De overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting en omgekeerd: eindelijk een wettelijke regeling in zicht

Een post door gastblogger Tom Bonne (UHasselt)

Met de aangekondigde hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht gaan een reeks fiscale maatregelen gepaard die vervat zitten in twee wetsontwerpen van 22 november 2018 (hier en hier).[1] Via deze maatregelen tracht de wetgever de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht fiscaal neutraal te laten verlopen. Een van die maatregelen, verspreid over de twee wetsontwerpen, is de wettelijke regeling van de overgang van de onderwerping aan de rechtspersonenbelasting (RPB) naar de onderwerping aan de vennootschapsbelasting (Venn.B) en omgekeerd. Op die manier lijkt de wetgever op de eerste plaats een vaststaand kader te willen bepalen voor de omvorming van een VZW in een vennootschap, met name een CV erkend als SO of een erkende CVSO[2], en de omvorming van een vennootschap in VZW, iets wat door de hervorming van het verenigingsrecht mogelijk zal worden.[3]

De overgang van de RPB naar de Venn.B en omgekeerd doet zich nochtans niet enkel bij de voormelde omvormingen voor. Wanneer bijvoorbeeld een VZW meer dan op bijkomstige wijze economische activiteiten begint uit te oefenen, wordt ook zij niet langer aan de RPB, maar aan de Venn.B  onderworpen.[4] Dit zal zich door de hervorming van het verenigingsrecht trouwens nog meer  voordoen aangezien VZW’s onbeperkt economische activiteiten zullen mogen uitoefenen.[5] Omgekeerd, van zodra de VZW opnieuw slechts bijkomstig economisch actief wordt, is ook de beweging van de Venn.B naar de RPB een mogelijkheid. We focussen hier op de overgangen bij VZW’s. Continue reading “De overgang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting en omgekeerd: eindelijk een wettelijke regeling in zicht”

Een terugblik op 2018

De posts die in 2018 het meest werden gelezen zijn:

Nog geen megahits, maar voor de meerwaardezoekers: Continue reading “Een terugblik op 2018”

Ontwerp-WVV: tekst zoals die werd goedgekeurd in Kamercommissie ter beschikking

Op de website van de Kamer verscheen de tekst van het ontwerp-WVV  zoals goedgekeurd in tweede lezing door de Kamercommissie Handels- en Economisch Recht en gisteren rondgedeeld.  Het verslag van de tweede lezing vindt u hier. Het wetsontwerp kwam nog niet ter stemming in de plenaire vergadering van de Kamer.

 

De prioriteitsregel in het vermogensrecht

Gastblogger L.M. de Hoog (Universiteit Leiden) over zijn proefschrift: De prioriteitsregel in het vermogensrecht

Wie eerder is in tijd, staat sterker in recht (prior tempore, potior iure). De Romeinse keizer Caracalla paste in het jaar 213 deze vuistregel reeds toe ter beslechting van een rangordegeschil tussen schuldeisers die een pandrecht hadden verkregen op dezelfde zaak van hun schuldenaar. De ouderdom van de zekerheidsrechten is bepalend voor de onderlinge rangorde van de schuldeisers. Dat betekent dat de oudste pandhouder zich eerst op de executieopbrengst mag verhalen voordat de jongere aan de beurt komt. De uitspraak van Caracalla heeft na bijna tweeduizend jaar nog niets aan betekenis ingeboet.

Ars notariatus 167 - De prioriteitsregel in het vermogensrechtNog steeds bepaalt de prior-temporeregel in het huidige Nederlandse (evenals in het Franse, Duitse en Belgische) recht de rangorde van verschillende pandrechten. Hoewel over de gelding van deze regel geen discussie bestaat, ontbreekt in menig burgerlijk wetboek van continentaal Europa de codificatie ervan. In mijn proefschrift, verdedigd op 15 november 2018 aan de Universiteit Leiden, kom ik via een rechtshistorische, rechtsvergelijkende (Frankrijk en Duitsland) en dogmatische analyse tot de vaststelling van de functie en de concretisering van de toepassing van de prioriteitsregel. Ik vat enkele van mijn bevindingen en aanbevelingen hieronder samen. Continue reading “De prioriteitsregel in het vermogensrecht”

Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands

A post by guestblogger Jochem Hummelen (NautaDutihl)

On 1 January 2019, the Modernisation of Bankruptcy Procedure Act (MBPA) (in Dutch: Wet Modernisering Faillissementsprocedure) is set to enter into force in the Netherlands. This act, which will apply to bankruptcies opened on or after 1 January 2019, is aimed at updating Dutch bankruptcy law to bring it more in line with modern practice. In this blog post, I give an overview of the background to the MBPA and the most important measures provided for in this law. Continue reading “Modernisation of Bankruptcy Procedure Act to enter into force in the Netherlands”

Ontwerp-WVV goedgekeurd in Kamercommissie

De Kamercommissie Handelsrecht keurde vanmiddag, in tweede lezing, het ontwerp-WVV goed. Het ontwerp wordt nu dus voorgelegd aan de plenaire vergadering.

Intussen werden ook twee flankerende fiscale wetsontwerpen voorgelegd aan de Kamer (hier en hier).

Het Wetsontwerp Goederenrecht: samenloopbestendigheid van zakelijke rechten, het vermogen, kwaliteitsrekeningen, en de fiducie

Een post door gastblogger Sander Baeyens

Op 31 oktober 2018 heeft de regering het Wetsontwerp Goederenrecht (hierna: het Wetsontwerp) ingediend in de Kamer. De hervorming van het Goederenrecht maakt deel uit van de hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek onder leiding van minister van Justitie Koen Geens en gecoördineerd door professoren Eric Dirix en Patrick Wéry. Specifiek voor het Goederenrecht werden professoren Vincent Sagaert en Pascale Lecocq aangesteld om de hervormingspen vast te houden.

In het kader van deze blog is het interessant om kort stil te staan bij enkele artikelen van het Wetsontwerp die betrekking hebben op het vermogen van de schuldenaar als verhaalsobject voor de schuldeisers enerzijds en de zakelijke werking van afspraken die de verhaalsrechten van de schuldeisers beperken anderzijds. Continue reading “Het Wetsontwerp Goederenrecht: samenloopbestendigheid van zakelijke rechten, het vermogen, kwaliteitsrekeningen, en de fiducie”