Tien modules insolventierecht: opleiding Curatoren & Vereffenaars nu ook online en per module te volgen

De avondopleiding Curator-Vereffenaar van KU Leuven en UAntwerpen in nauw overleg met de Ondernemingsrechtbanken is intussen een vaste waarde. Deze week start een nieuwe editie van deze postuniversitaire opleiding.

Het betreft opnieuw een dubbele editie: de 10 modules kunnen dit jaar, naar keuze van de deelnemer, zowel in Kortrijk (KULAK) als in Leuven (College De Valk) worden gevolg.

Nieuw is dat ook voor modules afzonderlijk kan worden ingeschreven. Dit maakt de opleiding ook interessant voor ervaren insolventiefunctionarissen of juristen die niet de ambitie hebben om curator of vereffenaar te worden, maar die wel regelmatig met insolventie worden geconfronteerd.

De modules kunnen ook online worden gevolgd.

Zie hier voor meer info en om in te schrijven. De tien modules zijn:

Continue reading “Tien modules insolventierecht: opleiding Curatoren & Vereffenaars nu ook online en per module te volgen”

Call for Applications: 5th PhD Workshop on European/International Insolvency Law

Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection

PhD students from Europe and beyond are invited to present their research ideas in the area of European/International Insolvency Law, and also discuss the challenges and questions they face. The two-day workshop is to be held on Wednesday-Thursday 19-20 April 2023 at Leiden University, which will also mark the first lustrum of the workshop. 

Objectives of the PhD Workshop

The workshop aims at achieving two main goals. First, it provides PhD students in the area of European/International Insolvency Law, from Europe and beyond a chance to connect with peers who are at more or less the same stage of their academic career. They can meet, exchange experiences and create a network. Second, the workshop will allow each participant to present, test and discuss its (developing) ideas in front of fellow colleagues as well as experienced professors.

Participating in the PhD Workshop

This years’ conference will take place in Leiden (The Netherlands). The workshop is sponsored by the Stichting Bob Wessels Insolvency Law Collection which supports the international and European insolvency law section in the library of the Leiden Law School (Leiden University). BWILC will provide one night of accommodation in Leiden and (if not otherwise reimbursed) a maximum of 50% of the travel expenses up to EUR 250,- for those invited to give a presentation of their research.

PhD students may apply to present (1) their research proposal, (2) interim results, or (3) a (draft) chapter/article. Apply by filling in this electronic form (see annex with more information) 31 January 2023, midnight CET. Participation in the workshop is limited to invited PhD students.

See below for more information:

Continue reading “Call for Applications: 5th PhD Workshop on European/International Insolvency Law”

Prix Coppens – oproep

In 2023 wordt de Prix Coppens opnieuw uitgereikt, ter waarde van 15.000 €. Deze prijs bekroont een doctoraatsproefschrift dat een originele bijdrage levert aan het vennootschapsrecht of aan een aan het vennootschapsrecht verwant thema.

Alle doctores in de rechtsgeleerdheid aan een Europese universiteit die niet meer dan 40 jaar oud zijn, komen voor de prijs in aanmerking.

U moet uw kandidatuur ten laatste op 15 december 2022 indienen. Zie hier voor alle relevante informatie.

Tertium datur: ‘andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’ in het Ontwerp Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht

Het meest recente nummer van het TPR omvat een lijvig verslag van het rondetafelgesprek over de hervorming van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht gehouden op 25 februari 2022 te Leuven. De levendige parlando-stijl van het verslag maakt het zeker de moeite waard om er in te grasduinen.

Een thema dat werd besproken is de rechtspersoon in het privaatrecht en het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht in het bijzonder. Het is zonder twijfel een grote verdienste van het ontwerp om ook de rechtspersoon expliciet in het buitencontracuteel aansprakelijkheidsrecht te betrekken. Ik zelf brak een lans om dit niet te beperken tot rechtspersonen (TPR 2022, p. 1162).

Commissielid Prof. Dr. Jeroen Delvoie erkende dat ook bij organisaties zonder rechtspersoonlijkheid aan rechtspersonen gelijkaardige toerekenings- en andere vragen stellen, maar dat dit ook via een interpretatie per analogie kan, zoals nu overigens gebeurt (TPR 2022, p. 1164-1165). Kamerlid Prof. Dr. Koen Geens sprak zijn voorkeur uit voor een expliciete verwijzing naar maatschappen en gelijkaardige organisaties (TPR 2022, p. 1166).

Hieronder licht ik toe waarom dit verkieslijk is en hoe dat – naar mijn mening met een zeer lichte penseelstreek – kan gebeuren.

Continue reading “Tertium datur: ‘andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’ in het Ontwerp Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht”

Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement

Grondwettelijk Hof: arrest nr. 152/2022 van 17 november 2022

De aansprakelijkheidsgrond voor de kennelijke grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement bevond zich vroeger in het vennootschapsrecht voor de BVBA, CVBA en NV (art. 265, 409 en 530 W.Venn.) en thans in het insolventierecht voor alle rechtspersonen en vennootschappen (art. XX.225 WER – zie hier over de IPR-motivatie voor deze verplaatsing – zie hier een cassatie-arrest over de bewijslast bij de uitzondering).

Onder het WER geldt er een uitzondering op deze aansprakelijkheidsgrond voor alle ‘kleine ondernemingen’ (zoals gedefinieerd in art. XX.225 § 2 WER). Dit is een herneming van de uitzondering die gold in art. 265 en 409 W.Venn. voor de BVBA en de CVBA. Voor de NV was onder het regime van het W.Venn., anders dan vandaag, géén carve-out voor ‘kleine NV’s’. Het oude recht blijft relevant voor de beoordeling van gedragingen die gebeurden vóór Boek XX WER op 1 mei 2018 van toepassing werd.

In een arrest van vorige week 17 november 2022 diende het Grondwettelijk Hof zich uit te spreken over de vraag of oud art. 530 W.Venn. het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt in zoverre het niet voorziet in een uitsluiting van aansprakelijkheid voor de bestuurders van gefailleerde ‘kleine’ NV’s, terwijl die uitsluiting wel ten goede komt aan de zaakvoerders of bestuurders van gefailleerde kleine BVBA’s en CVBA’s.

Continue reading “Het Grondwettelijk Hof en de bijzondere aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout bij faillissement”

John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor

Opening lecture: 14 November 2022: ‘The Corporation as a Social Actor’

The 2022 Dieter Heremans Lectures in Law & Economics at KU Leuven (Belgium) will be given by Professor John Armour, Professor of Law and Finance at Oxford University.

The opening lecture on ‘The Corporation as a Social Actor‘ will take place on 14 November 2022, at 10 a.m. at Naamsestraat 22, 3000 Leuven, Belgium (Promotiezaal).

The lecture is free, but please register here.

John Armour is Professor of Law and Finance at Oxford University and a Fellow of the  British Academy and the European Corporate Governance Institute.  He was previously a member of the Faculty of Law and the interdisciplinary Centre for Business Research at the University of Cambridge. He studied law (MA, BCL) at the University of Oxford and then at Yale Law School (LLM). He has held visiting posts at various institutions including the University of Auckland, the University of Chicago, Columbia Law School, the University of Frankfurt, the Max Planck Institute for Comparative Private Law in Hamburg, the University of Pennsylvania Law School and the University of Sydney.

The other lectures are:

Continue reading “John Armour (Oxford) will give the Heremans lectures at KU Leuven: The Corporation as a Social Actor”

Postuniversitaire opleiding Curatoren & Vereffenaars: inschrijven kan nog

De avondopleiding Curator-Vereffenaar van KU Leuven en UAntwerpen in nauw overleg met de Ondernemingsrechtbanken is intussen een vaste waarde. In oktober start een nieuwe editie van deze postuniversitaire opleiding. Het betreft opnieuw een dubbele editie die van start gaat in Kortrijk en Brugge en wordt hernomen in Leuven en Antwerpen.

Continue reading “Postuniversitaire opleiding Curatoren & Vereffenaars: inschrijven kan nog”

Cassatie over de aansprakelijkheid van de overdrager van niet volstorte aandelen in een BVBA: Roma locuta (bis)

Cass. 2 september 2022

De aantrekkelijkheid van een vennootschap met zgn. beperkte aansprakelijkheid, is dat de aandelen erin in beginsel nooit een negatieve waarde kunnen krijgen. Dat maakt aandelen een uitzonderlijk goed. Zelfs als de vennootschap failliet is en de schulden de activa overtreffen, zal de waarde van een aandeel nooit minder zijn dan nihil. Dat is anders voor de meeste assets (denk aan handelfondsen, honden of gronden) die een negatieve waarde kunnen hebben.

Dit voordeel brengt gevaren met zich, met name dat aandeelhouders worden uitgenodigd om een roekeloos beleid voor te staan. Eén (en wellicht het belangrijkste) antwoord hierop van het recht is dat die aandeelhouders betrekkelijk weinig te zeggen hebben. De meeste beslissingen liggen bij de bestuurders, die door de regels inzake bestuursaansprakelijkheid worden afgeremd om all the way ten koste van derden de belangen van die aandeelhouders na te streven.

Een ander antwoord hierop zijn de regels inzake het kapitaal, vandaag nog van toepassing in de NV, kunnen worden gezien als een vorm van objectieve aandeelhoudersaansprakelijkheid: ten belope van zijn inbreng voelt de aandeelhouder rechtstreeks een negatieve impact in zijn persoonlijk vermogen. Dat is het meest duidelijk door het deel dat nog niet werd volstort. Dat kan, doorgaans door de curator, nog bij de aandeelhouder worden opgevraagd.

Een nog uitstaande volstortingsplichting maakt dan ook dat een aandeel wel een negatieve waarde kan (en bij faillissement: zal) hebben.

Verplichtingen kunnen uiteraard niet zomaar worden overgedragen met bevrijding van de oorspronkelijk schuldenaar. Het risico bestaat immers dat de verplichting wordt overgedragen aan een niet of minder solvabel rechtssubject. Wat gebeurt er dan met de volstortingsverplichting van de oorspronkelijke aandeelhouder na overdracht van de aandeelhouder.

Continue reading “Cassatie over de aansprakelijkheid van de overdrager van niet volstorte aandelen in een BVBA: Roma locuta (bis)”

De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties

J. Vananroye, “Respecteert het overgangsrecht van het WVV de rechtmatige verwachtingen”, in Liber Amicorum Xavier Dieux, 2022, 647-660.

In zijn magistraal proefschrift Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui analyseert Professor Dieux de rol van het respect voor de rechtmatige verwachtingen van anderen in privaatrechtelijke verhoudigingen (X. Dieux, Le respect dû aux anticipations légitimes d’autrui. Essai sur la genèse d’un principe général de droit, Brussel, Bruylant, 1995, 286 p.).

De daar ontwikkelde these is een prachtige illustratie van de objectivering van het privaatrecht in de loop van de twintigste eeuw. Subjectieve noties zoals wil of nalatigheid verloren hun centrale plaats. Ze werden afgezwakt, aangevuld of vervangen door objectieve noties als vertrouwen, risico, redelijkheid en billijkheid, maatschappelijke verwachtingen. Enkele voorbeelden daarvan: het erkennen van het bestaan van risico-aansprakelijkheid, de invoering van nieuwe gronden van objectieve aansprakelijkheid, de objectivering van het gemeenrechtelijke foutbegrip, de opkomst van de objectieve goede trouw, de objectivering van de ‘subjectieve’ goede trouw, het erkennen van de rol van het vertrouwen bij de totstandkoming van verbintenissen… Men neme de inhoudstafel van voornoemd proefschrift en men kan dit makkelijk verder aanvullen.

Elders heb ik proberen aan te tonen dat deze objectivering van het privaatrecht nauw verband houdt met het toenemend belang van rechtspersonen (en andere organisaties) in de laatste tweehonderd jaar (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 792). Subjectieve noties als wil, fout, opzet, bedrog … die zijn uitgedacht op maat van natuurlijke personen, zijn immers moeilijk toe te passen op ‘zielloze’ organisaties zoals een rechtspersoon. Ik beëindigde die bijdrage uit 2004 met de volgende reflecties: “De toekomst zal uitwijzen of zich rond het begrip organisatie een nieuwe breuklijn in het privaatrecht gaat vormen, ter vervanging van klassieke distinguo’s zoals commercieel/burgerlijk of rechtspersoon/natuurlijk persoon.” (J. Vananroye, “Toerekening aan rechtspersonen en andere organisaties”, TPR 2004, 793)

Die evolutie heeft zich inderdaad voorgedaan met de invoering door de Wet Hervorming Ondernemingsrecht van 15 april 2018 van het huidige art. I.1, 1° WER. Deze definitie van ‘onderneming’ (onder meer gebruikt voor het insolventierecht, het bewijsrecht in het BW en de bevoegdheidsomschrijving van de ondernemingsrechtbank in het Ger.W.) stelt het begrip ‘organisatie’ centraal. Het kwam in de plaats van de handelaar als aanknooppunt van regels en erkent naast de natuurlijke en rechtspersoon ook ‘organisaties zonder rechtspersoonlijkheid’.

Het zal niet verbazen dat met het toenemende belang van onstoffelijke organisaties, vooral in het economische verkeer maar dus ook in de wetgeving, ook de these van Professor Dieux vandaag – in het Nederlands meestal onder de vlag ‘vertrouwensbeginsel’ – stand heeft gehouden en enkel maar aan belang heeft gewonnen (zie bv. B. Verheye, “Schijnvertegenwoordiging en vertrouwensleer revisited”, RW 2020-21, 1176, nr. 22 e.v.).

Continue reading “De vertrouwensleer: symptoom van de objectivering van het privaatrecht, op zijn beurt symptoom van het toegenomen belang van onstoffelijke organisaties”

Leve ons (voor één keer)

In de link hier kan u het openingspraatje zien van de disputatio van eerder deze week, met een korte reflectie op vijf jaar Corporate Finance Lab.

Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)

Lustrum Corporate Finance Lab

Voor de studienamiddag op 1 juni e.k. te Leuven zijn op dit ogenblik meer dan 200 deelnemers ingeschreven. Dat is een mooie opkomst voor een academische oefening van bijna duizend jaar oud, waarbij zes doctores drie vragen telkens een uur lang fileren.

Omdat vele deelnemers via livestream volgen is het mogelijk alsnog in te schrijven (EUR 75 met koffiepauze en receptie). De studiedag is voor 4 punten erkend door OVB, IBJ en Nationale Kamer van Notarissen. Voor magistraten, gerechtelijke stagiairs en personeelsleden neemt het IGO de kosten ten laste.

Wie voorbereid aan het debat wil deelnemen vindt hier de digitale documentatiemap (in opbouw).

Na de aankondiging van het event heb ik quasi onmiddellijk afgesproken met een collega om gezamenlijk af te zakken naar Leuven. De onderwerpen, het concept en de keuze van de disputanten garanderen een erg interessante en –  in het genre – zelfs leuke namiddag.

Een rechter in een Ondernemingsrechtbank

Programma

Continue reading “Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)”

Weg met de deficitaire vereffening?

De vennootschap die in vereffening wordt gesteld, blijft krediet genieten wanneer haar schuldeisers hun vertrouwen in deze beslissing en in het verloop van de vereffening behouden, voor zover dit vertrouwen op regelmatige en transparante wijze wordt verkregen. De vennootschap, waarvan de ontbinding gebeurt met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers of, waarvan de ontbinding toelaat te ontsnappen aan de bijzondere aansprakelijkheden die verbonden zijn aan de staat van faillissement of aan het in vraag stellen van handelingen die werden gesteld tijdens de verdachte periode, waarbij de ontbinding plaatsvindt in hun nadeel, steunt niet op het vertrouwen van de schuldeisers, zelfs wanneer deze hun wantrouwen niet zouden hebben geuit.

Zo kan de rechtspraak van het Hof van Cassatie worden samengevat sinds het arrest van 5 juni 2020 (dat u eerst op deze blog las en dat sindsdien enkele van de beste pennen in het vennootschaps- en insolventierecht heeft bewogen). Frapperend in dit arrest is dat het arrest a quo niet werd verbroken, ook al sprak het slechts van aanwijzingen dat de vereffening van de schuldeisers benadeelt (R. Aydogdu, “La failliet des liquidations déficitaires: The Usual Suspects”, TBH/RDC 2021, 609).

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”

Deficitaire vereffening – soorten van aandelen – komende regels collectief akkoord: studiemiddag op 1 juni 2022

Naar aanleiding van 5 jaar Corporate Finance Lab organiseert het Instituut voor Handels- en Economisch Recht op woensdag 1 juni 2022 te Leuven een studienamiddag over enkele actuele thema’s in de interessesfeer van de blog:

  • Deficitaire vereffening. Als vaststaat dat een ontbonden vennootschap haar schulden niet kan betalen, is er een staat van faillissement, toch? Niet noodzakelijk volgens rechtspraak van het Hof van Cassatie dat de faillissementsvoorwaarden creatief invult bij een deficitaire vereffening (o.a. Cass. 14 januari 2005, RW 2005-06, 429). Deze rechtspraak introduceerde daarmee de ‘debtor in possession‘ voor dit hip werd op het continent. Is dit wel verantwoord, nu de vereffenaar op vlak van onafhankelijkheid en qua bevoegdheden niet dezelfde waarborgen biedt als een curator. Kwam het Hof niet in belangrijke mate terug op haar rechtspraak met het arrest van 5 juni 2020, dat het makkelijker maakte om een ontbinden vennootschap in de faillissementsprocedure te dwingen. En wordt het idee van de ‘debtor in possession’ nu niet beter gerealiseerd in de procedure van de gerechtelijke reorganisatie. Robbie Tas (KU Leuven, advocaat) en Jasper Van Eetvelde (KU Leuven, advocaat) pleiten respectievelijk tegen en voor de mogelijkheid van een deficitaire vereffening.

  • Soorten van aandelen. Het WVV laat grote creativiteit toe bij het vormgeven van de rechten van aandelen. Ongelijke rechten leiden tot vorming van soorten aandelen. Voor wijzigingen van soorten van aandelen is een bijzondere procedure voorzien, met bijzondere meerderheden in elke soort. Het is daarbij voor de praktijk niet duidelijk wat het toepassingsgebied is van deze procedure (zie o.a. Carl Clottens, TRV-RPS 2022, 3 -4: ‘de bijzondere procedure [moet] te pas en te onpas worden toegepast’). Hans De Wulf (UGent) en Marieke Wyckaert (KU Leuven) zullen, vertrekkend vanuit een concrete stelling waarover ze van mening verschillen, hun licht laten schijnen over de regels van soorten in het WVV (ook waar ze het eens zijn).

  • Nieuwe regels gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord. Het gros van de bepalingen van de Herstructureringsrichtlijn moet tegen 17 juni 2022 worden geïmplementeerd in het Belgische recht. Aangezien er nog geen voorontwerp is (wel een voor-voorontwerp waarvan we begrijpen dat het momenteel politiek wordt besproken binnen de meerderheid), is het een veilige voorspelling dat dit wellicht niet tijdig zal lukken. Een opvallende vernieuwing die de Herstructureringsrichtlijn oplegt (althans minstens voor ondernemingen die geen kmo’s zijn), is het stemmen in categorieën/klassen. Dit doet een aantal vragen rijzen. Waarom wordt er gestemd in categorieën? Hoe moet een categorie worden samengesteld? Moet de Belgische wetgever gebruikmaken van de mogelijkheid om kmo’s uit te sluiten van de verplichting om te stemmen in categorieën? Neen op die laatste vraag, volgens Frederik De Leo (KU Leuven en UHasselt, advocaat), jawel volgens Dominique De Marrez (KU Leuven, advocaat). Aangezien beide opponenten het oor van de wetgever hebben, zal hun discussie ook inzicht geven in wat de plannen zijn van de steller van het ontwerp van Belgische implementatiewet.

De studiemiddag gebruikt het antieke en hypermoderne format van een dispuut: elke sessie vertrekt van een stelling, die door één spreker wordt verdedigd, en door een andere wordt aangevallen. Er is daarbij ruimte voor vragen en inbreng door het publiek. Bij een middeleeuwse disputatio kreeg de magister één dag om te concluderen rond de vraag, op 1 juni zal professor Xavier Dieux (ULB) meteen zijn slotbeschouwingen geven bij de drie thema’s.

Inschrijvingsprijs is 75 EUR en omvat een koffiepauze en receptie. Erkenning bij OVB, Nationale Kamer Notarissen en IBJ voor 4 punten. Erkend door IGO. Deelname kan fysiek of via livestream. Inschrijven kan hier.

Save the date: ‘disputatio publica’ n.a.v. 5 jaar Corporate Finance Lab – Leuven, 1 juni 2022, namiddag

Corporate Finance Lab bestaat dit jaar vijf jaar en dat willen we op middeleeuwse wijze academisch met u vieren met een traditionele disputatio.

Deze academische oefening bestaat uit een puntige stelling, met een respondens die pro de stelling argumenteert en een opponens die contra is. Traditioneel was het de proef op het einde van de bachelor-opleiding. De winnende student slaagde, de andere niet. Een slaagcijfer van 50%, daar zou vandaag uiteraard elke bachelor-student voor tekenen.

De befaamde 95 stellingen van Luther waren een uitnodiging tot een disputatio. Ook veel andere historische en fictieve disputen bevonden zich in de religieuse sfeer, van het dispuut over het heilig Sacrament van Rubens in de Antwerpse Sint-Pauluskerk (waar de kerkvaders zo gepassioneerd discussieren dat ze het mirakel niet zien), het dispuut tussen de Fransciscanen en de inquisitie in Eco’s De naam van de roos of de infame disputen tussen christenen en joden die niet zelden uitmondden in een pogrom.

Zo ver willen we het niet laten komen en we houden het aardser met enkele stellingen over het geldende recht die de praktijk bezig houden:

  • Professor Robbie Tas en Dr. Jasper Van Eetvelde over de deficitaire vereffening (mede in het licht van recente cassatie-rechtspraak daarover)
  • Professor Dominique De Marez en Professor Frederik De Leo over de goedkeuring van het herstelplan in de gerechtelijke reorganisatie en de rol van de aandeelhouder in dat plan
  • Professor Hans De Wulf en Professor Marieke Wyckaert over de wijziging van soortrechten van aandelen

Daarmee komt het dispuut terug thuis, want de jurist kan natuurlijk niet anders dan het rechtsgeding zien als de inspiratiebron van de disputatio. Corporate Finance Lab hoopt hiermee te doen wat, op goede dagen, hopelijk de huisstijl is: op een gevatte manier actuele informatie brengen, een mix maken tussen oud en nieuw, en bovenal debatten die in de academie en de prakijk sluimeren in de voetnoten duidelijk en spannend articuleren.

Waar: Leuven, auditorium Zeger van Hee
Wanneer: woensdag 1 juni 2022, namiddag

We voorzien een democratische prijs en een erkenning door de relevante overheden. Inschrijven kan hier.

Dispuut over het Heilig Sacrament (Sint-Pauluskerk, Antwerpen)

Over de aansprakelijkheid van feitelijke bestuurders

De bepalingen inzake bestuursaansprakelijkheid van Boek 2 WVV gelden voor de leden van het bestuursorgaan, het dagelijks bestuur én “alle andere personen die ten aanzien van de rechtspersoon werkelijke bestuursbevoegdheid hebben of hebben gehad” (art. 2:56, eerste lid WVV). Die laatste omschrijving heeft als doel om de zgn. ‘feitelijke bestuurders’ te vatten.

De feitelijke bestuurder werd voor het eerst vermeld in de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid (oude art. 265, 409 en 530 W.Venn.). Intussen maakt de feitelijk bestuurder ook deel uit van het toepassingsgebied van de andere faillissementsaansprakelijkheden van Boek XX WER. Het WVV zet die trend voort door de regels voor bestuurdersaansprakelijkheid in art. 2:56-57 WVV toepasselijk te maken op feitelijke bestuurders, en laat zich ter zake inspireren door de omschrijving in art. XX.225-227 WER (“alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de onderneming werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad”). Deze feitelijke bestuurders zijn, luidens de memorie van toelichting, op dezelfde manier aansprakelijk als formeel benoemde bestuurders(Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 3119/001, 59).

In haar algemeenheid is die laatste bewering verstrekkend en wellicht te verstrekkend. Het komt ons voor dat de memorie van toelichting hier te weinig onderscheid maakt tussen de verschillende soorten feitelijke bestuurders en de verschillende soorten fouten.

Continue reading “Over de aansprakelijkheid van feitelijke bestuurders”

%d bloggers like this: