Flattening the insolvency curve: Het voorkomen van onnodige coronafaillissementen door wijziging van het Nederlandse insolventierecht?

Een post door gastbloggers Jessie Pool (Universiteit Leiden) en Anne Mennens (Wijn en Stael Advocaten)

De coronacrisis heeft de economie wereldwijd in een diepe crisis gestort. Ondernemingen zagen van de ene op de andere dag hun inkomsten opdrogen. De Nederlandse overheid heeft – net zoals veel andere regeringen wereldwijd – in een recordtempo een ongekend pakket aan economische en financiële steunmaatregelen opgetuigd. Wat opvalt is dat in Nederland – in tegenstelling tot vele andere jurisdicties – nog geen aanpassing van insolventiewetgeving is gedaan.

De rol van het insolventierecht in de coronacrisis

Bij het beoordelen van de (mogelijke) rol van het insolventierecht in de coronacrisis is het van belang om onderscheid te maken tussen de huidige fase waarin ondernemingen de gevolgen ondervinden van de lockdown, waarin acute oplossingen voor het liquiditeitstekort en consensuele oplossingen centraal staan, en de periode waarin enig uitzicht op normalisering ontstaat, waarin levensvatbare ondernemingen – al dan niet met verdere overheidssteun – de ontstane schuldenlast efficiënt moeten kunnen saneren en niet-levensvatbare ondernemingen efficiënt en snel geliquideerd moeten kunnen worden. Continue reading “Flattening the insolvency curve: Het voorkomen van onnodige coronafaillissementen door wijziging van het Nederlandse insolventierecht?”

Dankzij corona tijdelijk geen verrassingen? KB nr. 15 legt bewarend roerend beslag vergaand aan banden

Een post door gastblogger mr. Cedric Haspeslagh

Het volmachten-KB nr. 15 van 24 april 2020 (zie eerder hier) voert een tijdelijke opschorting in voor ondernemingen. Een van de maatregelen is een verbod op zowel bewarend als uitvoerend beslag op roerende goederen en onder derden. Het verbod geldt vanaf 24 april 2020 tot en met 17 mei 2020. Die periode is verlengbaar bij Koninklijk Besluit. Bewarend en uitvoerend onroerend beslag blijft mogelijk. Bewarend beslag op zee- en binnenschepen eveneens.

Het verbod geldt enkel voor ondernemingen waarvan de continuïteit bedreigd is door de verspreiding van de COVID-19 epidemie of pandemie en haar gevolgen, en die niet in staking van betaling waren op 18 maart 2020 (art. 1, eerste lid van het KB nr. 15).

Gezien dit beperkte toepassingsgebied moet op het eerste gezicht niet gevreesd worden voor uitwassen. Schuldeisers die geconfronteerd worden met een schuldenaar die reeds maanden zonder gegronde reden niet betaalt, dus wiens continuïteit en solvabiliteit reeds bedreigd was voor de coronacrisis, en dringend beslag willen leggen omdat zij vrezen dat hun schuldenaar zijn onvermogen organiseert of onvermogend zal worden, worden niet getroffen door de opschorting. Voor hen blijft het mogelijk om bewarend beslag te leggen.

Echter, het Verslag aan de Koning bij het KB bepaalt dat het niet aan de individuele schuldeiser behoort “om zelf te oordelen dat een schuldenaar niet geniet van de opschorting omdat deze buiten het toepassingsgebied valt (bv. geen impact van de COVID-19 epidemie of pandemie of reeds in staking van betaling op 18 maart 2020) of om enige andere reden (bv. rechtsmisbruik).”

Een schuldeiser die bewarend beslag wil leggen moet zijn schuldenaar dagvaarden voor de Voorzitter van de ondernemingsrechtbank om een uitzondering te bekomen op het beslagverbod (art. 1, tweede lid van het KB nr. 15). Volgens de afdeling Wetgeving van de Raad van State bood de (aanvankelijk in het ontwerp van het KB voorziene) procedure op eenzijdig verzoekschrift onvoldoende waarborgen voor de rechten van verdediging van de schuldenaar. Een afwijking van het recht op tegenspraak zou niet verantwoord zijn “aangezien dat beroep (op de Voorzitter van de ondernemingsrechtbank) geen verrassingseffect moet hebben om doeltreffend te zijn.”

De ratio van een bewarend beslag lijkt daarmee uit het oog te zijn verloren. Dat wordt immers gekenmerkt door een verrassingseffect[1]. Continue reading “Dankzij corona tijdelijk geen verrassingen? KB nr. 15 legt bewarend roerend beslag vergaand aan banden”

KB nr. 15: een tijdelijk wettelijk moratorium

Op vrijdag 24 april 2020 is Koninklijk besluit n° 15 betreffende de tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis in werking getreden (BS 24 april 2020, 28732, ed. 2) . Met deze regeling, die al een tijdje in de lucht hing, beoogt de Regering ademruimte te bieden aan ondernemingen die getroffen worden door de COVID-19 crisis. De kern van de regeling is een wettelijk moratorium dat ondernemingen beschermt tegen bepaalde acties van hun schuldeisers. Voorlopig geldt dit moratorium tot 17 mei 2020. Continue reading “KB nr. 15: een tijdelijk wettelijk moratorium”

Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen

Een post door gastblogger mr. Elien Van Malder

De fiscale administratie verwacht dat de uitzonderlijke situatie die werd veroorzaakt door de verspreiding van Covid-19 en de opgelegde maatregelen nadelige gevolgen zullen hebben voor de solvabiliteit van sommige ondernemingen. De fiscus legt daarom enige soepelheid aan de dag bij de analyse van de vrijstellingsvoorwaarden van de waardeverminderingen op handelsvorderingen in haar circulaire 2020/C/45 van 23 maart 2020. Continue reading “Verwachte Covid-19 solvabiliteitsproblemen nopen fiscus tot soepelere positie bij vrijstelling waardevermindering op handelsvorderingen”

Ondernemingsrecht in tijden van corona

Het coronavirus laat het recht niet onberoerd (zie wat het contractenrecht betreft, de bijdrage van professor Dirix). Op korte termijn wordt een ad hoc oplossing gezocht voor acute problemen. Op (middel)lange termijn moet de verhouding tussen recht en crisis als zodanig worden onderzocht (zie reeds, E.R. Muller, T. Hartlief, B.F. Keulen & H. Kummeling, “Crises, rampen en recht”, Handelingen NJV, 144e jaargang/2014-I, Deventer, Kluwer 2014, PDF). Hoe moet het recht omgaan met een wereldwijde crisis? Versterkt of tempert het recht de crisis? Kan het recht crisisbestendig gemaakt worden? De vraag stellen is ze voor een keer niet beantwoorden. Continue reading “Ondernemingsrecht in tijden van corona”

The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus

A guestpost by Fahad Al-Sadoon (student KU Leuven and University Zurich)

Short selling is an investment strategy, where an investor will borrow a security (typically from a broker-dealer or an institutional investor, such as a mutual fund), at current price and will immediately sell it. Later on, when the security’s price (hopefully) has declined, the investor will buy it back at the new price. The difference between the two prices is the profit of the investor[i]. In other words, it is a practice used by investors to speculate on the decline in a stock or other securities prices. If generalized, it will concretely induce a price decline of a security. Some might argue that the fact that an important number of investors are shorting a stock is only the genuine indication that the latter is overvalued, while for others massively shorting a stock can turn into a self-fulfilling prophecy on the stock exchange.

Unbridled short selling has been blamed by governments and some economists for exacerbating volatility during times of stress. Indeed, some would say that it can contribute to price declines in the securities of financial institutions, in a manner that is unrelated to the true price valuation[ii]. Some extreme forms of short selling can even use false rumours in order to manipulate the market and obtain the targeted (reduced) price[iii]. As a consequence, during the financial turmoil of 2008 a plethora of regulators in several countries temporarily banned short selling on certain stocks in order to improve investor confidence and reduce volatility[iv].

*     *
*

According to the FSMA, the outbreak of Covid-19 pandemic is at the source of substantial selling pressure and unusual volatility in the price of shares of financial institutions. As a consequence, some investors might be tempted to take new positions in order to profit from a future price decrease, which might in turn accelerate the falls already experienced in the past days and aggravate the current economic disturbance seriously. Thus, the FSMA has decided to take the following measures in a specific timeline: Continue reading “The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus”

Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing

A guest post by Michiel Stuyts

The new corona virus affects all aspects of our lives. As law reflects human activity, so does COVID-19 raise questions in virtually all legal domains. Securities law is no exception. Due to the threat that the virus poses for financial market stability, short selling is being temporarily banned left and right[1] and is monitored more strictly[2] and supervisory authorities have started warning against fraudulent schemes attempting to profit from ongoing market volatility[3]. As regards market abuse, the European Securities and Markets Authority (ESMA) is well aware of the risk that the new corona virus poses for insider dealing and has stated that “issuers should disclose as soon as possible any relevant significant information concerning the impacts of COVID-19 on their fundamentals, prospects or financial situation in accordance with their transparency obligations under the Market Abuse Regulation”[4]. However, due to the pervasive nature of the virus and the drastic extent of governmental measures taken to combat it, it seems that the market abuse risk lies not so much with individual issuers and their shares but is rather elevated to a wholly different level.

Recently newspapers have reported that certain US senators have dumped their personal stock in January and February 2020 before the severity of the virus’ consequences on the US health system, economy and stock market became clear to the public[5]. Some of the senators reportedly received private briefings about the virus from administration officials. All the while, President Trump confirmed his confidence in the stock market through his favourite social media outlet[6]. Calls for the senators’ resignation due to alleged insider dealing grow increasingly loud. It is unclear how the US Securities and Exchange Commission (SEC) will tackle this matter, if at all.

It is interesting to assess the case from an EU law perspective. Continue reading “Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing”