Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden

Vooraleer een groepsvennootschap deelneemt aan een cash pool, moet ze nagaan of dit in haar belang is. Indien dit niet zo is, dreigt bestuurdersaansprakelijkheid (I). Ook lopende de cash-pooling-overeenkomst moeten de bestuurders de vinger aan de pols van het vennootschapsbelang houden, zeker indien er solvabiliteitsproblemen ontstaan binnen de groep (II). Om het risico op een schending van het vennootschapsbelang te verkleinen, kan men een aantal richtlijnen in acht nemen bij het vormgeven van de cash pool (III). Continue reading “Cash pooling: 7 tips om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden”

Cashpooling bij nakende insolventie

Opiniebijdrage door Sofie Cools & Joeri Vananroye

Deze post verscheen eerder op 11 oktober 2019 als een opiniebijdrage op De Tijd.

Bestuurders van een Belgische dochtervennootschap van Thomas Cook zouden enkele miljoenen euro hebben doorgestort naar de Britse moedervennootschap kort voor haar faillissement.  Volgens de berichtgeving in de pers was de transfert het gevolg van een systeem van cashpooling.

Cashpooling is een afspraak tussen vennootschappen, doorgaans van eenzelfde groep, dat wanneer één van hen cash op overschot heeft, zij dat ter beschikking stelt aan een andere vennootschap in de cash pool die op dat ogenblik geld nodig heeft. Dat gebeurt via een centrale rekening, meestal op naam van de moedervennootschap.

Cashpooling is niet verboden, en maar goed ook. Cashpooling heeft namelijk grote voordelen. Door mekaar onderling geld te lenen, kunnen groepsvennootschappen vermijden dat ze interesten moeten betalen aan de bank voor sommen die bij een andere vennootschap ongebruikt op de rekening staan. De interest die de ene vennootschap betaalt om te lenen is normaal hoger dan de interest die de andere vennootschap op haar rekening ontvangt; het verschil is winst voor de groep.

Delicaat Continue reading “Cashpooling bij nakende insolventie”

In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in het Tijdschrift voor Privaatrecht

In de meest recente aflevering van het Tijdschrift voor Privaatrecht gaat Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in op de aloude vraag in wiens belang het bestuur van een vennootschap moet handelen. Interessant is dat dit onderwerp in één adem behandeld wordt met het “boedelbelang”, momenteel nog een onderbelicht concept in de Belgische doctrine.

Na de vaststelling dat de huidige juridische doctrine in binnen- en buitenland niet in staat is om een éénduidig antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag, wordt ten rade gegaan bij verschillende rechtseconomische theorieën over vennootschappen én insolventieprocedures. Achtereenvolgens passeren de revue: de transactiekostentheorie, de contracttheorie, de eigendomstheorie, de agent-principaaltheorie, de law & finance literatuur, de teamproductietheorie, de creditors’ bargain theorie, de ruime contracttheorie, de complexe wanorde theorie, de teamproductietheorie en de expliciete waarden theorie.

Tijdens een kritische bespreking van voornoemde theorieën worden telkens de aanwezige bouwstenen geïdentificeerd die nodig zouden zijn om een uniforme theorie  over het vennootschaps- en boedelbelang vorm te geven. Vervolgens neemt de auteur de normatieve stelling in dat het bestuur van een vennootschap/boedel in het belang van de residuele economische eigenaars (residual owners) moet handelen. Dit rechtseconomisch begrip wordt in de bijdrage verder geconcretiseerd aan de hand van een glijdende schaal: Continue reading “In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?”