Welke afspraken van de schuldenaar moeten zijn schuldeisers ondergaan? Het bijzondere geval van schuldvorderingen, aandelen en andere onlichamelijke goederen

Themis Insolventierecht

De basisregel inzake de tegenwerpelijkheid van contracten vanuit het standpunt van schuldeisers is deze: louter verbintenisrechtelijke afspraken (die geen overdracht, afstand of vestiging van zakelijke rechten inhouden) hebben geen zakelijke werking en uitwinnende schuldeisers moeten ze niet ondergaan. Dit moet echter worden genuanceerd voor schuldvorderingen en andere onlichamelijke goederen (zoals aandelen).

Continue reading “Welke afspraken van de schuldenaar moeten zijn schuldeisers ondergaan? Het bijzondere geval van schuldvorderingen, aandelen en andere onlichamelijke goederen”

Dwangsommen: het ene verzet is het andere niet (Cass. 3 januari 2025)

Een post door mr. Stan Brijs

In een didactisch arrest van 3 januari 2025 licht het Hof van Cassatie het belang toe van de grenzen van het bevel tot betalen voor verbeurde dwangsommen omdat die op hun beurt de omvang bepalen van het verzet bij de beslagrechter tegen dit bevel (Cass. 3 januari 2025, C.23.0332.N, NjW, 2025, 654; voor een bespreking van (o.m.) dit arrest, zie Dupont, L., “Dwangsommen invorderen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan”, NjW 2025, 634-645).

Continue reading “Dwangsommen: het ene verzet is het andere niet (Cass. 3 januari 2025)”

De aanvechting van ‘incongruente’ handelingen onder huidig recht en na de Insolventierichtlijn: het voorbeeld van de omzetting van het hypothecair mandaat

Themis Insolventierecht

Op grond van art. XX.111 WER kunnen o.m. de volgende transacties verricht tijdens de verdachte periode niet aan  de boedel worden tegengeworpen:
“2° alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop, of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens vervallen schulden;
3° alle bedongen hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien aangegane schulden.”

Art. XX.111, 2° en 3° WER hebben betrekking op abnormale betalingen (bv. betaling voor de vervaltermijn) en betalingswijzen (bv. betaling in natura van een geldschuld) resp. op zekerheden gevestigd voor oude schulden. Dergelijke rechtshandelingen zijn verdacht, omdat ze afwijken van de oorspronkelijke rechtspositie. Dergelijke afwijkende handelingen worden ook wel “incongruent” genoemd (Preambule Insolventierichtlijn, r.o. 11).

Wat “afwijkend” en dus “incongruent” is, is evenwel voor interpretatie vatbaar.

Continue reading “De aanvechting van ‘incongruente’ handelingen onder huidig recht en na de Insolventierichtlijn: het voorbeeld van de omzetting van het hypothecair mandaat”