Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep

Bestuurders moeten het eigen belang van de vennootschap als richtsnoer nemen. Dat geldt óók als die vennootschap deel uitmaakt van een groep. Het uitgangspunt blijft dat de leden van een vennootschapsgroep, gezien hun eigen rechtspersoonlijkheid, afzonderlijke winstcentra vormen: de groep gaat erop vooruit doordat elk van de delen erop vooruitgaat.[1]

De nadruk van het vennootschapsrecht op de juridische entiteit krijgt wel eens kritiek. Ontkent het immers niet de economische realiteit van het groepsverband, waarbij de groepsvennootschappen samen één grote onderneming vormen?

De doornen van de Rozenblum

Continue reading “Insolventierisico voor schuldeisers in de vennootschapsgroep”

Cassatie over (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting: algemeen pandbeding volstaat

Wie als schuldeiser in een procedure van gerechtelijke reorganisatie belandt, doet er goed aan over een buitengewone schuldvordering in de opschorting te beschikken. Zoniet riskeert hij/zij met een fikse haircut geconfronteerd te worden in het reorganisatieplan. In het verleden heeft de afbakening tussen gewone en buitengewone schuldvorderingen aanleiding gegeven tot de nodige discussie in rechtspraak en rechtsleer. Ook de wetgever heeft zich herhaaldelijk met deze kwestie ingelaten. In een arrest van 16 januari 2020 (C.19.0294.N/1) heeft het Hof van Cassatie voor de praktijk belangrijke nadere toelichting gegeven. Continue reading “Cassatie over (buiten)gewone schuldvorderingen in de opschorting: algemeen pandbeding volstaat”

%d bloggers like this: