Blockchain aandeelhoudersregister: pleidooi voor minder archeologie en meer cryptografie

Een blog door gastblogger Marc Van de Looverbosch

Delaware alweer

Een vennootschapsjurist moet ook een beetje archeoloog zijn. Het ontleden van een register van aandelen op naam – althans de papieren versie daarvan die door de meeste Belgische vennootschappen wordt gehanteerd – laat zich goed vergelijken met de reconstructie van een prehistorisch artefact. Archeologische exploraties kosten echter tijd en geld, terwijl de ontdekkingen zelden een volledig en getrouwe weergave van de feiten opleveren. Het vennootschapsleven kan de rechtszekerheid voor zichzelf vergroten en transactiekosten besparen door minder aan archeologie en meer aan cryptografie te doen, meer bepaald door het invoeren van aandeelhoudersregisters die werken aan de hand van “blockchain”-technologie.

 

De Amerikaanse staat Delaware heeft dit goed begrepen. Op 21 juli 2017 heeft zij haar voortrekkersrol op vlak van het vennootschapsrecht wederom bevestigd door de mogelijkheid in te voeren voor Delaware vennootschappen om hun aandeelhoudersregister aan te houden op een blockchain.[1] De wetgeving in kwestie beperkt zich tot het voorzien van deze mogelijkheid; vooralsnog is er geen zicht op hoe de technische uitwerking hiervan er precies uit zal zien.

Vooraleer wordt bekeken wat blockchain zou kunnen betekenen voor het aandeelhoudersregister naar Belgisch recht, worden enkele technologische begrippen toegelicht. Voor doeleinden van dit gedachte-experiment wordt het aandeelhoudersregister van een niet-publieke NV als uitgangspunt genomen, tenzij waar anders vermeld. Continue reading “Blockchain aandeelhoudersregister: pleidooi voor minder archeologie en meer cryptografie”

Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR

“A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices”  (ETUC, 2016)

De stijd tegen ‘sociale dumping‘ staat prominent op de agenda van de Europese Commissie, de Belgische en de Vlaamse regering.

Een interessante studie uit eind 2016 A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices in opdracht van ETUC (European Trade Union Confederation) met de steun van de Europese Commissie zoomt in op de belangrijke rol van brievenbusvennootschappen bij het omzeilen van socialrechtelijke verplichtingen. Brievenbusvennootschappen zijn vennootschappen die worden beheerst door het vennootschapsrecht van een land waarmee ze geen of nauwelijks een reële economische band hebben.

Interessant in het deelrapport van Prof. Dr. Mijke Houwerzijl, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg, is dat ze de band legt tussen brievenbusvennootschappen en misbruik in het sociaal recht (p. 22-23): Continue reading “Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR”

Limited Liability Company as one of the things that helped to create the modern world

BBC podcast by economist Tim Harford

The well known BBC podcast by Tim Harford on 50 inventions, ideas and innovations which have helped create the economic world focuses this week on the limited liability company. This recommended podcast tells in 9 minutes the importance of limited liability for the pooling of capital and introduces the listener through (a somewhat anglocentric) history of the limited liability company to economic concepts such as agency cost.

See for other historic views on the company previous posts on:

New ECJ ruling on price adjustments in mandatory bids in case of collusion

Marco Tronchetti Provera SpA e.a. v. Consob on article 5(4) of the Takeover Directive

In a decision of 20 July 2017 in the case Marco Tronchetti Provera SpA e.a. v. Consob, the European Court of Justice ruled for the first time on the interpretation of article 5(4) of the Takeover Directive, which covers the possibility for the national supervisory authority to adjust the price of a mandatory bid. In this case, the Italian supervisory authority, the Consob, had decided to increase the price because it believed that there was collusion between the bidder and one of the sellers. This price adjustment was allowed by Italian takeover law, but the bidder believed that the Italian law violated the Takeover Directive, arguing that the criteria for a price adjustment were insufficiently clear. Continue reading “New ECJ ruling on price adjustments in mandatory bids in case of collusion”

Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed

Minister Geens: “Een aantrekkelijk investeringsland blijven is een absolute vereiste, we mogen niet achterophinken door niet aangepaste wetgeving of rechtspraak.”

De Ministerraad keurde op de vooravond van 21 juli de voorontwerpen goed van, onder meer, een modernisering van het ondernemingsrecht en de invoering van een nieuw Wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Continue reading “Ministerraad keurt voorontwerpen van nieuw ondernemingsrecht en nieuw vennootschapsrecht goed”

Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.

Gillis Lindemans over rechtskeuze bij pauliana op Oxford Business Law Blog

Vrije keuze pauliana? Vinyls herbezocht.

In een eerdere post op deze blog besprak Gillis Lindemans (KU Leuven, aspirant FWO) de zaak-Vinyls Italia (C-54/16). Daarin oordeelde het Hof van Justitie dat een faillissementspauliana (of soortgelijke nietigheids- of niet-tegenwerpelijkheidsactie) slechts kan slagen als het recht van toepassing op de aangevochten rechtshandeling dat toelaat. Dat zelfs wanneer partijen een recht hebben gekozen dat geen enkele feitelijke band vertoont met de rechtshandeling in kwestie. De enige beperking is fraude (maar daarvoor is de drempel erg hoog). In een post vandaag op de Oxford Business Law Blog waarschuwt hij andermaal voor de mogelijke gevolgen van deze beslissing. Schuldenaars kunnen, in de schemerzone voor insolventie, een anders aanvechtbare handeling veiligstellen door een toepasselijk recht te kiezen dat geen specifieke aanvechtingsgrond tegen die handeling kent.

Reform of German Avoidance Provisions

Smoothing out the rough edges of “willful disadvantage”

A recent reform of the German Insolvency Statute (Insolvenzordnung, InsO) has relaxed the avoidance provision against so-called “willful disadvantage” (§ 133 InsO).

Under the willful disadvantage provision, a transaction is voidable if it was made by the debtor (a) within ten years prior the request to open insolvency proceedings; (b) with the intention to disadvantage his creditors and (c) whilst the other party was aware of his intention. Moreover, such awareness is presumed in case the other party knew of the debtor’s imminent insolvency, and that the transaction constituted a disadvantage for the creditors.

The German legislature has now added a number of exceptions to that rule (new paragraphs 2 and 3) applicable to transactions by which the debtor performs an obligation or grants a security interest. For example, such transactions shall now only be voidable if made within four years prior to the insolvency filing. In addition, transactions constituting willful disadvantage now benefit from the so-called cash transactions exception (which protects payments in return for equitable consideration, see § 142 InsO) unless the counterpart recognizes that the debtor has acted in bad faith.

Gillis Lindemans

Scheidingsaandeel bij uittreding: vergeet ook de persoonlijke schuldeisers niet

Editoriaal over beslag op aandelen door Joeri Vananroye en Bram Van Baelen (TRV 2017, 391)

In het laatste nummer van het TRV schreven Vananroye en Van Baelen een editoriaal over beslag op aandelen. Dit thema kwam op deze blog ook reeds herhaaldelijk aan bod (hier, hier, hier en hier).  Beslag op aandelen wordt er beschreven als een manier om persoonlijke schuldeisers liquiditeit te verschaffen, zonder liquidatie van de vennootschap.

Naast liquidatie en beslag op aandelen is er nog een derde model om aandeelhouders en hun persoonlijke schuldeisers liquiditeit te verschaffen: Continue reading “Scheidingsaandeel bij uittreding: vergeet ook de persoonlijke schuldeisers niet”

‘Niet kennis van de onbevoegdheid, maar kennis van misbruik van bevoegdheid’

Kwade trouw als exceptie onder de Eerste Richtlijn

De Eerste Richtlijn geeft lidstaten de mogelijkheid om voor handelingen die de grenzen van het vennootschapsdoel overschrijden te bepalen dat de vennootschap niet verbonden is “indien zij bewijst dat de derde wist dat de handeling de grenzen van dit doel overschreed of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn.” Een eerdere post wees erop dat deze uitzondering enkel gebruikt kan worden voor doeloverschrijdende handelingen; niet voor andere statutaire bevoegdheidsbeperkingen. Een andere post pleitte ervoor om de lege ferenda ook voor doeloverschrijdende handelingen terug te vallen op de basisregel van de Eerste Richtlijn: “De grenzen welke door de statuten of door een beslissing van de bevoegde organen aan de bevoegdheden van de organen van de vennootschap worden gesteld, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij openbaar zijn gemaakt.

Nergens stelt de Eerste Richtlijn (noch de Belgische vennootschapswetgever) dat de kwade trouw van derden i.v.m. een bevoegdheidsbeperking tot gevolg heeft dat de vennootschap er zich toch op kan beroepen t.a.v. die derde te kwader trouw. Niettemin neemt de Belgische rechtsleer aan dat de vennootschap toerekening kan vermijden door het bewijs te leveren van de kwade trouw van de mede-contractant van de vennootschap (J. Ronse, De Vennootschapswetgeving 1973, p. 171, nr. 326; L. Simont, ,,La loi du 6 mars 1973 modifiant la législation relative aux sociétés commerciales”, RPS 1979, p. 43, nr. 44; N. Geelhand, ,,De externe vertegenwoordigingsmacht van de organen van de vennootschap”, TRV 1994, p. 64, nr. 5; S. De Dier, Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap, Roularta, Roeselare, 2016, 177, nr. 191). Er wordt hiervoor meestal een grondslag gezocht in het leerstuk van de derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk.

Is dit wel verzoenbaar met het systeem van de Eerste Richtlijn? Continue reading “‘Niet kennis van de onbevoegdheid, maar kennis van misbruik van bevoegdheid’”

Boek XX WER met nieuw insolventierecht goedgekeurd in Kamer

Vrije beroeper, landbouwer, VZW, stichting en maatschap ook in bereik van insolventierecht

Het Wetsontwerp houdende invoeging van het boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht werd door de plenaire vergadering van de Kamer goedgekeurd.

U las hier eerder reeds een algemene bespreking, een bespreking van het toepassingsgebied dat gebruik maakt van een nieuw ondernemingsbegrip, over het stil faillissement (dat niet werd weerhouden), over het faillissement van maatschap en VOF, over nieuwe wrongful trading-regels, over de verhuis van bestuursaansprakelijkheid van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht en over nieuwe intitiatiefrechten voor schuldeisers.

Welke middelen heiligt het statutaire doel nog?

Pleidooi voor een verminderde tegenwerpelijkheid van het statutair doel

Een vorige post bracht in herinnering hoe de Eerste Richtlijn lidstaten de optie – maar niet de verplichting – geeft om voor handelingen die de grenzen van het vennootschapsdoel overschrijden – maar niet voor andere statutaire beperkingen – te bepalen dat de vennootschap niet verbonden is “indien zij bewijst dat de derde wist dat de handeling de grenzen van dit doel overschreed of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn. Openbaarmaking van de statuten alleen is hiertoe echter geen voldoende bewijs.

De Belgische wetgever heeft van deze optie gebruik gemaakt: zie de artikels 258 (BVBA), 407 (CVBA), 526 (NV), 859 (ESV), 897 en 903 (SE), 966 en 972 (SCE) W.Venn.

Het verdient volgens mij de voorkeur dat België niet langer van deze door de Europese wetgever toegelaten uitzondering gebruik maakt. Continue reading “Welke middelen heiligt het statutaire doel nog?”

Bijna 50, en nog alle tanden (over de Eerste Richtlijn)

Europese kapitaalvennootschappenrichtlijn (codificatie) gepubliceerd

In het Publicatieblad van de Europese Unie verscheen onlangs de codificatie van de Europse richtlijnen rond kapitaalvennootschappen: Richtlijn 2017/1132 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht. Dit is een mooie gelegenheid om te reflecteren over de betekenis daarvan, met name n.a.v. de voorgenomen modernisering van het Belgische vennootschapsrecht. Continue reading “Bijna 50, en nog alle tanden (over de Eerste Richtlijn)”

Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’

Een post door gastblogger Arne Vanhees

In eerdere posts op deze blog werd reeds gewezen op de nadelige gevolgen die overdrachtsbeperkingen op aandelen kunnen hebben voor de persoonlijke schuldeisers-beslagleggers van aandeelhouders. Verder werd er gewezen op de wenselijkheid van een wettelijk ingrijpen. Het ‘verhaal’ van en voor de persoonlijke schuldeiser is momenteel namelijk te complex.

Het doel van een dergelijk wettelijk ingrijpen zou niet moeten zijn om de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers volledig weg te werken. Het is gepaster om te streven naar een evenwichtsoefening tussen de nadelen die overdrachtsbeperkingen opleveren voor de persoonlijke schuldeisers en de voordelen die ze opleveren voor de vennootschappen die er gebruik van maken. “The appropriate goal of corporate law, is immers, to advance the aggregate social welfare of all who are affected by a firm’s activities, including the firm’s shareholders, employees, suppliers, and customers, as well as third parties (…)”. [1]:

De wetgever zou best duidelijkheid scheppen op het vlak van de (rechtsgrond voor) tegenwerpelijkheid van statutaire overdrachtsbeperkingen aan persoonlijke schuldeisers-beslagleggers. Op dit punt heerst er namelijk grote onduidelijkheid in de rechtsleer. Er vallen drie strekkingen te onderscheiden: Continue reading “Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’”

The EU Conflict Minerals Regulation: The Uncertain Effects of Supply Chain Due Diligence

On 17 May 2017, a new regulation on supply chain due diligence was published in the European Union’s Official Journal. The regulation, known as the “EU Conflict Minerals Regulation,” imposes obligations on EU importers of tin, tantalum and tungsten, their ores, and gold (“3TG”) originating from conflict-affected and high-risk areas. Armed groups engaged in mining operations in these regions are believed to violate human rights and to use the proceeds from the sale of conflict minerals to finance their militia. The regulation is intended to disrupt the financial flows and, thus, stop the human rights abuses. Continue reading “The EU Conflict Minerals Regulation: The Uncertain Effects of Supply Chain Due Diligence”