Het faillissement: een paradijs voor banken?

Afscheidscollege oud-rector Bas Kortmann (Radboud Universiteit)

In geval van faillissement krijgen de gewone schuldeisers  (bijvoorbeeld leveranciers en afnemers) doorgaans geen enkele uitkering. Gemiddeld wordt van vorderingen van deze crediteuren minder dan 5% voldaan. Banken daarentegen zien kans het overgrote deel van hun vorderingen te innen. In zijn afscheidsrede aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) getiteld ‘Het faillissement, een paradijs voor banken’ besprak hoogleraar en voormalige rector Bas Kortmann of de wetgeving  en/of de rechtspraak de banken te vriendelijk gezind is.  Continue reading “Het faillissement: een paradijs voor banken?”

WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing

Wettelijke regeling pre-pack in Nederland

Bij brief van 28 september 2017 heeft de Nederlandse Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok, m.b.t. het voorziene wettelijke kader van de pre-pack (WCO I) het volgende laten weten:

“Samengevat meen ik dat de WCO I niet hoeft te worden aangepast. Wel zal conform de uitspraak van het Hof rekening moeten worden gehouden met de toepasselijkheid van de regels van overgang van onderneming, indien de WCO I wordt toegepast met het oog op een doorstart. Ik verzoek uw Kamer om de behandeling van de WCO I te hervatten.”

Continue reading “WCO I (Nederland) behoeft volgens de Minister van Justitie, in navolging van Estro/Smallsteps, geen aanpassing”

Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over de AkzoNobel zaak

Uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van de uitspraak van 10 augustus 2017 door de Nederlandse voorzieningenrechter in de AkzoNobel zaak. In deze zaak probeerde de activistische aandeelhouder Elliott het ontslag af te dwingen van de voorzitter van de raad van commissarissen van AkzoNobel, Antony Burgmans, door om de bijeenroeping van de algemene vergadering te vragen. De weigering van de raad van commissarissen van Akzo om dit te doen, werd door Elliott in de Nederlandse rechtbanken aangevochten.

De activistische aandeelhouder Elliott kreeg van de Nederlandse rechter echter opnieuw ongelijk, nadat het reeds bot had gevangen in een eerdere uitspraak in een enquêteprocedure (zie hier voor een analyse van de eerste uitspraak).

Volgens Vos is deze uitspraak niet helemaal verrassend en kan deze gekaderd worden in het Nederlandse “stakeholder model”, waarin de rechten van aandeelhouders sterk beperkt worden. De auteur wijst echter op de mogelijke inconsistentie van de Nederlandse recht met de regels i.v.m. het bijeenroepen van de algemene vergadering onder de Europese Aandeelhoudersrichtlijn.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

The second episode in the AkzoNobel saga: activist shareholders lose again in Dutch court, but reach settlement

Decision of 10 Augustus 2017 by the Dutch court in summary proceedings (“voorzieningenrechter”)

In a decision of 10 Augustus 2017, the Dutch court in summary proceedings (“voorzieningenrechter”) denied the request of two activist shareholders of AkzoNobel, Elliott and York, to convene an extraordinary general meeting (“EGM”) to dismiss Akzo’s chairman of the supervisory board. The reason for the shareholders’ request was the decision of Akzo’s board not to engage in negotiations with PPG concerning its takeover bid on Akzo. The Dutch court, however, held that the shareholders failed to show a “reasonable interest” and should await the general meeting of 8 September 2017, where Akzo’s board will provide further explanation on this topic. Shortly after this decision, on 16 August 2017, Elliott and Akzo reached a standstill agreement, where Elliott agreed to suspend further litigation for at least three months. Continue reading “The second episode in the AkzoNobel saga: activist shareholders lose again in Dutch court, but reach settlement”

De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen

Een post door gastblogger Frederik Voet

De minderheidsvordering werd reeds ‘onterecht onbemind’ genoemd. Het instrument dat de minderheidsaandeelhouder wordt aangereikt om bestuurders aansprakelijk te stellen, wordt immers voornamelijk gekenmerkt door een gebrek aan toepassing in de praktijk. Nochtans is er wel degelijk nood aan een doeltreffend instrument, aangezien de minderheidsaandeelhouder de kans dient te worden geboden om de bestuurders aansprakelijk te stellen voor bestuursfouten wanneer de meerderheid van de algemene vergadering weigert de vennootschapsvordering in te stellen. Deze situatie is zeker niet denkbeeldig, aangezien het vaak diezelfde meerderheidsaandeelhouders zijn die de bestuurders hebben benoemd en bijgevolg eventuele fouten bedekken met de mantel der liefde. Continue reading “De minderheidsvordering: het heilig doel zonder middelen”

Frederik De Leo op de Oxford Business Law Blog over de pre-pack

The pre-pack: what else? (Estro/Smallstep)

Op Oxford Business Law Blog verscheen vandaag een analyse door Frederik De Leo (KU Leuven) van het arrest “Estro/Smallstep” van het Europees Hof van Justitie.  Daarbij merkt de auteur op dat het voorlopig intrekken van de bepaling inzake het stil faillissement  in het Belgisch wetsontwerp tot hervorming van het insolventierecht door minister Geens een slimme zet was. Volgens de auteur zou de desbetreffende bepaling (het toenmalig ontwerp-artikel XX.33 WER) de toets aan het Europees recht per het arrest “Estro/Smallstep” niet gehaald hebben.

U kon in een eerder gepubliceerde post door Frederik De Leo op deze blog reeds een uitgebreidere analyse lezen.

Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’

Een post door gastblogger Arne Vanhees

In eerdere posts op deze blog werd reeds gewezen op de nadelige gevolgen die overdrachtsbeperkingen op aandelen kunnen hebben voor de persoonlijke schuldeisers-beslagleggers van aandeelhouders. Verder werd er gewezen op de wenselijkheid van een wettelijk ingrijpen. Het ‘verhaal’ van en voor de persoonlijke schuldeiser is momenteel namelijk te complex.

Het doel van een dergelijk wettelijk ingrijpen zou niet moeten zijn om de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers volledig weg te werken. Het is gepaster om te streven naar een evenwichtsoefening tussen de nadelen die overdrachtsbeperkingen opleveren voor de persoonlijke schuldeisers en de voordelen die ze opleveren voor de vennootschappen die er gebruik van maken. “The appropriate goal of corporate law, is immers, to advance the aggregate social welfare of all who are affected by a firm’s activities, including the firm’s shareholders, employees, suppliers, and customers, as well as third parties (…)”. [1]:

De wetgever zou best duidelijkheid scheppen op het vlak van de (rechtsgrond voor) tegenwerpelijkheid van statutaire overdrachtsbeperkingen aan persoonlijke schuldeisers-beslagleggers. Op dit punt heerst er namelijk grote onduidelijkheid in de rechtsleer. Er vallen drie strekkingen te onderscheiden: Continue reading “Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’”