-wettelijke regels en beginselen over een breed palet aan onderwerpen. Er zijn naar Nederlands recht (maar zeker ook in andere jurisdicties) verschillende grondslagen van aansprakelijkheid aan te wijzen voor de bestuurder van een vennootschap. Continue reading “Proefschrift A. Karapetian (Groningen) over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij noodlijdende onderneming”

Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (3)

Vermogenssplitsing (afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid) biedt, bleek uit een vorige post, evidente voordelen bij een bepaald gebruik in het ondernemingsrecht. Het schoolvoorbeeld is de beursgenoteerde onderneming met vele aandeelhouders.

Is de verklaring voor de positieve waardering van vermogenssplitsing in het ondernemingsrecht dan dit: ‘de voordelen zijn grosso modo groter dan de nadelen’? Dat speelt zeker een rol maar is geen voldoende verklaring. Het eerdere geschetste schoolvoorbeeld van één vennootschap met één handelsfonds en vele aandeelhouders komt in de eenvoudig vorm waarin het werd voorgesteld simpelweg nooit voor. Continue reading “Interne vermogenssplitsing: van de vennootschapsgroep tot de eenpersoonsvennootschap”