Het nieuwe insolventierecht in 10 modules

Opleiding curator en vereffenaar (UA en KU Leuven)

Op 1 mei 2018 wordt met Boek XX WER het vernieuwe insolventierecht van toepassing. KU Leuven, KULAK en UAntwerpen organiseren van 20 februari tot 15 mei 2018 in nauw overleg met de Rechtbanken aan Koophandel een nieuwe editie van de postuniversitaire opleiding Curator-Vereffenaar met bijzondere aandacht voor het nieuwe insolventierecht.

Het betreft opnieuw een dubbele editie die van start gaat in Kortrijk en Brugge en enkele weken later wordt hernomen in Leuven, Hasselt en Antwerpen. De modules worden in twee reeksen op verschillende locaties aangeboden. Een overzicht van de modules en de sprekers:

Continue reading “Het nieuwe insolventierecht in 10 modules”

Kleine schoonmaak in vereenvoudigde pauliana: schuldvergelijking geschrapt

Wetgever knipt loszittend eindje in de faillissementswet af

De nieuwe insolventiewet hernummert de zogenoemde “vereenvoudigde pauliana’s”: de artikelen 17-19 Faill.W. worden de artikelen XX.111-113 WER. Wat verandert er inhoudelijk? Niets, zo lijkt het op het eerste gezicht. Of toch – het nieuwe artikel XX.111 telt één woord minder dan zijn voorganger: “schuldvergelijking”. Continue reading “Kleine schoonmaak in vereenvoudigde pauliana: schuldvergelijking geschrapt”

Collectieve en individuele schade in het faillissement na de invoering van Boek XX

Een nieuwe ‘afgeleide boedelvordering’ bij faillissementsaansprakelijkheid voor kennelijk grove fout

Een klassieke vraag in het faillissementsrecht is voor welke schade de curator dan wel individuele schuldeisers een vordering hebben. Dit leerstuk staat in België bekend als het onderscheid tussen ‘collectieve’ en ‘individuele’ schade. De vordering tot herstel van collectieve schade komt overeen met wat in Nederland de ‘Peeters/Gatzen’-vordering heet. Deze blogpost is een primer rond de regels inzake collectieve en individuele schade met bijzondere aandacht voor wat er wijzigt na de inwerkingtreding van Boek XX WER (voorzien op 1 mei 2018). Continue reading “Collectieve en individuele schade in het faillissement na de invoering van Boek XX”

PUC Willy Delva 2017-18. Het nieuwe ondernemingsrecht

De Postuniversitaire Cyclus Willy Delva biedt juristen reeds meer dan veertig jaar lang de kans toelichting te krijgen bij en inzicht te verwerven in een brede waaier van rechtsdomeinen. Telkens wordt gekozen voor thema’s met hoge actualiteitswaarde.  Continue reading “PUC Willy Delva 2017-18. Het nieuwe ondernemingsrecht”

De insolventie van een V.O.F. of maatschap in Boek XX WER

Nieuwe regels voor insolventie van ondernemingen met onbeperkt aansprakelijke vennoten

De Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het boek XX “Insolventie van ondernemingen heeft voor de bepaling van het toepassingsgebied van het faillissement en de gerechtelijke reorganisatie een nieuwe ondernemingsdefinitie ingevoerd in art.  XX.1 § 1. In het eerde lid (c) wordt vermeld: “iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid” In het tweede lid (a) wordt uitgesloten: “iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie.”

Concreet betekent dit dat maatschappen en andere vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid wel aan het insolventierecht zijn onderworden, maar niét de zgn. ‘feitelijke verenigingen’.

Daarmee wordt met Boek XX de maatschap voor het eerst ingekaderd in het ondernemingsrecht. Sinds de Wet van 13 april 1995 kent ons recht immers een commerciële maatschap; daarvoor was de maatschap altijd burgerlijk. Bij de invoering van de commerciële maatschap werd echter verzuimd om de maatschap in te passen in het handels- of ondernemingsrecht.

Dit past in een evolutie waarbij faillissement en reorganisatie worden opgesteld voor alle ondernemingen. Het wordt zelf onafwendbaar als de maatschap duidelijk als afgescheiden vermogen wordt herkend. Als er een onverdeelde boedel van maatschapsgoederen is waarop de maatschapsschuldeisers bevoorrecht zijn, is het nuttig om de zelfstandigheid van deze boedel ook in het insolventierecht te erkennen (zie meer op https://corporatefinancelab.org/2016/10/01/de-maatschap-mag-failliet/).

Van de gelegenheid heeft de wetgever gebruik gemaakt om de regels voor alle vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid (de maatschappen zonder rechtspersoonlijkheid en onvolkomen rechtspersonen zoals de V.O.F.) op te frissen. Daar gaan we in deze post op in. Continue reading “De insolventie van een V.O.F. of maatschap in Boek XX WER”

Trusts & Tax

Law, Tax & Business Forum – 20 feb 2018 – UHasselt

Op 20 februari 2018 zal aan de Universiteit Hasselt het eerste Law, Tax & Business Forum worden georganiseerd, met als thema ‘Trusts & Tax’.

Voorstelling

Voor de Belgische fiscalist en rechtspracticus blijft een ‘trust’ een vreemd aandoende rechtsfiguur. Met de regelmaat van de klok veroorzaken trusts dan ook allerlei fiscale problemen.

Bovendien bestaat er een hardnekkige perceptie – al dan niet terecht – dat wanneer trusts worden aangewend door belastingplichtigen in België, het gaat om fenomenen van belastingontwijking, of zelfs om belastingontduiking. Ter illustratie kan worden verwezen naar de Panama Papers en de Paradise Papers-schandalen.

Het was onder meer deze perceptie van deze rechtsfiguur die de wetgever ertoe dreef om een ‘kaaimantaks’ te introduceren in het Belgische belastingrecht. Het Law, Tax & Business Forum neemt de fiscaliteit van trusts, in een tijdperk van gegevensuitwisseling en transparantieverplichtingen, onder de loep. Continue reading “Trusts & Tax”

Insolvency proceedings and human rights

In its judgment of 11 January 2018 in the case of Cipolletta v. Italy, the European Court of Human Rights held that there had been a violation of Article 6 § 1 (right to a fair hearing within a reasonable time) of the European Convention on Human Rights and a violation of Article 13 (right to an effective remedy). Continue reading “Insolvency proceedings and human rights”

Over zombievennootschappen, slapende vennootschappen en een ambitieuze wetgever

“Okay, it’s pretty obvious what we’re doing here, people. If it’s dead … KILL IT”

― The Walking Dead, Vol. 14: No Way Out

 

  1. Zombievennootschappen

Uit recente rapporten van de OECD blijkt hoe de markt wordt geteisterd door zogenaamde “zombievennootschappen”. Dit fenomeen wordt in deze studies gedefinieerd als vennootschappen die al meer dan tien jaar bestaan en die gedurende drie opeenvolgende jaren hun verschuldigde interest niet kunnen betalen met hun winsten. Elders lezen we dat in België 15% van onze bedrijven in  een zombietoestand zou verkeren (http://trends.knack.be/economie/bedrijven/belgie-telt-60-610-zombiebedrijven/article-normal-840033.html ). De aanwezigheid van deze vennootschappen in het rechtsverkeer resulteert in (i) marktverstoring, ten nadele van “gezonde” ondernemingen die hierdoor geen toegang tot de markt krijgen, of (ii) een besteding van middelen aan activiteiten zonder bestendige toekomst.

De oorzaken van het bestaan van deze vennootschappen zijn divers. Gaande van goedkope financiering (voor schuldeisers kan het voordeliger zijn bijkomend krediet te verschaffen in plaats van definitief het verschafte krediet als sunk cost af te schrijven), tot beschermende insolventieprocedures zoals de WCO en de toekenning van  subsidies. Een cocktail hiervan maakt dat deze vennootschappen niet uit de markt verdwijnen. Continue reading “Over zombievennootschappen, slapende vennootschappen en een ambitieuze wetgever”

Lost in translation? The case of ‘trust insolvency’

A ‘hybrid mismatch’ in private law?

In a previous blogpost, we formulated some thoughts on the CJEU’s judgment in the Panayi Trust Case. We concluded that, for various reasons, it could reasonably be expected that trusts can indeed be considered to be ‘entities’ which can come under the scope of the freedom of establishment.

The importance of language

Apart from this conclusion, the different language versions of the CJEU’s judgment, and especially a comparison thereof, make for an interesting reading.  Continue reading “Lost in translation? The case of ‘trust insolvency’”

The Anatomy of Corporate Law (Third Edition) – Book Review

Cover for 

The Anatomy of Corporate Law

A previous blogpost already announced the publication of the third edition of “The Anatomy of Corporate Law”. The first chapter of the book can be read here. This blogpost reviews The Anatomy in more detail. A Dutch version of this review was published in “Tijdschrift voor Privaatrecht” (TPR).

The Anatomy of Corporate Law is, without a doubt, one of the most important works in the comparative and economic analysis of corporate law.
The Anatomy studies almost all of the important topics in corporate law, ranging from the basic governance structure to takeovers and securities regulation. It should be mandatory reading for corporate law scholars all over the world and can serve as an excellent basis for teaching comparative corporate law to students. Continue reading “The Anatomy of Corporate Law (Third Edition) – Book Review”

Uitstoting van minderheids-aandeelhouders uit genoteerde vennootschappen

Over “squeeze-outs”, “freeze-out mergers” en “pre-wired asset sales”

Een eerdere blogpost rapporteerde over de toekenning van de TRV-RPS Prijs 2016 voor mijn masterthesis over “Freeze-outs of minority shareholders: a comparative law and economics approach” (hier beschikbaar). Ondertussen werd er een herwerkte en ingekorte versie gepubliceerd als artikel in het “Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap – Revue pratique des sociétés” (TRV-RPS). Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste stellingen. Continue reading “Uitstoting van minderheids-aandeelhouders uit genoteerde vennootschappen”

Welke activa vallen in de faillissementsboedel? Dat hangt in het nieuwe insolventierecht van de gefailleerde af

Over de universaliteit van het faillissement na het nieuwe art. XX.110 WER

De faillissementsboedel bundelt de gezamenlijke rechten tot uitwinning van de schuldeisers, die collectief “gerealiseerd” worden door het vonnis van faillietverklaring. Vandaar dat er meestal gesproken wordt van de goederen “van” de boedel (ook al is er geen eigendomsoverdracht naar de boedel).

Welke zijn nu die goederen van de boedel? Het nieuwe insolventierecht, normalerwijze in werking vanaf 1 mei 2018, wijzigt dit (art. XX.110 § 1 en 3 WER), maar deze regel is minder duidelijk dan het lijkt. Continue reading “Welke activa vallen in de faillissementsboedel? Dat hangt in het nieuwe insolventierecht van de gefailleerde af”

Zit na invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid straks iedereen aan het Belgisch vennootschapsrecht?

En bereiken we de ‘top’ of de ‘bottom’?

Het nieuwe jaar komt met de belofte van een nieuw vennootschapsrecht.

Eén van de meest fundamentele wijzigingen in de vooropgestelde hervorming van het vennootschapsrecht is de mogelijkheid om vrij het toepasselijk vennootschapsrecht te kiezen (vulgo: de statutaire zetelleer). Oprichters en aandeelhouders van een Belgische onderneming worden vrij in de keuze van de  lex societatis . Een Belgische onderneming zal, zonder enig reëel aanknopingspunt met de betrokken jurisdictie, kunnen kiezen voor het recht van Nederland, Bulgarije of Malta of — en hier zou de Belgische wetgever verder gaan dan dan enige Europese verplichting —  van Oezbekistan, Delaware of Panama.

Een andere voorgestelde wijziging zou de invoering zijn van een maximumbedrag voor bestuursaansprakelijkheid voor een feit of complex van feiten (de “cap“). 

Voor Belgische of  buitenlands ondernemers zal die ‘cap’ een van de meest unieke aspecten van het Belgisch vennootschapsrecht vormen.  In deze post gaan we in op mogelijke interferenties tussen de ‘cap’ en de mogelijkheid om je vennootschapsrecht vrij te kiezen.  Continue reading “Zit na invoering van een ‘cap’ op bestuursaansprakelijkheid straks iedereen aan het Belgisch vennootschapsrecht?”