Circulaire betreffende het pandregister

Op 1 januari 2018 treedt de Pandwet (eindelijk) in werking. Een belangrijk onderdeel van deze wet betrof de oprichting van een Nationaal Pandregister, pandregister genoemd, onder het beheer van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. De tegenstelbaarheid van het pandrecht wordt afhankelijk van de registratie in het nieuw ontworpen pandregister.

De werking van het pandregister is nader geregeld in het KB van 14 september 2017. Met circulaire 2017/C/76 van 23 november 2017 verschaft de FOD Financiën nuttige toelichting bij de Pandwet en het KB. De circulaire kan hier geraadpleegd worden.

‘Voortschrijdend inzicht en zwarte zwanen in het insolventierecht’

Professor Eric Dirix in het Liber Amicorum Braeckmans

De wortel van veel discussie en onduidelijkheid rond de gerechtelijke reorganisatie op zijn Belgisch is dat de wetgever nooit op een overtuigende en duidelijke wijze de basisfilosofie heeft gearticuleerd. Misschien ook wel omdat die basisfilosofie ook bij de wetgever niet altijd duidelijk in het hoofd zat. Ja, er wordt wel gesproken over  het doel om “de continuïteit waarborgen” of “de going concern waarde te vrijwaren”. Maar dat onderscheidt de gerechtelijke reorganisatie niet echt van het faillissement, dat óók tot doel heeft om de going concern- waarde te vrijwaren. Bij een faillissement wordt de drager van het handelsfonds geliquideerd, maar dat belet niet dat het handelsfonds in going concern kan worden overgedragen.

Het is daarom bijzonder aardig dat Professor Dirix in het Liber amicorum Herman Braeckmans op mooie wijze de doelstellingen van de WCO na de recente hervormingen probeert te articuleren. Daarbij raakt hij aan wellicht het belangrijkste verschilpunt tussen een faillissement en een reorganisatie: bij het faillissement wordt de waarde van equity weggeveegd, terwijl bij een reorganisatie aandeelhouders nog een vinger in de pap en skin in the game behouden:  Continue reading “‘Voortschrijdend inzicht en zwarte zwanen in het insolventierecht’”

A uniform European regulation on the law applicable to the effectiveness of a cross-border assignment of a claim: no longer the elephant in the room?

A post by guest blogger Louis Coussée

The assignment of a claim is an important legal instrument for the financial market. It enables both simple transfers of claims from one person to another and complex financial operations used to finance the business activity of firms, such as financial collateral arrangements, factoring and securitization. Furthermore, it enables the availability of capital and credit across borders and allows small and medium enterprises (SMEs) to obtain credit at affordable rates. In a globalizing context, such cross-border transactions are a daily routine.

Substantively, there exists no harmonization in the field of the assignment of a claim on EU-level. The question which law is applicable to the assignment of a claim, therefore, can have a huge impact on the outcome of a dispute, when national jurisdictions apply different rules to make an assignment effective against third parties. The Rome-I Regulation contains a provision on the applicable law to the assignment of a claim. However, art. 14 of the Rome-I Regulation does not provide an answer to the most important question, i.e. which law governs the effectiveness of an assignment against third parties. This question is widely discussed and the topic of choice-of-law rules for the assignment of claims in financial services and markets is considered to be one of the most complicated, challenging and arcane. Continue reading “A uniform European regulation on the law applicable to the effectiveness of a cross-border assignment of a claim: no longer the elephant in the room?”

De obligatielening

obligatie

De obligatielening neemt een belangrijke plaats in, in de financiering van (Belgische) ondernemingen. Veertig jaar (en een aantal financiële crisissen) na de publicatie van het standaardwerk van Van Hille, Aandelen en obligaties in het Belgische recht, ligt een nieuw standaardwerk voor, geschreven door een schare auteurs o.l.v. Diederik Bruloot en Kristof Maresceau (UGent). Continue reading “De obligatielening”

Achterstelling van schuldvorderingen in het insolventierecht

In de financiering van ondernemingen neemt de achtergestelde schuldvordering een belangrijke plaats in, tussen kapitaal en schuld. In zijn recent gepubliceerde proefschrift heeft Roel Fransis (KUL) de achtergestelde schuldvordering aan een minitieus onderzoek onderworpen, zowel wat de juridische aard van deze rechtsfiguur betreft als de rechtsgevolgen ervan, in het bijzonder in het kader van insolventieprocedures. Met dit proefschrift heeft Roel Fransis, in de woorden van zijn promotor (Eric Dirix, KUL), “een fundamenteel werk afgeleverd dat onze kennis op vele terreinen van het verbintenissen-, goederenrecht en insolventierecht werkelijk vooruit helpt en dat tevens voor de rechtspraktijk van onschatbare waarde zal blijken te zijn”. Met deze beoordeling kan alleen maar ingestemd worden.

Limited Liability Property

In a recent paper Danielle D’Onfro (Washington University Law) argues that security interests are best understood as a form of “limited liability property”. Limited liability, i.e. the privilege of being legally shielded from liability that would normally apply, has long been considered the quintessential feature of equity interests. The author convincingly argues, however, that limited liability is a critical feature of security interests as well. Debt and equity are indeed not the opposites they are sometimes believed to be. The paper will soon be published in Cardozo Law Review and can already be consulted here.

Shareholders in insolvency law: here to stay

Yin_yang.svg

One of the very first posts on this blog related to the publication of the inaugural lecture of prof. dr. Rolef de Weijs on the occasion of his appointment as professor of National and International Insolvency Law at the University of Amsterdam’s (UvA) Faculty of Law. In this lecture, the position of shareholders in insolvency law is critically examined. Until recently, insolvency was all about creditors (company law, on the other hand, was all about shareholders). The lecture by prof. de Weijs clearly demonstrates the need for insolvency law to also take into account the position of shareholders. Debt and equity go hand in hand, also – and especially – in times of insolvency. On a more general level, the lecture illustrates the absence of real borders between company law and insolvency law. An (updated) English translation of the lecture can now be found here.