De bescherming van de rechten van de mens door een rechtspersoon: een nieuwe rechtsvordering in het collectief belang

Art. 17 Ger.W. gewijzigd en de rechtsvorderingen ter bescherming van collectieve belangen op mekaar afgestemd

Artikel 137 van de Wet van 21 december 2018  houdende diverse bepalingen betreffende justitie (Staatsblad 31 december 2018) vult artikel 17 van het Ger.W. (vereiste van hoedanigheid en belang)  aan met de volgende alinea:

“De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden:
1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang;
2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na;
3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel;
4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.”

Continue reading “De bescherming van de rechten van de mens door een rechtspersoon: een nieuwe rechtsvordering in het collectief belang”

Save the date: studieavond ‘grondige studie insolventierecht’ UA op 19 december 2018

Naar jaarlijkse traditie organiseren de studenten van de grondige studie insolventierecht aan de Universiteit Antwerpen opnieuw een studieavond, onder begeleiding van prof. dr. Stijn De Dier en prof. dr. Melissa Vanmeenen. Op de elfde editie van deze studieavond worden specifieke thema’s belicht binnen de wetgevende wijzigingen die het insolventierecht in 2018 heeft gekend.

De studieavond gaat door op woensdag 19 december 2018 om 19 u in aula R002 Stadscampus UA, Rodestraat 14, Antwerpen, gebouw R. Deelname is gratis en iedereen is welkom.

Een uitgebreider programma volgt na de selectie van studenten die hun essay mogen presenteren.

Immuniteit van de uitvoeringsagent, collectieve schade, afgeleide schade: meer insolventierecht dan verbintenissenrecht

De allocatieve functie van enkele verbintenisrechtelijke regels

De insolventiehypothese, samenloop of collectieve insolventieprocedures zijn in de Code civil opvallend nagenoeg afwezig. Insolventierecht is nochtans in het Belgische privaatrecht een onzichtbare kracht waarrond vele regels van vermogensrecht graviteren.  Het insolventierecht  legt de ware aard bloot van verbintenisrechtelijke figuren” zoals de immuniteit van de uitvoeringsagent of het onderscheid tussen afgeleide en persoonlijke schade. Deze regels vinden we in het verbintenissenrecht, maar ze hebben een belangrijke allocatieve functie bij de insolventie van een partij. Deze regels wijzen schulden en schuldvorderingen toe aan het vermogen van één rechtssubject, om te verhinderen dat de regels inzake de rangorde bij samenloop worden omzeild. Continue reading “Immuniteit van de uitvoeringsagent, collectieve schade, afgeleide schade: meer insolventierecht dan verbintenissenrecht”

‘Enterprise liability’ for entities of a group?

Allowing creditors of one member of a corporate group to pierce horizontally to reach the assets of other members

Belgian private law is traditionally very distrustful of asset partitioning in the shape of both owner shielding and entity shielding. It has inherited from the 19th century French doctrine (Aubry & Rau) the idea that: (i) only persons have an estate; and (ii) every person has only one estate. An ‘estate’ (‘vermogen’ / ‘patrimoine’) is a pool of assets which serves as collateral for a pool of liabilities. Accordingly, the traditional théorie du patrimoine entails that a person cannot have separate pools of assets which serve as collateral for separate pools of liabilities. This theory betrays a strong distrust of asset partitioning, both internal and external.

In the beginning of the 19th century the rule ‘one person, one and only one estate’ was generally understood as referring to natural persons. The incorporation of legal persons, particularly of legal persons with owner shielding (limited liability), was exceptional and restricted. It was limited to certain types of activities and subject to governmental authorization. As a result, the 19th century doctrine of ‘one person, one and only one estate’, while at face value barely modified, presently has completely different practical consequences. Presently a natural person can easily incorporate, control and benefit from, one or more legal persons.

This raises the important question: Why is the traditional animus against asset partitioning not an issue, or less so,  in case the technique of the corporate form with legal personality is used to bring about such asset partitioning? Continue reading “‘Enterprise liability’ for entities of a group?”

The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law

Donner et retenir ne vaut: a rule protecting personal creditors

In the French-Belgian legal tradition the technique of the legal person was restricted during the 19th century to entities with a ‘for profit’ nature, i.e. entities geared towards the distribution of the profits towards members. The distrust of non-profit entities should partially be understood as a legacy of the French Revolution and the cultural, political and social struggles of the 19th century (a distrust of intermediary bodies, a hostile attitude towards religious organizations, guilds and trade unions;) (J. Vananroye, Morele wezens en wetsontduikende monniken, opening address at the Belgian Supreme Court on the occasion of the opening of the judicial year 2012, Antwerp, Intersentia, 2012, 2, nr. 2).

A present-day justification of a positive bias towards ‘for profit’ entities would be this: the legal obligation to distribute any profits causes the shares of the shareholders to be a valuable bundle of rights; this makes the shares into an economically valuable asset which can be seized by the personal creditors of the shareholders; and this in turn mitigates the harmful effects of asset partitioning for these personal creditors. Continue reading “The relevance of rules constraining or enjoining distributions in organizational law”

Huil niet om het handelsrecht

Elegie voor een levende

Rond het ogenblik waarop deze blogpost verschijnt sluiten de griffies van de Belgische rechtbanken van koophandel voor altijd hun deuren.  Na Allerheiligen zullen de ondernemingsrechtbanken open gaan. Vannacht om middernacht verdwijnt het begrip ‘koopman’ uit het Belgisch recht en daarmee ook het handelsrecht.

Vergis u niet. Dit is de ultieme triomf van het handelsrecht. Het handelsrecht is niet overbodig geworden. Integendeel, het handelsrecht heeft gezegevierd en het burgerlijk recht overgenomen. Daarmee is het als aparte discipline niet meer nodig.  Continue reading “Huil niet om het handelsrecht”

Het `Dirix-effect´

Tijdens een campusinterview in mijn derde licentie merkte een hiring partner van een internationaal advocatenkantoor op dat ik één van de velen was met zekerheden- en executierecht bij mijn interesses. Dit werd omcirkeld op mijn CV; ernaast schreef hij: Dirix-effect.

Het Dirix-effect heeft het Belgische privaatrecht diepgaand beïnvloed. Continue reading “Het `Dirix-effect´”