Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers

Post door Frederik de Leo (KU Leuven en UHasselt), Wiepke Bartstra (UvA) en Aart Jonkers (UvA)

Het Nederlandse wetsvoorstel voor de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) maakt een dwangakkoord buiten faillissement mogelijk en voorziet daarbij in een stemming in klassen. Als een klasse tegen het reorganisatieplan stemt, dan kan de rechter alsnog overgaan tot homologatie van dat plan via een categorie-overschrijdende cram down. Artikel 384, lid 4, onderdeel b geeft daarbij aan de tegenstemmende klasse van schuldeisers het recht om uitbetaling in cash geld/contanten te eisen ten bedrage van wat zij naar verwachting in faillissement zou ontvangen. Dit lijkt op het eerst gezicht onschuldig, maar betreft in werkelijkheid een doorgedreven bescherming voor schuldeisers met zekerheidsrechten. Die bescherming is onnodig, in strijd met de grondbeginselen van de WHOA en kan een hold-out positie met nuisance value creëren voor de economisch reeds machtige schuldeisers, ten nadele van de zwakkeren die mogelijk wel bescherming verdienen. Bovendien is deze regel, voor zover ons bekend, uniek in internationaal perspectief en is ze in onze ogen een gevaarlijk experiment. Continue reading “Recht op cash-exit onder de WHOA: doorgedreven bescherming van de sterkste schuldeisers”

Verkrijging te goeder trouw van financiële activa

Doctoraatsseminarie Marc Van de Looverbosch (KU Leuven)

Net als de gewone colleges aan de KU Leuven, worden ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus/a zijn/haar werk in uitvoering voorstelt, online gehouden dezer dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om presentaties van zulke doctoraatsseminaries hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen.

Vandaag: Marc Van de Looverbosch met zijn presentatie waarvoor als titel geldt “Bezit, geld, titel: verkrijging te goeder trouw van financiële activa”. Continue reading “Verkrijging te goeder trouw van financiële activa”

Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?

Een post door gastbloggers Victor Burki en Stefan Mees (Linklaters)

Met de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna “WVV”)[1], werd ook gesleuteld aan de belangenconflictregeling voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap. Deze regeling, die vroeger terug te vinden was in art. 259 van het Wetboek van vennootschappen (hierna “W.Venn.”)[2] voor de BVBA (met een college van zaakvoerders) en in art. 523 W.Venn. voor de NV, staat vandaag in art. 5:76 WVV voor de BV en in art. 7:96 WVV voor de NV.

De nieuwe bepaling is inhoudelijk niet sterk gewijzigd, behalve dat voortaan in elke vennootschap een onthoudingsplicht wordt opgelegd aan de geconflicteerde bestuurder[3]. Onder het oude W.Venn. gold reeds een onthoudingsplicht voor geconflicteerde bestuurders in genoteerde vennootschappen.[4] In het nieuwe WVV wordt deze onthoudingsplicht uitgebreid tot bestuurders van alle vennootschappen.

De vraag rijst meteen wat het gevolg is van deze regel voor de berekening van de aanwezigheids- en meerderheidsvereisten voor vergaderingen van een (collegiaal) bestuursorgaan. Deze blogpost onderzoekt hoe men het aanwezigheidsquorum en de meerderheid moet berekenen wanneer een of meerdere bestuurders zich dienen te onthouden omwille van een belangenconflict. Dit is bijzonder relevant wanneer de helft of meer van de bestuurders een belangenconflict heeft.

Vullen geconflicteerde bestuurders het aanwezigheidsquorum? Hoe wordt de beslissingsmeerderheid dan berekend? Wat wanneer een meerderheid van de bestuurders geconflicteerd is? Moet er in dat geval doorverwezen worden naar de algemene vergadering? Continue reading “Vult de geconflicteerde bestuurder het aanwezigheidsquorum?”

The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus

A guestpost by Fahad Al-Sadoon (student KU Leuven and University Zurich)

Short selling is an investment strategy, where an investor will borrow a security (typically from a broker-dealer or an institutional investor, such as a mutual fund), at current price and will immediately sell it. Later on, when the security’s price (hopefully) has declined, the investor will buy it back at the new price. The difference between the two prices is the profit of the investor[i]. In other words, it is a practice used by investors to speculate on the decline in a stock or other securities prices. If generalized, it will concretely induce a price decline of a security. Some might argue that the fact that an important number of investors are shorting a stock is only the genuine indication that the latter is overvalued, while for others massively shorting a stock can turn into a self-fulfilling prophecy on the stock exchange.

Unbridled short selling has been blamed by governments and some economists for exacerbating volatility during times of stress. Indeed, some would say that it can contribute to price declines in the securities of financial institutions, in a manner that is unrelated to the true price valuation[ii]. Some extreme forms of short selling can even use false rumours in order to manipulate the market and obtain the targeted (reduced) price[iii]. As a consequence, during the financial turmoil of 2008 a plethora of regulators in several countries temporarily banned short selling on certain stocks in order to improve investor confidence and reduce volatility[iv].

*     *
*

According to the FSMA, the outbreak of Covid-19 pandemic is at the source of substantial selling pressure and unusual volatility in the price of shares of financial institutions. As a consequence, some investors might be tempted to take new positions in order to profit from a future price decrease, which might in turn accelerate the falls already experienced in the past days and aggravate the current economic disturbance seriously. Thus, the FSMA has decided to take the following measures in a specific timeline: Continue reading “The FSMA prohibition of Short Selling in the Wake of Coronavirus”

De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap

Doctoraatsseminarie Roel Verheyden (KU Leuven)

Net als de gewone colleges gaat ook doctoraatsseminaries, waarbij een doctorandus zijn of haar werk in uitvoering voorstelt, online deze dagen. We maken van de gelegenheid gebruik om de presentatie door de doctorandus hier ook voor een ruimer publiek ter beschikking te stellen. Vandaag: Roel Verheyden over “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”.

Op het menu onder meer een overzicht van de gevallen van collectieve en individuele schade, een rechtsvergelijkend overzicht van de rol van individuele schuldeisers bij de uitoefening van de vordering voor collectieve schade en een eigen voorstel voor een hertekening van het afgeleid vorderingsrecht ingevoerd in art. XX.225 WER. Continue reading “De uitoefening van collectieve aansprakelijkheidsvorderingen na faillissement van de vennootschap”

Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing

A guest post by Michiel Stuyts

The new corona virus affects all aspects of our lives. As law reflects human activity, so does COVID-19 raise questions in virtually all legal domains. Securities law is no exception. Due to the threat that the virus poses for financial market stability, short selling is being temporarily banned left and right[1] and is monitored more strictly[2] and supervisory authorities have started warning against fraudulent schemes attempting to profit from ongoing market volatility[3]. As regards market abuse, the European Securities and Markets Authority (ESMA) is well aware of the risk that the new corona virus poses for insider dealing and has stated that “issuers should disclose as soon as possible any relevant significant information concerning the impacts of COVID-19 on their fundamentals, prospects or financial situation in accordance with their transparency obligations under the Market Abuse Regulation”[4]. However, due to the pervasive nature of the virus and the drastic extent of governmental measures taken to combat it, it seems that the market abuse risk lies not so much with individual issuers and their shares but is rather elevated to a wholly different level.

Recently newspapers have reported that certain US senators have dumped their personal stock in January and February 2020 before the severity of the virus’ consequences on the US health system, economy and stock market became clear to the public[5]. Some of the senators reportedly received private briefings about the virus from administration officials. All the while, President Trump confirmed his confidence in the stock market through his favourite social media outlet[6]. Calls for the senators’ resignation due to alleged insider dealing grow increasingly loud. It is unclear how the US Securities and Exchange Commission (SEC) will tackle this matter, if at all.

It is interesting to assess the case from an EU law perspective. Continue reading “Trading fever: COVID-19 and the prohibition of insider dealing”

Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis

De coronacrisis betekent een regelrechte aanslag op de liquiditeit van vele ondernemingen. Om het economisch weefsel intact te houden, heeft de federale regering op initiatief van de Minister van Financiën en met ondersteuning van de Nationale Bank van België, een overeenkomst uitgewerkt met de financiële sector. Details van deze overeenkomst zijn vandaag gepubliceerd op de website van de Nationale Bank. Continue reading “Garantieregeling voor particulieren en bedrijven getroffen door coronacrisis”