Cassatie over (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting: algemeen pandbeding volstaat

Wie als schuldeiser in een procedure van gerechtelijke reorganisatie belandt, doet er goed aan over een buitengewone schuldvordering in de opschorting te beschikken. Zoniet riskeert hij/zij met een fikse haircut geconfronteerd te worden in het reorganisatieplan. In het verleden heeft de afbakening tussen gewone en buitengewone schuldvorderingen aanleiding gegeven tot de nodige discussie in rechtspraak en rechtsleer. Ook de wetgever heeft zich herhaaldelijk met deze kwestie ingelaten. In een arrest van 16 januari 2020 (C.19.0294.N/1) heeft het Hof van Cassatie voor de praktijk belangrijke nadere toelichting gegeven. Continue reading “Cassatie over (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting: algemeen pandbeding volstaat”

Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid

Op deze blog wordt veel over rechtspersoonlijkheid en weinig over belastingen geschreven. Rechtspersoonlijkheid en belastingen zijn echter nauw verbonden. De juridische techniek van de rechtspersoonlijkheid wordt immers gretig gebruikt voor fiscale doeleinden, waarbij het zelden de bedoeling is van de belastingplichtige meer belastingen te betalen. Belgen (m/v, Waal/Brusselaar/Vlaming) schijnen hier goed (minstens zeer bedreven) in te zijn. Het arrest van 2 januari 2020 (F.18.0074.N/1) van het Hof van Cassatie zal dan ook menig lezer van deze blog interesseren. Continue reading “Je est un autre: Cassatie over belastingen, simulatie en rechtspersoonlijkheid”

Cassatie over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen

In een belangrijk arrest van 17 december 2019 (P.19.0845.N/7) heeft het Hof van Cassatie toelichting gegeven bij de materiële en morele toerekenbaarheid van misdrijven aan rechtspersonen. Artikel 5, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat een rechtspersoon strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, naar blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd. De invulling van deze voorwaarden in de onstoffelijke context van rechtspersonen staat garant voor aangename discussies en uitgebreide conclusies. Continue reading “Cassatie over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen”

Reparatie van de cap – bis

In een eerdere post wees dr. Gillis Lindemans op een bug in de cap. Zoals bekend, geldt de cap enkel nog voor toevallige lichte fouten (art. 2:57, § 3, 1°), hetgeen het revolutionair karakter ervan sterk uitholt. Evenwel voorziet art. 2:57, § 1 WVV vandaag nog steeds uitdrukkelijk dat de cap van toepassing is op de faillissementsaansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout (art. XX.225 WER) en de faillissementsaansprakelijkheid wegens wrongful trading (art. XX.227 WER). Volgens dr. Lindemans kan een kennelijk grove fout echter nooit een toevallige lichte fout zijn en staat ook de voortzetting van een reddeloze onderneming op gespannen voet met het concept toevallige lichte fout. Continue reading “Reparatie van de cap – bis”

Suggesties voor onder de kerstboom

Het is de tijd van het jaar om pakjes onder de kerstboom te leggen. Wie familieleden of vrienden met bijzondere interesse in het insolventierecht heeft (innige deelneming), weet zich dit jaar van keuzestress bespaart. Zeer recent zijn immers twee indrukwekkende boeken verschenen die het famielilid/de vriend(in) in kwestie de volledige kerstvakantie zoet zullen houden. Beide werken, en hun auteurs, verdienen het even in de spotlights geplaatst te worden. Continue reading “Suggesties voor onder de kerstboom”

Towards harmonisation of bank insolvency laws

The harmonisation of insolvency rules for European banks was recently put on the table by Germany’s finance minister Olaf Scholz, together with other measures (such as a European deposit insurance scheme) destined to advance the banking union (see his position paper on the goals of the banking union).  According to Minister Scholz:

The lack of harmonisation in this area complicates the resolution of banks with cross-border operations. This becomes particularly problematic when banks and creditors are better placed in proceedings under national insolvency legislation than they would be with a resolution in accordance with the Bank Recovery and Resolution Directive. When this happens, national insolvency legislation undercuts the provisions that are tailored to fit the specific set of interests at play when a bank is wound down.

What is more, the SRB also needs to take into account 19 different national insolvency regimes when performing a resolution due to the no-creditor-worse-off principle, which stipulates that no creditor may incur greater losses as a result of a resolution than they would have in national insolvency proceedings. This is complex, increases legal and compensation risks and results in groups of creditors receiving different treatment despite being fundamentally the same.

For this reason, we need a single European set of laws on bank insolvency.

Coincidentally (or not), a study on the differences between bank insolvency laws and on their potential harmonisation was recently published (the report and the executive summary can be found here). The abstract from the executive summary reads as follows:

 The resolution framework set out under Directive 2014/59/EU (‘BRRD’) provides EU Member States with comprehensive and harmonised arrangements to deal with failing banks at a national level, and is complemented in the euro area by the Single Resolution Mechanism Regulation (SRMR) that sets out a euro-area-wide resolution framework. But under EU law, unlike in the United States, resolution does not function as a standalone substitute for national insolvency proceedings. This study identifies the national insolvency procedures applicable to banks and analyses key differences between them, notably concerning the circumstances according to which the application of reorganisation or winding-up procedures is triggered, the ranking of liabilities, and the available tools to manage bank crises. By highlighting the differences that can be found in the legislative regimes applicable at national level and determining how these national insolvency regimes differ from the resolution regime as set out in the BRRD and SRMR, the study assesses the potential disadvantages that result from the lack of harmonisation of these bank insolvency regimes. Taking these disadvantages into account, policy options are outlined to address these divergences. The feasibility, benefits, obstacles and impact of these options are discussed. In terms of future revision of the current framework, more clarity and predictability of the applicable regime should be sought, particularly for medium-sized banks, with a holistic approach to reform that also takes into account related policies such as those on state aid control and deposit insurance.

 

 

Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020

Op 7 februari 2020 wordt in Brussel een studienamiddag georganiseerd over actuele knelpunten en tendensen in insolventie. Het initiatief daartoe wordt genomen door de rechters in ondernemingszaken van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel, in samenwerking met de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel en de Unie der Rechters in Ondernemingszaken van België. Volgende onderwerpen staan op het programma Continue reading “Save the date – Colloquium insolventierecht op 7 februari 2020”