Wanneer de beslagrechter bodemrechter is

De beslagrechter is een executierechter, geen bodemrechter. Vroeg of laat wordt elke pleiter in het vuur van zijn/haar betoog aan deze evidentie herinnerd. Betwistingen over de materieelrechtelijke positie van de partijen zijn in principe het voorbehouden domein van de bodemrechter. In een belangrijk arrest (C.20.0017.N/3) van 4 september 2020, brengt het Hof van Cassatie echter in herinnering dat de beslagrechter een volwaardig executierechter is, die, precies om zijn rol als executierechter te kunnen vervullen, soms wel als bodemrechter uitspraak doet. Continue reading “Wanneer de beslagrechter bodemrechter is”

Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?

Een post door gastblogger Rubben Lindemans (Racine)

Het is een bekende frustratie dat een schuldeiser vaak onvoldoende zicht heeft op het roerende vermogen van zijn schuldenaar, aangezien hiervoor – anders dan voor het onroerend vermogen – veelal niet kan worden teruggevallen op een (publiek raadpleegbaar) register. Dit gebrek aan transparantie vertaalt zich in de Belgische rechtspraktijk wellicht het meeste aan de hand van de talloze bankbeslagen die worden gelegd bij de Belgische grootbanken, in de hoop er activa van zijn debiteur aan te treffen. Drie maal touwtje trekken, niet altijd prijs.

De Europese Bankbeslagverordening van 15 mei 2014 kan dan ook enigszins revolutionair worden genoemd in de mate dat hierin een mogelijkheid is voorzien voor een schuldeiser om tezamen met een verzoek tot afgifte van een “Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen” (naar goede gewoonte beter gekend onder een Engelse afkorting, met name “EAPO” wat staat voor “European Account Preservation Order”), een verzoek tot het verkrijgen (bank)rekeninginformatie van zijn debiteur in te dienen. Continue reading “Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?”

Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’

Een post door gastblogger Arne Vanhees

In eerdere posts op deze blog werd reeds gewezen op de nadelige gevolgen die overdrachtsbeperkingen op aandelen kunnen hebben voor de persoonlijke schuldeisers-beslagleggers van aandeelhouders. Verder werd er gewezen op de wenselijkheid van een wettelijk ingrijpen. Het ‘verhaal’ van en voor de persoonlijke schuldeiser is momenteel namelijk te complex.

Het doel van een dergelijk wettelijk ingrijpen zou niet moeten zijn om de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers volledig weg te werken. Het is gepaster om te streven naar een evenwichtsoefening tussen de nadelen die overdrachtsbeperkingen opleveren voor de persoonlijke schuldeisers en de voordelen die ze opleveren voor de vennootschappen die er gebruik van maken. “The appropriate goal of corporate law, is immers, to advance the aggregate social welfare of all who are affected by a firm’s activities, including the firm’s shareholders, employees, suppliers, and customers, as well as third parties (…)”. [1]:

De wetgever zou best duidelijkheid scheppen op het vlak van de (rechtsgrond voor) tegenwerpelijkheid van statutaire overdrachtsbeperkingen aan persoonlijke schuldeisers-beslagleggers. Op dit punt heerst er namelijk grote onduidelijkheid in de rechtsleer. Er vallen drie strekkingen te onderscheiden: Continue reading “Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’”

Beslag op aandelen in het Belgisch recht

In een eerdere post werd uitgelegd dat een adequate beslagprocedure op aandelen in een vennootschap een belangrijke rol speelt bij de bescherming van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Twee zakenrechtelijke kenmerken van het organisatierecht, capital lock-in en entity shielding verminderen de globale liquiditeit van het persoonlijke vermogen van een aandeelhouder. De daling van liquiditeit kan negatieve gevolgen hebben op de positie van de persoonlijke schuldeisers van aandeelhouders. Rechtseconomisch gezien beperkt een effectieve beslagprocedure de kans dat (malafide) aandeelhouders de positie van hun persoonlijke schuldeisers benadelen.

Dit blogbericht werpt een eerste blik op de organisatie van de beslagprocedure in het Belgisch recht. Het aanzicht toont een weinig fraai beeld: Continue reading “Beslag op aandelen in het Belgisch recht”

Intellectuele-eigendomsrechten als verhaalsobject

Proefschrift (Universiteit Utrecht) over verhaal van vorderingen door uitwinning van ie-rechten

Online is in open access een recent proefschrift beschikbaar over de uitwinning van intellectuele eigendomsrechten (“ie-rechten”).  Continue reading “Intellectuele-eigendomsrechten als verhaalsobject”

De gevolgen van collectieve insolventieprocedures voor de executierechten van individuele schuldeisers

Nieuw boek van Mr Stan Brijs en Mr Rubben Lindemans bij Knops Publishing

Ons denken over de verhouding tussen de schuldeiser en de insolvabiliteit van debiteuren is de afgelopen jaren totaal veranderd, schrijft Professor Dirix in zijn inleidende beschouwing in Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen III (“Het insolventierecht anno 2014”, Antwerpen, Intersentia, 2014, 3). Eén van de stuwende krachten die deze nieuwe denkwijze voedt, is de verschuiving binnen het insolventierecht van een individuele dimensie naar een collectieve dimensie. Continue reading “De gevolgen van collectieve insolventieprocedures voor de executierechten van individuele schuldeisers”

De promotor van een vennootschap in oprichting: een trustachtige figuur?

Cassatie: beslag door persoonlijke schuldeiser van de promotor vervalt bij overname van het beslagen goed door de opgerichte vennootschap

Een vennootschap met rechtspersoonlijkheid die nog niet is opgericht, kan toch vertegenwoordigd worden door een promotor. De verbintenissen én de rechten volgend uit deze rechtshandelingen zijn passiva en activa van de promotor tot en indien de vennootschap overneemt. Indien binnen de wettelijke termijnen de vennootschap rechtspersoonlijkheid verwerft en die verbintenis overneemt wordt, in de woorden van art. 60 W.Venn., “de verbintenis geacht van het begin af door de vennootschap te zijn aangegaan”.

Art. 60 W.Venn. spreekt enkel over de passiefzijde (“de verbintenissen”). De overname met retroactief effect (“van het begin af”) geldt echter ook voor de actiefzijde van de handelingen die door de promotor q.q. werden gesteld, bv. een goed namens de vennootschap in oprichting gekocht.

Wat nu als ná de aankoop maar vóór de overname een persoonlijke schuldeiser van de promotor beslag legt op dit goed? Continue reading “De promotor van een vennootschap in oprichting: een trustachtige figuur?”