Een stille maatschap: de georganiseerde afwezigheid van publiciteit en tóch een afgescheiden vermogen?

“Over de schutting” | Oratie gehouden op 1 april 2019 te Leiden ter gelegenheid van de TPR Wisselleerstoel (4)

Vermogenssplitsing d.m.v. beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding komt met evidente nadelen en gevaren (hier). Gelukkig bestaat rond de vennootschap en de rechtspersoon een reeks juridische technologieën die de nadelen van van vermogenssplitsing verzachten. Deze technologieën zijn in het vennootschapsrecht meer ontwikkeld dan in het zakenrechten en zijn de laatste 200 jaar significant verbeterd. De eerste technologie is: publiciteit. We besteden daarbij bijzondere aandacht aan een afgescheiden vermogen zonder publiciteit: de stille maatschap.

Beperkte aansprakelijkheid en vermogensafscheiding zijn kenmerken van de rechtspersoon die zich aan derden opdringen. Vanuit het standpunt van de aandeelhouders, bestuurders en andere insiders lijkt een vennootschap misschien sterk op een contract. Vanuit het standpunt van derden is het echter meer een zakenrechtelijke figuur. Net als zakenrecht is vennootschapsrecht derdenrecht. De vennootschap heeft kenmerken die derden nolens volens moeten ondergaan.

De absolute minimumvoorwaarde daarvoor lijkt me dat die derden daarvan op de hoogte moeten worden gesteld door middel van publiciteit. Een publiciteisregime is in de regel iets dat geen grote opwinding veroorzaakt bij rechtsgeleerden. Toch is de verfijning van het vennootschapsrechtlijk publiciteitsregime wellicht de meest belangrijk ontwikkeling in de laatste 200 jaar en de verklaring waarom de rechtspersoon vandaag meer positief wordt gewaardeerd dan voorheen.

Aan het begin van de 19de eeuw gebeurde de publiciteit voor vennootschappen door middel van aanplakking in de rechtbank van koophandel, een publicatie in het plaatselijke handelsblad en andere eerder efemere aankondigingen. Publiciteitssystemen zoals neerlegging ter griffie of publicatie in een officiële courant ontstaan pas laat in de 19de eeuw.

Het is maar zeer recent, met digitale informatiesystemen die via het internet consulteerbaar zijn, dat de vennootschapsrechtelijke publiciteit ook gemakkelijk te ontsluiten valt voor derden. Een neerlegging ter griffie is immers weinig nuttig voor een derde die enkele dagreizen te paard moet afleggen om het vennootschapsdossier te consulteren. Ook een consultatie van een staatsblad is omslachtig indien dit veronderstelt dat een fysiek exemplaar zonder handige zoekfunctie moet worden doorploegd.

*  *  *

Een pijnpunt is hier de stille maatschap.

Sinds 1 mei 2019 erkent de Belgische wetgever uitdrukkelijk dat de maatschap een afgescheiden vermogen heeft (zie art. 4:13 WVV). De maatschap is echter niet onderworpen aan de vennootschapsrechtelijke regels inzake publiciteit. Maatschappen zijn sinds de Wet van 15 april 2018 wel inschrijvingsplichtig in het KBO net zoals ondernemingen-natuurlijke personen; die inschrijving biedt echter derden geenszins de informatie die de neerlegging ter griffie en publicatie in het BBS bieden. Zo bevat het KBO geen informatie over de inhoud van de statuten of de identiteit van de maten. Het KBO is dan ook meer een instrument voor de overheden dan een publiciteitssysteem ten behoeve van andere particulieren.

Er is dus meer aan de hand dan de afwezigheid van een georganiseerde publiciteit; er is bij een stille maatschap de georganiseerde afwezigheid van publiciteit. 

De maatschap heeft dus vermogensafscheiding zonder publiciteit. Dit is in het bijzonder nijpend voor de stille maatschap. Dit is een maatschap die niet deelneemt aan het rechtsverkeer als een vennootschap. De transacties worden door een werkende vennoot in eigen naam verricht, zonder de andere vennoten te verbinden. Doorgaans zullen derden ook niet op de hoogte zijn van het bestaan van de vennootschap of van de stille vennoten. Er is dus meer aan de hand dan de afwezigheid van een georganiseerde publiciteit; er is bij een stille maatschap de georganiseerde afwezigheid van publiciteit.

En toch maakt het WVV op vlak van vermogensafscheiding geen onderscheid tussen stille en openbare maatschappen. Dit maakt dat het onverdeelde vermogen in een stille maatschap feitelijk onuitwinbaar wordt. Er zijn immers  in een consequente stille maatschap per definitie geen maatschapsschulders; er wordt immers nooit opgetreden namens de maatschap of de gezamenlijke maten. De schuldeisers die verband houden met de onderneming van de maatschap zijn louter persoonlijke schuldeisers van de werkende vennoot.

Dit creëert bovendien een schijn van kredietwaardigheid in hoofde van de werkende vennoot. De werkende vennoot zal namelijk naar de buitenwereld toe verschijnen als persoonlijke eigenaar van de maatschapsgoederen, ook als deze een onverdeeld en afgescheiden vermogen vormen. Hij kan dit krediet gebruiken van het aangaan van schulden binnen de maatschapsactiviteit, terwijl elk verhaal van deze schulden op de goederen kan worden verhinderd door het bewijs van het onverdeeld karakter ervan. Het volstaat dat bij uitwinning de stille vennoten uit het struikgewas kruipen met een maatschapsovereenkomst om door middel van het afgescheiden vermogen uitwinning te verhinderen. Een persoonlijke schuldeisers kan enkel proberen de vereffening van de maatschap uit te lokken, maar riskeert daarbij te stoten op schuldeisersonvriendelijke duur- en scheidingsregeling. De ontbinding van de maatschap bij het kennelijk onvermogen van een maat is immers géén regel van dwingend recht.

Dit probleem was voor 19de eeuwse auteurs misschien wel de meest doorslaggevende reden om zich te verzetten tegen vermogensafscheiding in de maatschap (bv. Troplong, Commentaire du contrat de société, Brussel, 1843, 541, nr. 864). De wetgever van de 21ste eeuwe gaat er met opmerkelijke insouciance om heen. Nochtans is het geen theoretisch probleem: maatschappen gebruikt bij estate planning zijn doorgaans stil, bevatten regels inzake de duur en scheiding waarbij het belang van persoonlijke schuldeisers niet voorop staat en binden doorgaans een aanzienlijk deel van het vermogen van de maten vast. Dit kan er toe leiden dat de persoonlijke schuldeisers van insolvente maten hongerig achter de dikke vitrine van het afscheiden vermogen moeten kijken naar het lekkers in de maatschap.

*  *  *

In een bijdrage in TPR 1999 (p. 1453 ev) –  vanuit het perspectief van de huidige student dus ongeveer gelijktijdig met Troplong – bied ik enkele uitwegen voor de beknelde schuldeisers, die toelaten om vermogensafscheiding te combineren met het schuldeisersbelang: een beroep op de gecreëerde schijn, zakenrechtelijke simulatie of verwerking van het recht om te revindiceren.

Ook de geroutineerde advocaat zal echter met trage tred naar de rechtbank gaan indien zij beroep moet doen op zulke rechtsgeleerde hulplijnen.  Het is daarom verkieslijk dat de wetgever het probleem adresseert.

De Duitse wetgever doet dat wel, door dwingend te bepalen dat de inbreng van de stille vennoot in een stille vennootschap behoor tot het vermogen van de werkende vennoot. § 230 (1) Handelsgesetzbuch “Wer sich als stiller Gesellschafter an dem Handelsgewerbe, das ein anderer betreibt, mit einer Vermögenseinlage beteiligt, hat die Einlage so zu leisten, daß sie in das Vermögen des Inhabers des Handelsgeschäfts übergeht.

Joeri Vananroye

Deze post is deel van een reeks gebaseerd op de oratie uitgesproken aan de Universiteit Leiden op 1 april 2019 in het kader van de TPR Wisselleerstoel. 

Author: Joeri Vananroye

Professor of economic analysis of law (KU Leuven), attorney (Quinz)

3 thoughts on “Een stille maatschap: de georganiseerde afwezigheid van publiciteit en tóch een afgescheiden vermogen?”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s