The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective

Papers from the INSOL Europe Academic Forum Annual Conference Athens, Greece, 3-4 October 2018

In the recently issued conference proceedings booklet “Party-Autonomy and Third Party Protection in Insolvency Law”, I published a paper called “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”. The paper seeks to start the discussion on the topic of good bankruptcy (or insolvency) governance and to inspire idealistic researchers to become involved in this discussion. Three key aspects of good bankruptcy governance were dealt with in this paper.

First, an attempt was made to define the concept of “good bankruptcy governance”. This was later narrowed down to the following question: “In whose interest should the management of a corporation or insolvency estate act?”. A short comparative analysis of the US, the UK, Belgium and the Netherlands did not provide a clear answer.

However, some room for common ground could be found by Continue reading “The Road Towards Good Bankruptcy Governance: A Comparative Law and Economics Perspective”

Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?

Consultatieronde van start

Op 29 mei 2019 verschenen de Nederlandse voorstellen voor een wet en ministeriële regeling “overgang van onderneming in faillissement”. Die voorstellen zijn er gekomen naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Smallsteps. Daarin werd geoordeeld dat de Nederlandse pre-packpraktijk niet richtlijnconform is. De Nederlandse voorstellen kunnen ter inspiratie dienen voor de Belgische wetgever bij het opstellen van een meer coherente en richtlijnconforme regelgeving inzake werknemersbescherming bij (i) de overdracht van een onderneming uit faillissement en (ii) de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag (hierna: ‘GROG’). Continue reading “Nederlandse voorstellen ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ – Wat met werknemersbescherming na Smallsteps en Plessers?”

The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking

In search of the right balance between employee protection and efficiency of insolvency proceedings

In its preliminary ruling of today, the ECJ has followed its AG and decided that Council Directive 2001/23/EC (the ‘Directive’) must be interpreted as precluding national legislation, such as Article 61(3) of the Belgian WCO (now Article XX.86(3) WER), which, in the event of the transfer of an undertaking which has taken place in the context of proceedings for judicial restructuring by transfer under judicial supervision (‘GROG’) applied with a view to maintaining all or part of the transferor or its activity, entitles the transferee to choose the employees which it wishes to keep on.

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation proceeding. A collective agreement could not be reached and on 19 February 2013, a GROG was initiated. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Continue reading “The ECJ in ‘Plessers’: Employee Protection in Insolvency Proceedings by Transfer of Undertaking”

The CJEU Vantaan kaupunki case: piercing the corporate veil via private enforcement of EU competition law

A post by Jasper Van Eetvelde & Michiel Verhulst

The CJEU judgement on the 14th of March 2019 in the Vantaan kaupunki case shows the increasing spillover effects of the public enforcement of competition law on the private enforcement thereof. The CJEU found that the concept of ‘undertaking’ as autonomously interpreted in competition law is applicable when claiming for damages on the basis of breaches of EU competition law. This has far-reaching consequences, since it implies that both the principles of parental liability and economic continuity are henceforth part of the national rules on the private enforcement of EU competition law. This triggers some reflections on corporate law on voluntary winding-up in general and the usefulness of focussing on the economic reality outside competition law. Continue reading “The CJEU Vantaan kaupunki case: piercing the corporate veil via private enforcement of EU competition law”

‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?

Post door gastblogger Arne Weemaes (student UA)

De regelgeving inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen is sinds 1995 meermaals gewijzigd. Aangezien de wetgever zich hierbij steeds beperkte tot specifieke onderdelen, bleven heel wat fundamentele aspecten onduidelijk of zelfs onbehandeld. Het gaat met name over de problematiek betreffende de sluiting van de vereffening en haar rechtsgevolgen. De bestaansreden van deze problematiek kan worden teruggebracht tot de formalistische opvatting van de sluiting van de vereffening door het Hof van Cassatie (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, 80). Volgens die opvatting wordt de vereffening afgesloten door een formeel besluit van de algemene vergadering, ongeacht of de vereffening ook effectief inhoudelijk werd voltooid.

Het belangrijkste gevolg van deze formalistische opvatting is dat de mogelijkheid bestaat dat er bepaalde activa of passiva niet in de vereffeningsprocedure werden opgenomen en deze aldus ‘vergeten’ bestanddelen pas na de afsluiting van de vereffening worden opgemerkt. Gelet op het feit dat de (actieve) rechtspersoonlijkheid van de vennootschap reeds na de sluiting van de vereffening is uitgedoofd, vormt de hypothese van ‘vergeten’ activa en passiva een aanzienlijk probleem. In dat verband rijst nl. de vraag in welke mate de vennootschap, de vennoten en de schuldeisers ten opzichte van elkaar nog rechten kunnen laten gelden. Daar waar het huidige recht ter zake geen adequaat antwoord biedt, bevat het ontwerp-WVV een gloednieuwe regeling inzake deze kwestie.

Deze blogpost zal eerst stilstaan bij de mogelijkheden die vandaag bestaan wanneer men na de sluiting van de vereffening wordt geconfronteerd met ‘vergeten’ vermogensbestanddelen. Daarna volgt een analyse van de toekomstige regelgeving die de aangehaalde problematiek het hoofd tracht te bieden. Teneinde de relevante principes helder weer te geven, wordt een opdeling gemaakt tussen enerzijds ‘vergeten’ activa en anderzijds ‘vergeten’ passiva. Continue reading “‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?”

Plessers: the ECJ on a Killing Spree in the Belgian Insolvency Landscape?

Setting the Boundaries of Articles 3–5 of Council Directive 2001/23/EC in the Aftermath of Smallsteps

Yesterday, Advocate General (AG) Szpunar delivered his opinion in Plessers (C-509/17), a case before the European Court of Justice (ECJ) that concerns the protection of employees in one of the Belgian insolvency proceedings, i.e. the judicial reorganisation by transfer under judicial supervision/gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag (hereinafter referred to as ‘GROG’). If the ECJ follows the interpretation by AG Szpunar of Articles 3-5 of Council Directive 2001/23/EC (hereinafter the ‘Directive’), the referring court would have almost no other option than to rule that Article 61(3) WCO (now: Article XX.86, §3 WER) violates the Directive.

 

Background

On 23 April 2012, NV Echo entered into a judicial reorganisation by way of collective agreement. However, a collective agreement could not be reached, and on 19 February 2013, the judicial reorganisation proceeding was transformed into a GROG. On 22 April 2013, NV Prefaco took over the business of NV Echo together with two-thirds of the total employees of the transferor.

Plessers, who was one of the dismissed employees, argued (among other things) that Article 61(3) WCO violates the Directive. Continue reading “Plessers: the ECJ on a Killing Spree in the Belgian Insolvency Landscape?”

Faillissementsfraude: civiel recht brengt enig soelaas

In het meest recente nummer van De Juristenkrant stippen Frederik De Leo en Roel Verheyden de burgerrechtelijke middelen aan waarover de curator en individuele schuldeisers beschikken wanneer zij geconfronteerd worden met faillissementsfraude. De aanleiding daartoe is een recente Panoreportage, waarin de zogenaamde phoenixing-praktijk aan de kaak werd gesteld. De auteurs schrijven daarover het volgende: Continue reading “Faillissementsfraude: civiel recht brengt enig soelaas”