Werd het badstopje uit de kuip van het VZW- en stichtingsrecht getrokken?

Uit een vorige post bleek dat in het WVV het onderscheidingscriterium tussen vennootschappen en verenigingen op papier scherp lijkt, maar bij nader toezien eerder cosmetisch is.

So what? Wordt er wel een maatschappelijk belang gediend door een onderscheid tussen vennootschappen en verenigingen? Waarom zou de wetgever überhaupt nog de vormen van een vereniging of stichting aanbieden?  De methodologische twijfel over hun bestaansreden biedt inzicht in de wijze waarop deze vormen, en in het bijzonder hun wettelijke specialiteit, wetgevend moeten worden ingevuld. Deze oefening laat toe ook de oplossingen van het WVV te evalueren. Onze conclusie daarbij is dat de nieuwe regels in belangrijke mate de Belgische verenigings- of stichtingsvormen hun nuttige signaalfunctie ontnemen.

Continue reading “Werd het badstopje uit de kuip van het VZW- en stichtingsrecht getrokken?”

Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?

Is er nood aan oprichtersaansprakelijkheid in een VZW?

De VZW was volgens art. 1 al. 3 VZW-Wet een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”.  Art. 1 al. 3 VZW-Wet was eigenaardig descriptief geformuleerd. Dit moest ondanks die formulering als een verbod worden gelezen.

Het WVV herneemt deze beperking niet langer voor VZW’s. Deze post argumenteert dat dit een goede zaak is, maar stelt de vraag of het vennootschapsrecht, anders dan het ondernemingsrecht, de consequenties van deze keuze wel heeft doorgetrokken. Continue reading “Hoe vlak is het speelveld tussen vennootschappen en verenigingen?”

Over trans-vennootschappen en cis-verenigingen

Omnis definitio in jure civili periculosa est

In een vorige post haalden we reeds de definities van “vennootschap” en “vereniging” in het WVV aan. Deze definities bepalen wat een organisatie die voor een van deze vormen heeft gekozen kan en/of moet doen. Daarmee verschillen ze van de gebruikelijke functie van een juridische definitie die meestal een toepassingsgebied wil afbakenen.

Opvallend aan deze definities is de normatieve hooi die op de legistieke vork wordt genomen. De definities proberen in twee korte artikelen meerdere doelstellingen tegelijkertijd te bereiken:

(1) Er wordt één uitkeringscriterium opgelegd dat tegelijk zegt wat een vennootschap moet doen en oplegt wat een vereniging niet mag doen.

(2) Datzelfde uitkeringscriterium geldt zowel voor eigenlijke uitkeringen als voor onrechtstreekse vermogensvoordelen.

(3) Met één criterium (belangeloos doel) wordt opgelegd wat de doelstelling van een VZW zelf moet zijn en de norm waaraan eventuele uitkeringen door een VZW moeten aan voldoen.

In deze post willen we aantonen dat deze legistieke spaarzaamheid nut onwenselijke gevolgen heeft . Continue reading “Over trans-vennootschappen en cis-verenigingen”

Definities in het WVV: enkele afgegrensde beschouwingen

Omnis definitio in jure civili periculosa est

1.

Een definitie in het recht heeft meestal als functie het toepassingsgebied van een regel af te grenzen. Indien een bepaalde feitenconstellatie onder de definitie valt, wordt er een kwalificatie opgeplakt met bepaalde rechtsgevolgen als consequentie. Roekeloos rijgedrag, wordt gekwalificeerd als een onrechtmatige daad met als gevolg een schadevergoedingsplicht voor schade veroorzaakt door dat gedrag. Wie als natuurlijke persoon zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent, wordt gekwalificeerd als onderneming met een inschrijvingsplicht in het KBO of een boekhoudplicht als gevolg. 

2.

De definities van een vennootschap of vereniging in het WVV hebben deze gebruikelijke functie niét: Continue reading “Definities in het WVV: enkele afgegrensde beschouwingen”

Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (5)

In het Belgische vennootschapsrecht staat het winstoogmerk centraal, ook na de invoering van het WVV (zie art. 1:1). De vennootschap heeft een plicht om gericht te zijn op uitkeringen, hetzij bij leven door middel van dividenden of andere uitkeringen hetzij door middel van een liquidatie-overschot.

In de 19de eeuw werd aan dit uitkeringsgebod zeer streng de hand gehouden. Het was een wapen tegen gebruik – in de toenmalige perceptie van de liberale juridische elite: ‘misbruik’ – van de vennootschapsvorm voor non profit doeleinden, in het bijzonder kerkelijke gestichten zoals kloosters of colleges (zie hier mijn rede hierover in het Hof van Cassatie bij de opening van het gerechtelijk jaar in 2012). Dit werd beschouwd als een terugkeer naar de mainmorte, de dode hand, van voor de Franse revolutie.

De Universiteit van Leuven, bijvoorbeeld, verloor haar rechtspersoonlijkheid in 1797 bij de inlijving van de zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk en kreeg die pas terug in 1911. De huidige KU Leuven – met als officiële naam “Katholieke Universiteit te Leuven” –  is overigens nog een andere rechtspersoon dan die uit 1911 en werd door de oude Universiteit opgericht bij de splitsing in een Nederlandstalige en een Franstalige universiteit. De juridische splitsing bestond nog niet. De oude Universiteit uit 1911,  “Université Catholique de Louvain – Katholieke Universiteit te Leuven”, bestaat nog als rechtspersoon. De fonds de commerce van deze oude Universiteit werd overgedragen aan de twee opvolgers. (Er zijn me geen berichten bekend van verhaalsbenadeling bij deze nochtans delicate operatie.)  Continue reading “Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming”

Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen

Nog voor de goedkeuring van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verengingen (WVV) werd er in de Kamercommissie Handels – en Economisch Recht al een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van datzelfde WVV. Concreet voorziet het wetvoorstel in een algemene verplichting voor VZW’s en stichtingen om hun jaarrekening bij de NBB neer te leggen en de verplichting om alle inkomende en uitgaande giften te registreren.

Het ingediende wetsvoorstel beoogt meer transparantie te verkrijgen inzake de financiering van VZW’s, IVZW’s en stichtingen en is bedoeld als een anti-terreurmaatregel. Hoewel het goedgekeurde WVV hierover geen woord rept, hebben een aantal volksvertegenwoordigers alsnog een wetsvoorstel ingediend om hier aan tegemoet te komen. Continue reading “Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen”

Van VSO naar CV erkend als SO

Michiel D’herde in TRV-RPS

In een eerdere blogpost schreef Michiel D’herde reeds over de VSO, en betoogde hij dat een bijzondere vennootschapsvorm voor sociale ondernemingen ook onder het nieuwe vennootschapsrecht bestaansreden heeft.

Inmiddels verscheen in het RPS-TRV een uitgebreid artikel van de hand van deze auteur over de reïncarnatie van de VSO in de coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming, zoals opgenomen in het inmiddels goedgekeurde WVV.

De auteur betoogt: Continue reading “Van VSO naar CV erkend als SO”