De vennootschap met “andere doelen”: anders is niet per se beter

Een post door gastbloggers Maxime Verheyden (doctoraatsbursaal KU Leuven) en Alain François (Vrije Universiteit Brussel)

Tenzij u de voorbije twee jaar zonder internet onder een steen heeft geleefd (in welk geval u best zeer voorzichtig bent bij het verlaten van die schuilplaats – hou voldoende afstand en laat u vaccineren), zal u ongetwijfeld gemerkt hebben dat het traditioneel doel van vennootschappen (het nastreven van winst om die uit te keren aan de aandeelhouders) danig onder druk staat. U kan amper een krant, laat staan een juridisch tijdschrift, openslaan of u leest wel over de Europese regelgevende initiatieven inzake onder meer sustainable finance en sustainable corporate governance, of over de door (bepaalde) investeerders,  vennootschapsbestuurders of academici aangevoelde nood om het bestuur van de vennootschap niet enkel te richten op winst voor de aandeelhouders, maar ook op andere doelstellingen, zoals de bescherming van het milieu of het bestrijden van diverse sociale uitwassen van ons huidig economisch systeem.[1]

Één van de manieren waarop de vennootschapswetgever de voorbije jaren zijn duit in het zakje kan (en o.i. moet) doen, is het expliciteren, faciliteren of zelfs reguleren dat vennootschappen naast het wettelijk verankerd winstuitkeringsdoel een andere doelstelling in hun statuten inschrijven. Vandaag bepaalt de wet zowel in België als in Frankrijk (en bepleit men in Nederland de uitdrukkelijke bevestiging van)[2] de mogelijkheid om bovenop het winstuitkeringsdoel een “ander doel” statutair te verankeren. Dit gaat niet langer per se gepaard met tal van begeleidende maatregelen verbonden aan een specifieke rechtsvorm of label, zoals geldt voor bijvoorbeeld de erkende sociale onderneming of gold voor haar voorganger, de vennootschap met een sociaal oogmerk.

Continue reading “De vennootschap met “andere doelen”: anders is niet per se beter”

Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (5)

In het Belgische vennootschapsrecht staat het winstoogmerk centraal, ook na de invoering van het WVV (zie art. 1:1). De vennootschap heeft een plicht om gericht te zijn op uitkeringen, hetzij bij leven door middel van dividenden of andere uitkeringen hetzij door middel van een liquidatie-overschot.

In de 19de eeuw werd aan dit uitkeringsgebod zeer streng de hand gehouden. Het was een wapen tegen gebruik – in de toenmalige perceptie van de liberale juridische elite: ‘misbruik’ – van de vennootschapsvorm voor non profit doeleinden, in het bijzonder kerkelijke gestichten zoals kloosters of colleges (zie hier mijn rede hierover in het Hof van Cassatie bij de opening van het gerechtelijk jaar in 2012). Dit werd beschouwd als een terugkeer naar de mainmorte, de dode hand, van voor de Franse revolutie.

De Universiteit van Leuven, bijvoorbeeld, verloor haar rechtspersoonlijkheid in 1797 bij de inlijving van de zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk en kreeg die pas terug in 1911. De huidige KU Leuven – met als officiële naam “Katholieke Universiteit te Leuven” –  is overigens nog een andere rechtspersoon dan die uit 1911 en werd door de oude Universiteit opgericht bij de splitsing in een Nederlandstalige en een Franstalige universiteit. De juridische splitsing bestond nog niet. De oude Universiteit uit 1911,  “Université Catholique de Louvain – Katholieke Universiteit te Leuven”, bestaat nog als rechtspersoon. De fonds de commerce van deze oude Universiteit werd overgedragen aan de twee opvolgers. (Er zijn me geen berichten bekend van verhaalsbenadeling bij deze nochtans delicate operatie.)  Continue reading “Het winstoogmerk als onvermoed instrument van schuldeisersbescherming”

Winstoogmerk: oude wijn in oude zakken

Pleidooi voor een afschaffing van het winstoogmerk als positieve gebod voor vennootschappen

Het winstoogmerk als valse breuklijn tussen vennootschappen en verenigingen. Het distinguo tussen vennootschappen met winstoogmerk en verenigingen zonder winstoogmerk zorgt voor een nette opdeling van het organisatierecht, die echter slechts schijn is. De wettelijke specialiteit van, enerzijds, vennootschappen en, anderzijds, verenigingen en stichtingen overlapt immers in sterke mate. Continue reading “Winstoogmerk: oude wijn in oude zakken”