Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)

Lustrum Corporate Finance Lab

Voor de studienamiddag op 1 juni e.k. te Leuven zijn op dit ogenblik meer dan 200 deelnemers ingeschreven. Dat is een mooie opkomst voor een academische oefening van bijna duizend jaar oud, waarbij zes doctores drie vragen telkens een uur lang fileren.

Omdat vele deelnemers via livestream volgen is het mogelijk alsnog in te schrijven (EUR 75 met koffiepauze en receptie). De studiedag is voor 4 punten erkend door OVB, IBJ en Nationale Kamer van Notarissen. Voor magistraten, gerechtelijke stagiairs en personeelsleden neemt het IGO de kosten ten laste.

Wie voorbereid aan het debat wil deelnemen vindt hier de digitale documentatiemap (in opbouw).

Na de aankondiging van het event heb ik quasi onmiddellijk afgesproken met een collega om gezamenlijk af te zakken naar Leuven. De onderwerpen, het concept en de keuze van de disputanten garanderen een erg interessante en –  in het genre – zelfs leuke namiddag.

Een rechter in een Ondernemingsrechtbank

Programma

Continue reading “Last call: disputatio woensdag 1 juni 2022 (vereffening, soortvorming aandelen, gerechtelijke reorganisatie)”

Weg met de deficitaire vereffening?

De vennootschap die in vereffening wordt gesteld, blijft krediet genieten wanneer haar schuldeisers hun vertrouwen in deze beslissing en in het verloop van de vereffening behouden, voor zover dit vertrouwen op regelmatige en transparante wijze wordt verkregen. De vennootschap, waarvan de ontbinding gebeurt met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers of, waarvan de ontbinding toelaat te ontsnappen aan de bijzondere aansprakelijkheden die verbonden zijn aan de staat van faillissement of aan het in vraag stellen van handelingen die werden gesteld tijdens de verdachte periode, waarbij de ontbinding plaatsvindt in hun nadeel, steunt niet op het vertrouwen van de schuldeisers, zelfs wanneer deze hun wantrouwen niet zouden hebben geuit.

Zo kan de rechtspraak van het Hof van Cassatie worden samengevat sinds het arrest van 5 juni 2020 (dat u eerst op deze blog las en dat sindsdien enkele van de beste pennen in het vennootschaps- en insolventierecht heeft bewogen). Frapperend in dit arrest is dat het arrest a quo niet werd verbroken, ook al sprak het slechts van aanwijzingen dat de vereffening van de schuldeisers benadeelt (R. Aydogdu, “La failliet des liquidations déficitaires: The Usual Suspects”, TBH/RDC 2021, 609).

Continue reading “Weg met de deficitaire vereffening?”

Deficitaire vereffening – soorten van aandelen – komende regels collectief akkoord: studiemiddag op 1 juni 2022

Naar aanleiding van 5 jaar Corporate Finance Lab organiseert het Instituut voor Handels- en Economisch Recht op woensdag 1 juni 2022 te Leuven een studienamiddag over enkele actuele thema’s in de interessesfeer van de blog:

  • Deficitaire vereffening. Als vaststaat dat een ontbonden vennootschap haar schulden niet kan betalen, is er een staat van faillissement, toch? Niet noodzakelijk volgens rechtspraak van het Hof van Cassatie dat de faillissementsvoorwaarden creatief invult bij een deficitaire vereffening (o.a. Cass. 14 januari 2005, RW 2005-06, 429). Deze rechtspraak introduceerde daarmee de ‘debtor in possession‘ voor dit hip werd op het continent. Is dit wel verantwoord, nu de vereffenaar op vlak van onafhankelijkheid en qua bevoegdheden niet dezelfde waarborgen biedt als een curator. Kwam het Hof niet in belangrijke mate terug op haar rechtspraak met het arrest van 5 juni 2020, dat het makkelijker maakte om een ontbinden vennootschap in de faillissementsprocedure te dwingen. En wordt het idee van de ‘debtor in possession’ nu niet beter gerealiseerd in de procedure van de gerechtelijke reorganisatie. Robbie Tas (KU Leuven, advocaat) en Jasper Van Eetvelde (KU Leuven, advocaat) pleiten respectievelijk tegen en voor de mogelijkheid van een deficitaire vereffening.

  • Soorten van aandelen. Het WVV laat grote creativiteit toe bij het vormgeven van de rechten van aandelen. Ongelijke rechten leiden tot vorming van soorten aandelen. Voor wijzigingen van soorten van aandelen is een bijzondere procedure voorzien, met bijzondere meerderheden in elke soort. Het is daarbij voor de praktijk niet duidelijk wat het toepassingsgebied is van deze procedure (zie o.a. Carl Clottens, TRV-RPS 2022, 3 -4: ‘de bijzondere procedure [moet] te pas en te onpas worden toegepast’). Hans De Wulf (UGent) en Marieke Wyckaert (KU Leuven) zullen, vertrekkend vanuit een concrete stelling waarover ze van mening verschillen, hun licht laten schijnen over de regels van soorten in het WVV (ook waar ze het eens zijn).

  • Nieuwe regels gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord. Het gros van de bepalingen van de Herstructureringsrichtlijn moet tegen 17 juni 2022 worden geïmplementeerd in het Belgische recht. Aangezien er nog geen voorontwerp is (wel een voor-voorontwerp waarvan we begrijpen dat het momenteel politiek wordt besproken binnen de meerderheid), is het een veilige voorspelling dat dit wellicht niet tijdig zal lukken. Een opvallende vernieuwing die de Herstructureringsrichtlijn oplegt (althans minstens voor ondernemingen die geen kmo’s zijn), is het stemmen in categorieën/klassen. Dit doet een aantal vragen rijzen. Waarom wordt er gestemd in categorieën? Hoe moet een categorie worden samengesteld? Moet de Belgische wetgever gebruikmaken van de mogelijkheid om kmo’s uit te sluiten van de verplichting om te stemmen in categorieën? Neen op die laatste vraag, volgens Frederik De Leo (KU Leuven en UHasselt, advocaat), jawel volgens Dominique De Marrez (KU Leuven, advocaat). Aangezien beide opponenten het oor van de wetgever hebben, zal hun discussie ook inzicht geven in wat de plannen zijn van de steller van het ontwerp van Belgische implementatiewet.

De studiemiddag gebruikt het antieke en hypermoderne format van een dispuut: elke sessie vertrekt van een stelling, die door één spreker wordt verdedigd, en door een andere wordt aangevallen. Er is daarbij ruimte voor vragen en inbreng door het publiek. Bij een middeleeuwse disputatio kreeg de magister één dag om te concluderen rond de vraag, op 1 juni zal professor Xavier Dieux (ULB) meteen zijn slotbeschouwingen geven bij de drie thema’s.

Inschrijvingsprijs is 75 EUR en omvat een koffiepauze en receptie. Erkenning bij OVB, Nationale Kamer Notarissen en IBJ voor 4 punten. Erkend door IGO. Deelname kan fysiek of via livestream. Inschrijven kan hier.

Save the date: ‘disputatio publica’ n.a.v. 5 jaar Corporate Finance Lab – Leuven, 1 juni 2022, namiddag

Corporate Finance Lab bestaat dit jaar vijf jaar en dat willen we op middeleeuwse wijze academisch met u vieren met een traditionele disputatio.

Deze academische oefening bestaat uit een puntige stelling, met een respondens die pro de stelling argumenteert en een opponens die contra is. Traditioneel was het de proef op het einde van de bachelor-opleiding. De winnende student slaagde, de andere niet. Een slaagcijfer van 50%, daar zou vandaag uiteraard elke bachelor-student voor tekenen.

De befaamde 95 stellingen van Luther waren een uitnodiging tot een disputatio. Ook veel andere historische en fictieve disputen bevonden zich in de religieuse sfeer, van het dispuut over het heilig Sacrament van Rubens in de Antwerpse Sint-Pauluskerk (waar de kerkvaders zo gepassioneerd discussieren dat ze het mirakel niet zien), het dispuut tussen de Fransciscanen en de inquisitie in Eco’s De naam van de roos of de infame disputen tussen christenen en joden die niet zelden uitmondden in een pogrom.

Zo ver willen we het niet laten komen en we houden het aardser met enkele stellingen over het geldende recht die de praktijk bezig houden:

  • Professor Robbie Tas en Dr. Jasper Van Eetvelde over de deficitaire vereffening (mede in het licht van recente cassatie-rechtspraak daarover)
  • Professor Dominique De Marez en Professor Frederik De Leo over de goedkeuring van het herstelplan in de gerechtelijke reorganisatie en de rol van de aandeelhouder in dat plan
  • Professor Hans De Wulf en Professor Marieke Wyckaert over de wijziging van soortrechten van aandelen

Daarmee komt het dispuut terug thuis, want de jurist kan natuurlijk niet anders dan het rechtsgeding zien als de inspiratiebron van de disputatio. Corporate Finance Lab hoopt hiermee te doen wat, op goede dagen, hopelijk de huisstijl is: op een gevatte manier actuele informatie brengen, een mix maken tussen oud en nieuw, en bovenal debatten die in de academie en de prakijk sluimeren in de voetnoten duidelijk en spannend articuleren.

Waar: Leuven, auditorium Zeger van Hee
Wanneer: woensdag 1 juni 2022, namiddag

We voorzien een democratische prijs en een erkenning door de relevante overheden. Inschrijven kan hier.

Dispuut over het Heilig Sacrament (Sint-Pauluskerk, Antwerpen)

Over de aansprakelijkheid van feitelijke bestuurders

De bepalingen inzake bestuursaansprakelijkheid van Boek 2 WVV gelden voor de leden van het bestuursorgaan, het dagelijks bestuur én “alle andere personen die ten aanzien van de rechtspersoon werkelijke bestuursbevoegdheid hebben of hebben gehad” (art. 2:56, eerste lid WVV). Die laatste omschrijving heeft als doel om de zgn. ‘feitelijke bestuurders’ te vatten.

De feitelijke bestuurder werd voor het eerst vermeld in de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid (oude art. 265, 409 en 530 W.Venn.). Intussen maakt de feitelijk bestuurder ook deel uit van het toepassingsgebied van de andere faillissementsaansprakelijkheden van Boek XX WER. Het WVV zet die trend voort door de regels voor bestuurdersaansprakelijkheid in art. 2:56-57 WVV toepasselijk te maken op feitelijke bestuurders, en laat zich ter zake inspireren door de omschrijving in art. XX.225-227 WER (“alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de onderneming werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad”). Deze feitelijke bestuurders zijn, luidens de memorie van toelichting, op dezelfde manier aansprakelijk als formeel benoemde bestuurders(Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 3119/001, 59).

In haar algemeenheid is die laatste bewering verstrekkend en wellicht te verstrekkend. Het komt ons voor dat de memorie van toelichting hier te weinig onderscheid maakt tussen de verschillende soorten feitelijke bestuurders en de verschillende soorten fouten.

Continue reading “Over de aansprakelijkheid van feitelijke bestuurders”

Cass. 18 maart 2022: natuurlijke persoon met zelfstandige beroepsactiviteit is slechts onderneming indien hij ‘een eigen organisatie’ vormt

Cass. 18 maart 2022 (C.21.0006.F)

Mario D. was zaakvoerder van een BVBA, een immovennootschap. De vrederechter stelt een bewindvoerder aan over de persoon en de goederen van Mario. Deze bewindvoerder q.q. doet aangifte van het faillissement van de BVBA en van Mario zelf. Zoals bekend veronderstelt dit dat Mario een ‘onderneming’ is in de zin van art. XX.1, 1° al. 1 WER (zie definitie van ‘schuldenaar’ in art. XX.99 al. 1 WER). Het gaat hier om het zgn. ondernemingsbegrip in formele zin.

Er is geen andere activiteit waarop voor Mario de kwalificatie als onderneming wordt gesteund dan zijn (bezoldigde) bestuurstaak bij de immo-BVBA. (Parenthesis: dat een voorlopig bewindvoerder over een natuurlijke persoon ook de bevoegdheden van die natuurlijke natuurlijke persoon als vennootschapsbestuurder uitoefent, werd blijkbaar niet geproblematiseerd. Vanzelfsprekend is dit nochtans niet, al is het een pragmatische oplossing bij een vennootschap met wellicht één vennoot en één bestuurder.)

De Ondernemingsrechtbank te Henegouwen (25 november 2019) weigert het faillissement van Mario uit te spreken met als argument dat hij geen onderneming is. Dit wordt in beroep bevestigd door het Hof van Beroep te Bergen (14 juli 2020).

Uit het arrest blijken heel wat bijzondere omstandigheden: de gezondheidstoestand van de bestuurder liet al lang geen activiteiten toe, de bestuursvergoeding was minimaal, de vennootschap zelf leek een slapende vennootschap, ….

Daarmee werd een bekende discussie aan de orde gesteld, nl. of elke bestuurder van een vennootschap een onderneming in formele zin is. Zie eerder hier en verder o.a. A. Van Hoe en N. Appermont, “Iedereen onderneming: wat met vennootschapsbestuurders?”, TBH 2019, 494 e.v.; P. Moineau en F. Ernotte, “Les gérants et administrateurs personnes physiques face au nouveau droit de la faillite”, JLMB 2019, 697 e.v.; M. Roelants, “De kwalificatie van de natuurlijke persoon-bestuurder als onderneming na de Wet Hervorming Ondernemingsrecht”, TRV-RPS 2019, 104 e.v.; J. De Smet, “Het faillissement van zaakvoerders en bestuurders na de inwerkingtreding van Boek XX WER: moet er nog (drijf)zand zijn?”, TIBR 2019, 80 e.v..

Merk op dat, zoals in de meeste uitspraken waar dit een discussiepunt vormt, de vraag om de toepassing van de faillissementsprocedure uitgaat van de schuldenaar zelf (zij het hier middels een bewindvoerder). Het is niet een schuldeiser of het OM die een debiteur tegen zijn wil in de faillissementsprocedure wil trekken. Dit is een symptoom een insolventierecht voor ondernemingen dat grosso modo vriendelijker is voor natuurlijke personen-ondernemingen dan voor andere natuurlijke personen.

In een verrassende uitspraak van vorige vrijdag verwerpt het Hof van Cassatie het cassatieberoep tegen het Bergens arrest met een motivatie die veel verder gaat dan enkel de vennootschapsbestuurder en die verder gaat dan de zeer specifieke omstandigheden van het betrokken geschil:

Continue reading “Cass. 18 maart 2022: natuurlijke persoon met zelfstandige beroepsactiviteit is slechts onderneming indien hij ‘een eigen organisatie’ vormt”

De maatschap en de vereffening van haar onderneming – Cass. 30 september 2021

Cass. 30 september 2021 (C.210045.N)

Het Rechtskundig Weekblad nr. 23 van 5 februari 2022 (RW 2021-22, p. 900) publiceert een arrest van het Hof van Cassatie dd 30 september 2021 over de vereffening van een maatschap van Limburgse gerechtsdeurwaarders. (Voor zover ik kan nagaan werd dit arrest niet gepubliceerd in Juportal.)

Inzet van het geschil ten grond was de vraag of er door de rechtbank een vereffenaar diende te worden aangesteld voor de afwikkeling van de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen de maten.

Het arrest a quo van het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde dat er een maatschap was tussen de natuurlijke personen gerechtsdeurwaarders die hun arbeid inbrachten, waarbij het saldo van de winsten na betaling van de werkingskosten en de vergoedingen van gerechtsdeurwaarder 1 en 2 werden gereserveerd bij de BV van gerechtsdeurwaarder drie. Het Hof van Beroep oordeelde dat, omdat er geen sprake was van een onderneming in mede-eigendom tussen de maten, er geen vereffenaar diende te worden aangesteld bij afwezigheid van gezamenlijke eigendom. Het Hof van Cassatie vond dit in de geschetste omstandigheden geen verantwoording naar recht.

Continue reading “De maatschap en de vereffening van haar onderneming – Cass. 30 september 2021”

De ‘quasi’ in de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent

Cass. 4 februari 2022 (C.21/0278.F)

De aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten betreft de vraag in welke mate een contractuele schuldeiser een buitencontractuele vordering heeft indien een uitvoeringsagent van zijn schuldenaar door een onrechtmatige daad schade veroorzaakt aan deze contractuele schuldeisers. In de praktijk is een belangrijk toepassingsgeval de aansprakelijkheid van een bestuurder (C) van een rechtspersoon (B) t.a.v. een contractspartner (A) van die rechtspersoon.

In het huidige recht heeft de uitvoeringsagent, een verregaande immuniteit t.a.v. de contractuele schuldeiser van zijn opdrachtgever: A kan C in de regel niet aanspreken. Het oud BW zelf zwijgt hierover; deze immuniteit volgt uit vaststaande rechtspraak sinds het bekende Stuwadoors-arrest uit 1973 (Cass. 7 december 1973, NV Muller-Thomson en NV Wm. H. Muller & cot/ Royal Insurance Company Ltd, Arr. Cass. 1974, 1974, 395; JT 1974, 443; Pas. 1974, 376; RW 1973-1974, 1597, noot J. Herbots). Zie hier, hier en hier voor de wilde plannen m.b.t. de uitvoeringsagent in het ontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.

Een klassieke uitzondering op de immuniteit van de uitvoeringsagent betreft fouten die ook een misdrijf uitmaken (bv. onvrijwillige slagen en verwondingen). Vandaar dat er meestal sprake is van een ‘quasi-immuniteit’. Een arrest van het Hof van Cassatie van 4 februari 2022 behandelt de vraag of deze uitzondering op een burgerrechtelijke immuniteit veronderstelt dat de betrokken uitvoeringsagent voor de strafrechter werd vervolgd en veroordeeld.

Continue reading “De ‘quasi’ in de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent”

Is de vereffenaar een mini-curator?

Cass. 26 november 2021 (C.20.0572.F)

Een curator is de bewindvoerder van de faillissementsboedel. Die boedel bundelt de executierechten van de schuldeisers in het kader van het algemeen beslag op het vermogen van de debiteur. De curator heeft daardoor zowel de ‘partijrechten’ van de debiteur als ‘derdenrechten’ van de schuldeisers (bv. pauliana, bv. mogelijkheid om zich soms op niet-tegenwerpelijkheid te beroepen, bv. mogelijkheid om collectieve schade te vorderen die debiteur zelf buiten faillissement niet zou kunnen vorderen).

Een vereffenaar, aangesteld bij ontbinding van een rechtspersoon, is daarentegen een orgaan van de rechtspersoon. De vereffenaar heeft in beginsel enkel de rechten die de rechtspersoon zelf heeft. Dat geldt ook bij een deficitaire vereffening, die nochtans dezelfde situatie wil afwikkelen als een faillissement.

Er bestaan goede redenen voor dat verschil in bevoegdheden: de vereffenaar wordt doorgaans door de algemene vergadering van aandeelhouders aangesteld en biedt daarom niet dezelfde garanties inzake onafhankelijkheid als een curator. Het zou onverantwoord zijn dat de vereffenaar zoals een curator de rechten van de schuldeisers overneemt. (Daarmee is overigens niet gezegd dat er geen garanties zijn omtrent een ordentelijke vereffening, zie J. Van Eetvelde, Ontbinding en vereffening van vennootschappen, Proefschrift KU Leuven, 2022, 388 e.v.).

In een arrest van 26 november 2021 kon het Hof van Cassatie deze principes bevestigen m.b.t. de bevoegdheid inzake collectieve schade voor de vereffenaar van een commanditaire vennootschap: “[Si le liquidateur] exerce ses pouvoirs dans l’intérêt de la société et des créanciers, le liquidateur ne représente que la société et non les créanciers. Il ne peut dès lors mettre en œuvre que les actions qui appartiennent à la société.

Continue reading “Is de vereffenaar een mini-curator?”

De maatschap en aanverwante rechtsvormen

Bij die Keure verscheen Maatschap en aanverwante rechtsvormen (468 p., in reeks Leerstoel Professor C. Matheeussen) over de maatschap, de VOF en de CommV na het nieuwe vennootschaps-, insolventie- en ondernemingsrecht. Naast de rechtshistorische insteek die de trots is van deze reeks, bevat het boek bijdragen over het vermogen van de maatschap (Dominique De Marez), de rechten en plichten van vennoten en zaakvoerders (Frank Hellemans en Bert Keirsbilck), de VOF en CommV (Carl Clottens), UBO en fiscaliteit (Axel Haelterman) en een vergelijking tussen de maatschap en andere technieken van vermogensplanning en familiale opvolging (Bert Keirsbilck). Het boek is daarmee een product van de Master Vennootschapsrecht van de KU Leuven Campus Brussel.

Zelf schreef ik over de maatschap nieuwe stijl in het ondernemings-, insolventie en procesrecht (ook in het laatste nummer van TBH/RDC). Ik bespreek in de conclusie o.m. twee vragen: ‘waarom wordt de maatschap geen rechtspersoon genoemd?’ en ‘zou de maatschap beter geen rechtspersoon worden genoemd?’:

Continue reading “De maatschap en aanverwante rechtsvormen”

Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen

In rechtsreeks.be, het gedigitaliseerde archief van de bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven op initiatief van bibliothecaris Christophe Malliet (zie eerder hier) bevindt zich nu ook het proefschrift van Jeroen Delvoie over Orgaantheorie in rechtspersonen van privaatrecht (2010).

Toerekening aan rechtspersonen betreft de vraag wanneer schadeverwekkend handelen (met inbegrip van een stilzitten) kan worden toegerekend aan een rechtspersoon. Meestal wordt gesproken over het toerekenen van onrechtmatige daden aan de rechtspersoon, maar het gaat eigenlijk om het toerekenen van schadeveroorzakend handelen (dat op het niveau van rechtspersoon en natuurlijke persoon verschillend kan worden beoordeeld). Bij natuurlijke personen is de toerekeningsvraag een feitelijke kwestie (“wie heeft het gedaan?”). Bij een rechtspersoon dient ook een juridisch link te worden gelegd tussen het schadeverwekkend handelen enerzijds en het onstoffelijk rechtssubject dat de rechtspersoon is anderzijds.

Het voorontwerp van nieuw buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht geeft voor het eerst een expliciete regel hieromtrent met artikel 5.158, dat de aansprakelijkheid van rechtspersonen voor leden van bestuursorganen schoeit op de leest van de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde (hiervoor wordt intern verwezen naar artikel 5.157, dat de aansprakelijkheid van de aansteller voor zijn aangestelde regelt).

Continue reading “Toerekening van buitencontractueel schadeveroorzakend handelen aan rechtspersonen”

Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW

Het laatste nummer van het TPR is helemaal besteed aan bijdragen over het voorontwerp van wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek.

Met Olivier Roodhooft schreef ik een bijdrage in dit thema-nummer over (i) toerekening aan rechtspersonen en (ii) de aansprakelijkheid van uitvoeringsagenten (‘hulppersonen’) t.a.v. de contractuele schuldeiser van hun opdrachtgever.

Continue reading “Immuniteit van de uitvoeringsagent in het ontwerp-boek 5 (nieuw) BW”

Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten

De Grondwet heeft Huyttens en Van Overloop, de Code civil Locré en de Vennootschapswet van 1873 Guillery (Commentaire législatif de la loi du 18 mai 1873 sur les sociétés commerciales en Belgique, Brussel, Bruylant, 1878): een systematisch overzicht van de voorbereidende werken dat vertrekt vanuit de uiteindelijk goedgekeurde artikelen.

Voor wetenschappelijk onderzoek zijn dit werken van grote waarde. Het is dan ook erg gelukkig dat het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht op haar webpagina een compilatie van parlementaire voorbereidingen van het WVV ter beschikking stelt met met achtereenvolgens de per 1 september 2021 in voege zijnde wettekst, de tekst van wetsontwerp(en), voorontwerp(en), de memorie van toelichting en, in voorkomend geval, de toelichting bij goedgekeurde amendementen en passages uit de adviezen van de Raad van State.

Deze overzichten zijn oorspronkelijk opgesteld door mevrouw Filiz Korkmazer, die als gewezen adjunct-kabinetchef economisch recht op het kabinet van toenmalig minister van justitie Geens zeer nauw betrokken was in het traject van totstandkoming van het WVV, en alle werkgroepen en vergaderingen leidde (zie de toelichting bij de compilatie).

Continue reading “Parlementaire voorbereiding WVV artikelsgewijs ontsloten”

‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht

Verwijzingen naar niet langer bestaande of gewijzigde normatieve teksten

Wikipedia definiëert linkrot als “het fenomeen waarbij op een internetpagina met links na enige tijd steeds meer aangeklikte links niet werken, omdat de doelpagina uit de lucht is, een andere naam heeft gekregen of omdat de webpagina of site niet meer bestaat.” 

Ook in het recht kennen we linkrot: normatieve teksten (wetten, maar ook reglementen, statuten of overeenkomsten) die verwijzen naar andere normatieve teksten die niet langer bestaan of waarvan de inhoud is gewijzigd.

Continue reading “‘Error 404 Rule Not Found’: linkrot in het recht”

Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’

Vijf jaar geleden verscheen de eerste post van deze blog, over de maatschap. Meteen een illustratie van de zeer ‘inclusieve’ opvatting die deze blog hanteert over corporate finance (al is de maatschap uitermate geschikt om te spreken over vermogensafscheiding, de derdeneffecten van een vennootschap of het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen).

Een strak plan was er niet, en dat is er nog altijd niet echt.

Continue reading “Vijf Jaar ‘Corporate Finance Lab’”

%d bloggers like this: