Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’

Digitaal archief RBIB (KU Leuven)

De recente toevoeging van de Arresten van de Raad van State uit de periode 1948-1994, is een goede gelegenheid om in herinnering te brengen dat de onvolprezen bibliotheek van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven de gedigitaliseerde archieven van heel wat tijdschriften in open access aanbiedt, zoals Arr.Cass., RW, TPR, Jura Falconis, RPS en de Revue Critique.  Ook interessant zijn een reeks oudere rapporten van de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland (vulgo de Vereniging met de Lange Naam), met daarbij enkele klassiekers die anders moeilijk te consulteren zijn, zoals ex multis: Continue reading “Ronse, Fredericq, Meijers … in ‘open access’”

Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?

Een post door gastblogger Mateusz Ryś (student UA)

De rechtsfiguur van het beslag op aandelen vertoont een problematisch karakter. Wie artikel 7 Hyp.W. leest, maakt zich op het eerste gezicht weinig zorgen: eenieder staat met zijn gehele vermogen in voor zijn schulden; daarin vallen ook diens aandelen. Nochtans blijkt beslag op aandelen allerminst een evidentie. Deze post zal drie kernpunten verduidelijken over het beslag op aandelen, met aandacht voor wijzigingen door WVV. Continue reading “Beslag op aandelen: een doodlopende straat of onderbroken door werkzaamheden?”

Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels

The Code of Capital: How the Law Creates Wealth and Inequality

The Code of Capital by Katharina Pistor has been creating a lot of buzz over the last months. As announced previously, Professor Pistor will present her book next Monday November 4 at 16h30 at the Brussels campus of KU Leuven. Please note that because of the high number of attendants the presentation has been moved to Auditorium 2215 (Stormstraat 2 / 2  rue d’Assaut,  1000 Brussels).

screen_shot_0A short overview of the book by Professor Pistor herself can be found here (ProMarket, the blog of the Stigler Center at the University of Chicago). See here for an interview with her (Völkerrechtsblog). In a review on Law and Political Economy, Professor Samuel Moyn (Yale) writes: Continue reading “Next week: book presentation by Katharina Pistor in Brussels”

Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen

Een post door gastblogger Hannes Hollebecq (Cera, dienstverlening coöperatief ondernemen)

Uit een en ander volgt dat de CV onder het WVV niet meer in aanmerking komt voor de uitoefening van een vrij beroep” … “Dit neemt niet weg dat beoefenaars van vrije beroepen onder omstandigheden, en in voorkomend geval naast hun professionele vennootschap, een cv kunnen oprichten die wel geïnspireerd is door het coöperatief gedachtengoed.”

Dat was het antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet op de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

Onbegrijpelijk. Voor ons toch.

Een visie die o.i. niet juist en net tegenstrijdig is met de Memorie van Toelichting (MvT). De argumentatie ‘uit een en ander’ overtuigt ons ook niet.

Ook al vormen antwoorden op parlementaire vragen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet, toch maken we ons zorgen over dit antwoord. Als iedereen, en niet in het minst juristen en notarissen dit overnemen, fnuikt dit verschillende coöperatieve ondernemingen van beoefenaars van vrije beroepen en initiatieven daartoe.

Daarom halen we graag nog eens onze argumentatie aan. En deze gaat veel verder dan de strekking die ‘enkel art. 6:1 zou lezen en niet de MvT’. Integendeel, bepaalde elementen uit de MvT versterken dit net. Continue reading “Mag men de CV gebruiken voor de uitoefening van een vrij beroep? Uiteraard moet dit kunnen”

Is een CV als vennootschapsvorm voor de uitoefening van een vrij beroep nog steeds mogelijk onder het WVV?

Antwoord op parlementaire vraag

Een antwoord van de vice-premier en minister van justitie op een schriftelijke vraag van kamerlid G. Gilkinet behandelt de vraag of onder het WVV de CV nog gebruikt kan worden voor de uitoefening van een vrij beroep.

De problematiek heeft te maken met art. 6:1 WVV dat de ‘aard en kwalificatie’ van de CV bepaalt:

“§ 1. De coöperatieve vennootschap heeft tot voornaamste doel aan de behoeften van haar aandeelhouders dan wel derde belanghebbende partijen te voldoen en/of hun economische en sociale activiteiten te ontwikkelen, onder meer door met hen overeenkomsten te sluiten over de levering van goederen, de verrichting van diensten of de uitvoering van werken in het kader van de activiteit die de coöperatieve vennootschap uitoefent of laat uitoefenen. De coöperatieve vennootschap kan tevens tot doel hebben aan de behoeften van haar aandeelhouders of haar moedervennootschappen en hun aandeelhouders dan wel hun derde belanghebbende partijen te voldoen, al dan niet via de tussenkomst van dochtervennootschappen. Zij kan tevens tot doel hebben hun economische en/of sociale activiteiten te bevorderen middels een deelneming in één of meer andere vennootschappen.
De hoedanigheid van aandeelhouder kan zonder statutenwijziging worden verkregen en de aandeelhouders kunnen, binnen de door de statuten bepaalde grenzen, ten laste van het vennootschapsvermogen uittreden of uit de vennootschap worden uitgesloten.
[…]
§ 4. De coöperatieve finaliteit en de waarden van de coöperatieve vennootschap worden beschreven in de statuten en, in voorkomend geval, aangevuld met een uitvoerigere toelichting in een intern reglement of een handvest.”

Antwoorden op parlementaire vragen vormen uiteraard geen bindende bron van recht noch een authentieke interpretatie van de wet. Toch is het interesssant de parlementaire vraag en antwoord hier te hernemen. Zie over deze problematiek ook R. Houben, “De CV voor professionele vennootschappen van vrije beroepen : C4 ?”, TRV/RPS 2019, 449-450. Continue reading “Is een CV als vennootschapsvorm voor de uitoefening van een vrij beroep nog steeds mogelijk onder het WVV?”

Zal het insolventierecht de wereld redden?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (8)

Eerdere posts schonken aandacht aan enkele technologieën om de scherpe kantjes van afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid af te vijlen: publiciteit, en uitkeringsverplichtingen, uitkeringsbeperkingentoerekeningsregels voor vennootschapsschuldenbestuursaansprakelijkheid.

Deze technologieën staan onder druk. Het internationaalrechtelijk aanknopingspunt voor deze regels wordt immers in belangrijke mate bepaald door het het toepasselijke vennootschapsrecht: de lex societatis. In België gold dat je het toepasselijk vennootschapsrecht niet vrij kan kiezen: je moet het recht kiezen van het economische zwaartepunt van de vennootschap, de werkelijke zetel. Vanuit het idee dat de rechtspersoon in belangrijke mate een figuur met derdenwerking is, vind ik het geen gek idee dat de insiders niet totaal vrij kunnen kiezen. Bij een contract ligt vrije keuze voor de hand; bij figuren met derdenwerking dringt een objectieve aanknopingsfacor zich op. In het goederenrecht is dit de lex rei sitae, de plaats waar een zaak zich werkelijk bevindt, in het vennootschapsrecht is dat de werkelijke zetel. De keuze om vrij het toepasselijk recht te kiezen voor figuren die tegenwerpelijk zijn aan derden wordt in The Code of Capital van Pistor terecht als zeer problematisch beschreven. Continue reading “Zal het insolventierecht de wereld redden?”

Het recht laat zich niet in hokjes plaatsen: naschrift

Een post door gastblogger Tina Coen (VUB)

1. Nadat mijn blogpost  over de weerslag van art. 2:44 WVV op de rechtsmacht van de Raad van State in juli jl. werd gepubliceerd, zijn er twee zaken gebeurd die een kort naschrift vragen.

Vooreerst heeft het Rechtskundig Weekblad recent mijn artikel gepubliceerd waarin ik uitgebreid inga op de problematiek die in deze blogpost kort werd geschetst. U kan het volledige artikel terugvinden in de 8ste aflevering van jaargang 2019-20, blz. 283-296 of raadplegen op de website van het tijdschrift (www.rw.be) of via www.jurisquare.be.

2. Ten tweede is op 4 oktober jl. een wetsvoorstel ingediend om – onder andere – tegemoet te komen aan de door mij geschetste problematiek. Las de wetgever misschien mee?

Er wordt namelijk voorgesteld om art. 2:44, 1ste lid WVV als volgt te herformuleren: Continue reading “Het recht laat zich niet in hokjes plaatsen: naschrift”

Agency Theory in the 21st Century

Conference at Maastricht University, October 25th. 2019

The Institute for Corporate Governance and Innovation Policies (ICGI) and Institute for Transnational Legal Research (METRO) at Maastricht University will host next Friday an interdisciplinary conference on ‘AGENCY THEORY IN THE 21st CENTURY’ at the Faculty of Law in Maastricht with Damla Bos (Maastricht University), David Cabrelli and Ewa Kruszewska (The University of Edinburgh), Joeri Vananroye (KU Leuven), Jean-Philippe Robé (SciencesPo Law School), Constantijn van Aartsen (Maastricht University) an Mieke Olaerts (Maastricht University).

Agency theory – the economic analysis of relationships between agents and principals – is influential and has spread well beyond its economic roots into a variety of disciplines, including law, political science, sociology, corporate governance and finance. It is used by scholars to design efficient institutions, structure individual incentives, prevent corporate corruption and compare institutional arrangements. Reliance on agency theory in these areas has, unfortunately, not prevented corporate scandals and suboptimal rates of trust in business and other institutions. The overarching aim of this conference is to address these issues in an interdisciplinary and international setting.

Programme

10.00-10.30 Registration & coffee
10.30-10.50 Introduction – Damla Bos, LLM – Maastricht University
10.50-11.40 Prof. David Cabrelli and Dr. Ewa Kruszewska – The University of Edinburgh
“The Limits of Agency Theory”
11.40-12.30 Prof. Joeri Vananroye – KU Leuven
“The Blind Spots of Agency Theory in Corporate Finance Law”
12.30-13.20 Lunch Break in room B0.006
13.20-14.10 Dr. Jean-Philippe Robé – SciencesPo Law School“Being Done with Milton Friedman”
14.10-15.00 Constantijn van Aartsen, LLM – Maastricht University“Agency Theory in the 21st Century: Legitimate, Reductionist and Overapplied”
15.00-15.30 Coffee break
15.30-17.00 Roundtable discussion
17.00-17.30 Closing – Prof. Mieke Olaerts – Maastricht University

 

De tocht is moeilijk, de gids ervaren: wegwijs in het ondernemingsrecht

Oude(re) lezers van deze blog herkennen misschien nog de slogan waarmee Jean-Luc Dehaene zich in 1995 succesvol aan de kiezer presenteerde. Met dezelfde slogan kan de (ondertussen reeds) 11de editie van Ondernemingsrecht in hoofdlijnen aangekondigd worden. Het ondernemingsrecht heeft de voorbije jaren fundamentele veranderingen ondergaan: de onderneming heeft de koopman vervangen, een nieuw vennootschapsrecht heeft het licht gezien, het insolventierecht is grondig hervormd, B2B-relaties zijn niet meer wat ze geweest zijn, et j’en passe. Continue reading “De tocht is moeilijk, de gids ervaren: wegwijs in het ondernemingsrecht”

Onbekwaamheid van een maat en de wetgever: het bizarre gewijzigde art. 2003 BW over het einde van de lastgeving

De burgerlijke maatschap opnieuw ingevoerd in art. 2003 BW?

Misschien bekruipt u soms het gevoel dat u niet meer kan volgen met de snelle wetgevende evoluties? Als het een troost kan wezen: de wetgever zelf volgt ook niet altijd.

Sinds de Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie verwijst art. 2003 BW – bepaling over het einde van de lastgeving – naar de “burgerlijke maatschap”. Diezelfde burgerlijke maatschap was door diezelfde wetgever acht maanden eerder afgeschaft door de Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht, in werking getreden op 1 november 2018. En dit is dan nog niet eens het ergste dat er mis is met deze nieuwe bepaling. Continue reading “Onbekwaamheid van een maat en de wetgever: het bizarre gewijzigde art. 2003 BW over het einde van de lastgeving”

Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden

Vooraleer een groepsvennootschap deelneemt aan een cash pool, moet ze nagaan of dit in haar belang is. Indien dit niet zo is, dreigt bestuurdersaansprakelijkheid (I). Ook lopende de cash-pooling-overeenkomst moeten de bestuurders de vinger aan de pols van het vennootschapsbelang houden, zeker indien er solvabiliteitsproblemen ontstaan binnen de groep (II). Om het risico op een schending van het vennootschapsbelang te verkleinen, kan men een aantal richtlijnen in acht nemen bij het vormgeven van de cash pool (III). Continue reading “Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden”

Ook onrechtmatig verkregen activa van de rechtspersoon kunnen worden misbruikt

Cassatie 2 oktober 2019 (P.18.0981.F)

Een arrest van het Hof van Cassatie van 2 oktober 2019 maakt duidelijk dat ook de activa die een rechtspersoon op onrechtmatige wijze heeft verkregen in aanmerking komen voor het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen (art. 492bis Sw).

Terecht merkt het Hof van Cassatie op dat die strafbaarstelling als doel heeft om de integriteit van  het maatschappelijk vermogen en de waarde van de rechtspersoon te beschermen tegen de frauduleuze praktijken van haar bestuurders. Continue reading “Ook onrechtmatig verkregen activa van de rechtspersoon kunnen worden misbruikt”

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”

Wie onderneemt onder het mom van een spookvennootschap is persoonlijk aansprakelijk

Cassatie 28 september 2018 (C.18.0044.N)

Een arrest van het Hof van Cassatie van 28 september 2018 (C.18.0044.N) stelt in het licht dat wie handel drijft in naam van een vennootschap die niet (meer) bestaat, uiteraard zelf aansprakelijk is voor de verbintenissen van die vennootschap.

Misschien niet helemaal toevallig ging het om een Centros-bijkantoor, een Engelse Limited met een Belgisch bijkantoor en louter een brievenbus in het Verenigd Koninkrijk. Naar Engels recht was deze vennootschap na ontbinding opgehouden te bestaan.  Deze beslissing, ook gepubliceerd in nr. 5 van de lopende jaargang van het RW, luidt als volgt: Continue reading “Wie onderneemt onder het mom van een spookvennootschap is persoonlijk aansprakelijk”

Who’s afraid of the WTO?

A post by guest blogger Marie Parys

In August 2019, the US national security advisor visited the UK bearing the news of a trade deal. Perhaps not as conspicuous as it was odd was his statement that a future US-UK free trade agreement could be done on a “sector-by-sector-basis”. WTO rules decree that legal free-trade agreements must cover “substantially all trade”. This renders sectoral trade liberalization impossible. Or does it? Despite Prime Minister Boris Johnson conceding that negotiating a UK-US free trade agreement will be a “tough old haggle”, he has stated that it is the “single biggest deal” the UK needs to do following Brexit. Would the UK and the US be willing to flaunt WTO rules to get to the golden goose of an albeit gradual free trade agreement? Are WTO rules binding and enforceable, and why do most Members follow recommendations of the WTO dispute settlement system? In other words: how sharp are the WTO’s teeth and why do they bite? Continue reading “Who’s afraid of the WTO?”

%d bloggers like this: