Zal het insolventierecht de wereld redden?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (8)

Eerdere posts schonken aandacht aan enkele technologieën om de scherpe kantjes van afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid af te vijlen: publiciteit, en uitkeringsverplichtingen, uitkeringsbeperkingentoerekeningsregels voor vennootschapsschuldenbestuursaansprakelijkheid.

Deze technologieën staan onder druk. Het internationaalrechtelijk aanknopingspunt voor deze regels wordt immers in belangrijke mate bepaald door het het toepasselijke vennootschapsrecht: de lex societatis. In België gold dat je het toepasselijk vennootschapsrecht niet vrij kan kiezen: je moet het recht kiezen van het economische zwaartepunt van de vennootschap, de werkelijke zetel. Vanuit het idee dat de rechtspersoon in belangrijke mate een figuur met derdenwerking is, vind ik het geen gek idee dat de insiders niet totaal vrij kunnen kiezen. Bij een contract ligt vrije keuze voor de hand; bij figuren met derdenwerking dringt een objectieve aanknopingsfacor zich op. In het goederenrecht is dit de lex rei sitae, de plaats waar een zaak zich werkelijk bevindt, in het vennootschapsrecht is dat de werkelijke zetel. De keuze om vrij het toepasselijk recht te kiezen voor figuren die tegenwerpelijk zijn aan derden wordt in The Code of Capital van Pistor terecht als zeer problematisch beschreven. Continue reading “Zal het insolventierecht de wereld redden?”

“Grensoverschijdende omzetting van rechtspersonen” (J. van den Broek en G. Rensen, eds.)

Serie Onderneming en Recht, nr. 103, Kluwer, Deventer, 2018

Afbeeldingsresultaat voor Grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen.In de Serie Onderneming en Recht verscheen de bundel Grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen. Civiel en fiscaal recht, samengesteld door J. van den Broek en G. Rensen van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Een grensoverschrijdende omzetting (ook wel: wijziging van toepasselijk vennootschapsrecht; ook wel: internationale verplaatsing van statutaire zetel) is in Nederland niet wettelijk geregeld. Ook in België is dit nauwelijks geregeld (op een zeer abstracte bepaling in het Wetboek IPR na). In België bestaat er al een gevestigde praktijk van inbound en outbound grensoverschrijdende omzettingen. In Nederland kwam die praktijk vooral de laatste jaren op gang. In België is de mogelijkheid van een wijziging van toepasselijk vennootschapsrecht principieel aanvaard sinds het bekende Lamot-arrest van het Hof van Cassatie uit 1965. De Nederlandse praktijk – die anders dan in België wel op principiële bezwaren stuit vanuit de doctrine – kwam er vooral onder invloed (druk?) van de arresten Cartesio en Vale van het Hof van Justitie. De bundel besteedt uitvoerig aandacht aan de invloed van het recente arrest Polbud.

In België wordt de “internationale zetelverplaatsing” geregeld in het ontwerp van WVV. In Nederland is er sinds 2014 een voorontwerp van wet betreffende grensoverschrijdende omzetting van vennootschappen. Dit voorontwerp lijkt in de koelkast te liggen in afwachting van de recent door de Commissie voorgestelde ontwerp-Richtlijn omtrent grensoverschrijdende omzettingen. Naar goede Nederlandse gewoonte is een internetconsultatie bezig over de ontwerp-Richtlijn om het Nederlandse standpunt beter te informeren.

De Nijmeegse bundel legt de nadruk op de grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen (niet enkel vennootschappen – zo is de bespreking van de stichting erg boeiend) vanuit Nederlands standpunt. De bundel bevat daarnaast een hoofdstuk exotica met daarin o.a. de bespreking van keuze en wijziging van toepasselijk vennootschapsrecht vanuit Belgisch standpunt. Dit deel werd geschreven door Vananroye en Lindemans (KU Leuven):  Continue reading ““Grensoverschijdende omzetting van rechtspersonen” (J. van den Broek en G. Rensen, eds.)”

Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad

De Ministerraad heeft zopas het ontwerp van Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd. Het gaat om wellicht de meest verregaande hervorming van het recht inzake vennootschappen, verenigingen en stichtingen die ons land ooit heeft gekend.

Continue reading “Breaking news: Wetboek Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd door ministerraad”

New EU rules on company law: more flexibility, more protection?

Company Law package may have large impact on cross-border mobility of EU companies

Yesterday, the European Commission launched two proposals for new rules on the cross-border mobility and digital registration of companies. The rules are intended to make it easier for companies to merge, divide or move within the European Union, as well as to prevent social dumping, tax evasion and other forms of abuse.

Continue reading “New EU rules on company law: more flexibility, more protection?”

Polbud: ECJ further facilitates shopping for company law

The transfer of the registered office of a company, when there is no change in the location of its real head office, falls within the scope of the freedom of establishment

The ECJ issued today its judgment in the Polbud-case (C‑106/16). This case has previously been discussed here and here. The ECJ holds that the transfer of the registered office of a company (to be understood: with a change of applicable company law) falls within the scope of the freedom of establishment protected, even when there is no change in the location of its real head office. Member States may not impose mandatory liquidation on companies that wish to transfer their registered office to another Member State. Continue reading “Polbud: ECJ further facilitates shopping for company law”

Een ‘second wind’ voor de Comm. V?

De “Comm. BV” als vluchtvorm

De Comm.V is misschien een onbekende, maar geen onbelangrijke vennootschapsvorm. De populariteit van de Comm. V is verrassend groot. En stijgend.

Een zoekopdracht voor de “rubriek oprichting (nieuwe rechtspersoon, opening bijkantoor enz.)” voor het jaar 2016 levert 3836 resultaten op. In 2015: 3487; in 2014: 2972; in 2013: 2595.

Grafiek Comm.V

Ter vergelijking: in 2016 geeft deze zoekopdracht voor de BVBA 12827 resultaten op; voor de CVBA 285; voor de NV 626; voor de VOF 1845.

Grafiek 2

Met deze maatstaf gemeten is de Comm.V de op één na meest populaire vennootschapsvorm. Deze maatstaf moet uiteraard genuanceerd worden. Dit cijfer omvat zowel de oprichtingen als de openingen van een bijkantoor. Ook zegt het aantal oprichtingen niet meteen iets over het economisch belang. Niettemin: de Comm. V is belangrijker dan de aandacht ervoor in onderwijs en onderzoek laat vermoeden.

Hoe zal deze vorm varen na een hervorming van het vennootschapsrecht? Continue reading “Een ‘second wind’ voor de Comm. V?”

Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR

“A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices”  (ETUC, 2016)

De stijd tegen ‘sociale dumping‘ staat prominent op de agenda van de Europese Commissie, de Belgische en de Vlaamse regering.

Een interessante studie uit eind 2016 A hunters game: how policy can change to spot and sink letterbox-type practices in opdracht van ETUC (European Trade Union Confederation) met de steun van de Europese Commissie zoomt in op de belangrijke rol van brievenbusvennootschappen bij het omzeilen van socialrechtelijke verplichtingen. Brievenbusvennootschappen zijn vennootschappen die worden beheerst door het vennootschapsrecht van een land waarmee ze geen of nauwelijks een reële economische band hebben.

Interessant in het deelrapport van Prof. Dr. Mijke Houwerzijl, hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Tilburg, is dat ze de band legt tussen brievenbusvennootschappen en misbruik in het sociaal recht (p. 22-23): Continue reading “Sociale dumping, brievenbusvennootschappen en IPR”

More on Polbud

Does ‘Cartesio’ meet the ‘real seat’?

In a previous post (in Dutch) Gillis Lindemans discussed the opinion of AG Kokott in the Polbud-case arguing that this opinion, if followed by the Court, would add a pinch of “real seat” to theEU case-law on corporate mobility. More interesting thoughts on Polbud are to be found on the blog of Professor Geert Van Calster. Money quote:

“Ms Kokott suggests the Opinion is a simple confirmation of the CJEU’s case-law on the issue: no change of tack. Simply confirmation ex multi. That now does leave me puzzled: the Opinion walks and talks like confirming old precedent; but it does not, surely?”

Polbud: Cartesio ontmoet de werkelijke zetel?

AG Kokott vereist “werkelijke vestiging” voor toepassing vrijheid van vestiging op grensoverschrijdende omzetting

In haar advies in zaak C-106/16 (Polbud) preciseert Advocaat-Generaal Kokott de toepassing van de vrijheid van vestiging op de grensoverschrijdende omzetting. In het arrest-Cartesio heeft het Hof overwogen dat een lidstaat niet immuun is voor de toets aan de vrijheid van vestiging, wanneer die een vennootschap belet zich om te zetten naar het recht van een andere lidstaat, door haar ontbinding en vereffening te vereisen. De AG is nu van oordeel dat de verplaatsing van de statutaire zetel naar een andere lidstaat enkel onder  de vrijheid van vestiging valt indien de betrokken vennootschap een “werkelijke vestiging” in de andere lidstaat heeft of beoogt “met het oog op de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit” . De AG lijkt dus een soort werkelijke-zetelmechanisme aan Cartesio te willen toevoegen. Continue reading “Polbud: Cartesio ontmoet de werkelijke zetel?”

Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen

Worden de aandelen aan toonder weer ingevoerd?

In een vorige post hielden we de voorgenomen afschaffing van het minimumkapitaal kritisch tegen het licht. Een tweede voorgestelde wijziging is meer fundamenteel. Het werkelijke-zetelmechanisme zou verdwijnen ten gunste van een volledige vrijheid om de lex societatis te kiezen, ook als de onderneming enkel of voornamelijk in België actief is of vanuit België wordt geleid.[1]

Bij de veelgehoorde argumenten voor een vrije keuze kunnen alvast de volgende kanttekeningen worden geplaatst.

Continue reading “Vrije keuze van vennootschapsrecht: enkele kritische kanttekeningen”

Real seat theory vs incorporation theory: the Belgian case for reform

A post by guest blogger Marc Van de Looverbosch

For decades now, supporters of the real seat theory have been arguing with supporters of the incorporation theory over which theory (or which variant of either theory) best corresponds to the needs of modern business for purposes of determining which national company laws are applicable to bodies corporate. Continue reading “Real seat theory vs incorporation theory: the Belgian case for reform”

Real seat by any other name would smell as sweet?

The Kornhaas judgment: insolvency law as a safe harbour for Real Seat provisions?

In its judgment of 10 December 2015 (C‑594/14, Kornhaas), the European Court of Justice (CJEU) addressed two issues which are at the heart of the debate on the intra-Union mobility of companies: Continue reading “Real seat by any other name would smell as sweet?”