Tom Vos (KU Leuven) op Oxford Business Law Blog over prijs bij verplicht openbaar bod

Op Oxford Business Law Blog verscheen een bespreking door Tom Vos van het arrest van 20 juli 2017 inzake Marco Tronchetti Promovera SpA e.a. v. Consob, waarin het Hof van Justitie voor de eerste keer oordeelde over de interpretatie van artikel 5(4) van de Overnamerichtlijn, dat in de mogelijkheid voorziet voor nationale financiële toezichthouders om de prijs van een verplicht openbaar bod aan te passen. In deze zaak had de Italiaanse financiële toezichthouder, de Consob, besloten om de prijs van het verplicht openbaar bod te verhogen omdat er sprake was van samenspanning tussen de bieder en één van de verkopende aandeelhouders.

De vraag die werd voorgelegd aan het Hof was of het concept van “samenspanning” niet te onduidelijk was om een prijsaanpassing te rechtvaardigen. Het Hof van Justitie laat het finale oordeel aan de Italiaanse rechter, maar lijkt toch te suggereren dat er geen probleem is met het Italiaanse recht. De uitspraak is ook erg interessant voor Belgische juristen, aangezien België een gelijkaardige bepaling als Italië heeft met betrekking tot de prijsaanpassing bij verplicht bod.

U kon de analyse (in het Engels) van deze uitspraak door Vos reeds lezen in een eerdere post op deze blog.

 

Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?

Post door gastbloggers Stefan Mees en Michiel Stuyts over hun bijdrage in TRV-RPS

Het MAR-tijdperk

Met de inwerkingtreding van de Market Abuse Regulation (hierna “MAR”) op 3 juli 2016 brak een nieuw tijdperk aan binnen de regels met betrekking tot het marktmisbruik. Bij dergelijke juridische omwenteling, is het opportuun om bestaande en nieuwe reglementering te (her)bekijken in een gewijzigde maatschappelijke en juridische context. Continue reading “Insider trading onder de MAR: streng, maar (ook) rechtvaardig?”

Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Bestuursaansprakelijkheid vormt een belangrijke grens op de perverse prikkels die aandeelhouders zonder aansprakelijkheid hebben. Een eerdere post beschreef hoe andeelhoudersaansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid in belangrijke mate communicerende vaten zijn.

De logische consequentie daarvan is dat een vermindering aan het aandeelhoudersrisico (bv. door het afschaffen van het minimumkapitaal) zou leidt tot een verhoging van het risico van bestuursaansprakelijkheid (J.-M. Nelissen Grade en M. Wauters, “Reforming Legal capital: harmonisation or fragmentation of creditor protection?” in K. Geens en K.J. Hopt (eds.), The European Company Law Action Plan Revisited, Leuven, Leuven University Press, 2010, (25) 47-49).

We zien echter dat bestuursaansprakelijk valt onder de toepassing van aansprakelijkheidsbeperkende regels, vaak buiten het vennootschaps­recht. Deze beperkingen zijn vaak typisch Belgisch zijn en worden bv. niet of niet in dezelfde mate teruggevonden in Nederland. De opportuniteit van hun toepassing op het bestuursaansprakelijkheid is verre van evident.

De vennootschapsinsiders genieten hier immers van een “double indemnity”: ze zijn door de rechtspersoonsrtechniek niet gehouden als aandeelhouder en ontspringen via deze flankerende maatregel ook nog eens wegens deze flankerende regels de foutaansprakelijkheid voor bestuurders.  Om de belangrijkste van deze flankerende regels te noemen: Continue reading “Wordt bestuursaansprakelijkheid te veel beperkt door andere regels?”

Snap’s IPO, an update

A post by guest blogger Vincent Chantillon

In March this year, Snap went public. It did so by issuing shares without voting rights. Since the previous blogpost about this IPO, there have been some developments that are worth pointing out.

Snap has had some troubled months, with two disappointing earnings results. In July, the share price fell below the IPO price of 17$. Since then, the stock has continued to fall, with a rebound in the past week. Continue reading “Snap’s IPO, an update”

The second episode in the AkzoNobel saga: activist shareholders lose again in Dutch court, but reach settlement

Decision of 10 Augustus 2017 by the Dutch court in summary proceedings (“voorzieningenrechter”)

In a decision of 10 Augustus 2017, the Dutch court in summary proceedings (“voorzieningenrechter”) denied the request of two activist shareholders of AkzoNobel, Elliott and York, to convene an extraordinary general meeting (“EGM”) to dismiss Akzo’s chairman of the supervisory board. The reason for the shareholders’ request was the decision of Akzo’s board not to engage in negotiations with PPG concerning its takeover bid on Akzo. The Dutch court, however, held that the shareholders failed to show a “reasonable interest” and should await the general meeting of 8 September 2017, where Akzo’s board will provide further explanation on this topic. Shortly after this decision, on 16 August 2017, Elliott and Akzo reached a standstill agreement, where Elliott agreed to suspend further litigation for at least three months. Continue reading “The second episode in the AkzoNobel saga: activist shareholders lose again in Dutch court, but reach settlement”

Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post zoomde in op het belang van externe bestuursaansprakelijkheid (uit onrechtmatige daad) voor de bescherming van derden. Dat is bijna een open deur. Wat minder wordt erkend is dat ook interne bestuursaansprakelijkheid in belangrijke – en we durven te stellen: doorslaggevende – mate derdenbeschermend is.

Interne bestuursaansprakelijkheid is de contractuele aansprakelijkheid die bestuurders oplopen ten aanzien van de vennootschap zelf. De aansprakelijkheid wordt door de actio mandati of vennootschapsvordering afgedwongen. Wie aan de actio mandati denkt, denkt spontaan aan het belang van aandeelhouders; niet aan schuldeisers of andere derden. Contractuele aansprakelijkheid beschermt typisch partijen, niet derden. Toch beschermt deze vordering ook schuldeisers. Continue reading “Ook interne aansprakelijkheid dient de belangen van externen”

Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid

Bestuursaansprakelijkheid als derdenbescherming

Een vorige post stelde in het licht dat  bestuursaansprakelijkheid ook, en wellicht vooral, de belangen van derden dient.

Dat bestuursaansprakelijkheid derden beschermt is evident bij de externe bestuursaansprakelijkheid. Dat is de aansprakelijkheid die de bestuurder oploopt ten aanzien van derden bij onrechtmatige daden die hij begaat in hoedanigheid. Het mooie aan de Belgische regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid is dat ze differentiëren tussen vrijwillige schuldeisers (bv. op grond van een overeenkomst) en onvrijwillige schuldeisers (bv. slachtoffer van een onrechtmatige daad).

Beperkte aansprakelijkheid is immers veel minder evident bij onvrijwillige schuldeisers: die schuldeisers hebben niet vrijwillig een band met een entiteit met beperkte aansprakelijkheid. De regels inzake externe bestuursaansprakelijkheid reflecteren dat verschil: Continue reading “Vrijwillige vs onvrijwillige schuldeisers bij externe bestuursaansprakelijkheid”