Ontwerp Boek 9, titels 2-7 BW: zakelijke zekerheden

Onlangs heeft de Ministeriële commissie tot hervorming van het hypotheekrecht een voorstel uitgewerkt dat de titels 2 tot 7 van boek 9 ‘Zekerheden’ bevat. Die titels 2 tot 7, die een aanvulling zullen vormen op titel 1 ‘Persoonlijke zekerheden’ (op 1 januari 2026 in werking getreden), zijn gewijd aan de hypotheek, het pandrecht, het eigendomsvoorbehoud, het retentierecht, de voorrechten en de rangconflicten.

Het ontwerp en de ontwerp-memorie zijn hier te consulteren. Tot 20 juli kunt u uw opmerkingen over de voorgestelde tekst voor de titels 2 tot 7 van boek 9 ‘Zekerheden’ indienen. 

Themis Insolventierecht: schrijf nu in voor volgende week donderdag

Twintig recente arresten rond beslag en executie Welke afspraken door de schuldenaar moeten uitwinnende schuldeisers ondergaan (of : hoe zit het met de januskop van de curator?) Aandachtspunten voor de curator en voor (het bestuur van) de onderneming in het licht van de (wijzigend) regels rond de pauliana, de niet-tegenstelbaarheden tijdens de verdachte periode en de vorderingen tot herstel van collectieve schade Overdracht van de onderneming vóór insolventie en in de procedures van (besloten voorbereiding van) het faillissement, de overdracht onder gerechtelijke gezag en de gerechtelijke reorganisatie.

Themis Insolventierecht: volgende week donderdag 21 mei te Brussel. Donderdag 28 mei te Leuven (en via livestream). Schrijf nu hier in.

Prijsinfo

– Afgestudeerd vóór 2023: 175 euro
– Afgestudeerd – eerste masterdiploma – in 2023, 2024 of 2025: 150 euro
– Deelnemer intern (enkel personeelsleden rechtsfaculteiten KU Leuven, UHasselt en Kulak): 60 euro
Prijzen incl. online en gedrukt cahier en vrij van BTW volgens art. 44, § 2, 4° WBTW (Onderwijs)

Erkenningen

  • OVB – Orde van Vlaamse Balies (C-2025-369: 4 punten)
  • IBJ – Instituut voor bedrijfsjuristen (4 punten)
  • Nationale Kamer van Notarissen (in aanvraag)
  • Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (4 punten)
  • IGO – Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (TEC-E26006)

Schrijf nu hier in.

Welke afspraken van de schuldenaar moeten zijn schuldeisers ondergaan? Het bijzondere geval van schuldvorderingen, aandelen en andere onlichamelijke goederen

Themis Insolventierecht

De basisregel inzake de tegenwerpelijkheid van contracten vanuit het standpunt van schuldeisers is deze: louter verbintenisrechtelijke afspraken (die geen overdracht, afstand of vestiging van zakelijke rechten inhouden) hebben geen zakelijke werking en uitwinnende schuldeisers moeten ze niet ondergaan. Dit moet echter worden genuanceerd voor schuldvorderingen en andere onlichamelijke goederen (zoals aandelen).

Continue reading “Welke afspraken van de schuldenaar moeten zijn schuldeisers ondergaan? Het bijzondere geval van schuldvorderingen, aandelen en andere onlichamelijke goederen”

Dwangsommen: het ene verzet is het andere niet (Cass. 3 januari 2025)

Een post door mr. Stan Brijs

In een didactisch arrest van 3 januari 2025 licht het Hof van Cassatie het belang toe van de grenzen van het bevel tot betalen voor verbeurde dwangsommen omdat die op hun beurt de omvang bepalen van het verzet bij de beslagrechter tegen dit bevel (Cass. 3 januari 2025, C.23.0332.N, NjW, 2025, 654; voor een bespreking van (o.m.) dit arrest, zie Dupont, L., “Dwangsommen invorderen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan”, NjW 2025, 634-645).

Continue reading “Dwangsommen: het ene verzet is het andere niet (Cass. 3 januari 2025)”

De aanvechting van ‘incongruente’ handelingen onder huidig recht en na de Insolventierichtlijn: het voorbeeld van de omzetting van het hypothecair mandaat

Themis Insolventierecht

Op grond van art. XX.111 WER kunnen o.m. de volgende transacties verricht tijdens de verdachte periode niet aan  de boedel worden tegengeworpen:
“2° alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop, of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens vervallen schulden;
3° alle bedongen hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien aangegane schulden.”

Art. XX.111, 2° en 3° WER hebben betrekking op abnormale betalingen (bv. betaling voor de vervaltermijn) en betalingswijzen (bv. betaling in natura van een geldschuld) resp. op zekerheden gevestigd voor oude schulden. Dergelijke rechtshandelingen zijn verdacht, omdat ze afwijken van de oorspronkelijke rechtspositie. Dergelijke afwijkende handelingen worden ook wel “incongruent” genoemd (Preambule Insolventierichtlijn, r.o. 11).

Wat “afwijkend” en dus “incongruent” is, is evenwel voor interpretatie vatbaar.

Continue reading “De aanvechting van ‘incongruente’ handelingen onder huidig recht en na de Insolventierichtlijn: het voorbeeld van de omzetting van het hypothecair mandaat”