Ook de enige aandeelhouder heeft altijd gezelschap

Cass. 9 juni 2021 over misbruik van vennootschapsgoederen

In een arrest van 9 juni 2021 verbreekt het Hof van Cassatie een arrest van het Hof van Beroep van Luik dat een arts vrijsprak voor het leeghalen via een rekening-courant van zijn professionele vennootschap, terwijl die vennootschap grote fiscale schulden opstapelde. De reden voor de vrijspraak was twijfel over het kwaadwillig opzet. Immers, aldus de beroepsrechter, als de eenpersoonsvennootschap wordt benadeeld, benadeelt de aandeelhouder ook zichtzelf. Belangrijk element daarbij was ook dat de arts, toen de fiscus deze vennootschapsschuld invorderde, zelf betaalde.

Het Hof van Cassatie volgt deze redenering niet:

“L’article 492bis du Code pénal, dont le moyen accuse la violation, sanctionne notamment le dirigeant d’une personne morale qui, frauduleusement, utilise les biens sociaux non dans l’intérêt de cette personne morale mais dans son propre intérêt.

L’intention frauduleuse caractérisant ce délit consiste à agir à des fins contraires à l’intérêt social, en étant conscient que l’usage fait des actifs de la personne morale infligera à celle-ci un préjudice significatif.

L’arrêt constate que le défendeur a manifestement géré la société de manière déplorable, et qu’il lui a causé un dommage, puisqu’en asséchant sa trésorerie, il a exposé la société à se voir taxée sur des revenus qu’elle n’avait pas, invitée à payer des intérêts et des majorations, frappée par des saisies-arrêts et des contraintes exécutées d’office.

De la circonstance qu’après coup, le gérant, producteur et bénéficiaire des rémunérations mises en société, s’est vu chargé de la dette d’impôt y afférente, il ne se déduit pas qu’une atteinte préjudiciable n’ait pas été portée au patrimoine distinct de la personne morale, ni que le défendeur ait pu en ignorer la réalité.

Les juges d’appel n’ont, dès lors, pas légalement justifié leur décision.”

Dit technisch arrest over het misdrijf van vennootschapsgoederen leert iets over een actueel, misschien filosofisch aandoende, vraag: moet de vennootschap enkel worden bestuurd in het belang van de aandeelhouders of ook in het belang van derden?

Het arrest illustreert dat ook een enige aandeelhouder het misdrijf van misbruik van vennootschapsgoederen kan plegen (zie reeds B. Tilleman en Ph. Traest, “Misbruik van vennootschapsgoederen”, in Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen, Intersentia, Antwerpen, 2006, 955, nr. 25). Het vennootschapsbelang valt niet samen met het eigen belang van de enige aandeelhouder. Meer in het algemeen kleuren schuldeisers – in dit geval vooral de fiscus – ook het vennootschapsbelang. Dit maakt dat ook in een éénpersoons-vennootschap het handelen van de enige bestuurder en vennoot nuttig aan de norm van het vennootschapsbelang kan worden getoetst.

Kortom: het vennootschapsbelang valt niet samen met het belang van de aandeelhouder(s); ook schuldeisers worden door deze norm beschermd (soms als enigen). Art. 492bis Sw. verduidelijkt dan ook terecht het vermogensbelang van een rechtspersoon door te verwijzen naar zijn schuldeisers en vennoten”.

De rigiditeit die het vennootschapsbelang oplegt aan het bestuur van een vennootschap, is de prijs die moet worden betaald voor vermogensafscheiding en vooral beperkte aansprakelijkheid. Als bepaalde activa exclusief worden voorbestemd voor bepaalde passiva, kan niet worden toegelaten dat vrij met activa en passiva wordt geschoven. Het zijn de vennootschapsschuldeisers die worden beschermd door deze rigiditeit in het vennootschapsbestuur.

* *
*

Misschien dacht het Hof van Beroep van Luik wel dat het oordeelde in de geest van het bekende arrest van 28 november 2013 van het Hof van Cassatie over het vennootschapsbelang (TRV 2014, 286, noot N. COOREMAN, TBH 2014, noot D. WILLERMAIN). Dit cassatie-arrest stelt dat het vennootschapsbelang wordt “bepaald door het collectief winstbelang van haar huidige en toekomstige aandeelhouders”.

Als het vennootschapsbelang samenvalt met het aandeelhoudersbelang, is het immers eigenaardig dat een enige aandeelhouder het vennootschapsbelang kan schenden. Zeker: de toevoeging van de “toekomstige aandeelhouder” zorgt in deze formule uit 2013 voor een zekere objectivering, maar dit is in een managementvennootschap van een arts een zeer theoretische hypothese.

Het arrest uit 2013 ging over de verantwoordbaarheid van beperkingen aan de overdracht van aandelen op grond van het vennootschapsbelang. Dat is een scheve bril om te kijken naar het vennootschapsbelang in het algemeen: in zo’n casus gaat het immers niet rechtstreeks om het vermogen van de rechtspersoon zelf, wel om de aandelen in die rechtspersoon. Uiteraard komen de vennootschaps­schuldeisers niet in het vizier indien het gaat om de aandelen en niet om de activa en passiva van de vennootschap zelf. De vennootschapsschuldeisers zijn immers bevoorrecht op de aandeelhouder en zijn persoonlijke schuldeisers, zodat beschikkingshandelingen m.b.t. de aandelen hen niet rechtstreeks raken.

Om dezelfde reden is het jammer dat de discussie omtrent de invulling van het vennootschapsbelang historisch en internationaal vaak werd gevoerd in de context van beschermingsmechanismen tegen een openbaar bod op de effecten van een vennootschap. (In België vooral sinds het bod op de Generale Maatschappij. Zie Brussel, 1 maart 1988, TRV 1988, 155, met noot K. GEENS, S. RAES en M. WYCKAERT.) Het gaat hier immers opnieuw omtrent de aandelen in de vennootschap en niet direct om het vermogen van de vennootschap zelf. De schuldeisers vallen dan opnieuw buiten beeld.

Voor mij is de les van Cass. 9 juni 2021 dan ook dat voor praktische doeleinden Cass 28 november 2013 met een korrel zout moet worden genomen. Minstens verschuilen achter de mythische “toekomstige aandeelhouder” in elk geval ook de belangen van de actuele schuldeisers.

Joeri Vananroye

Author: Joeri Vananroye

Professor of economic analysis of law (KU Leuven), attorney (Quinz)

One thought on “Ook de enige aandeelhouder heeft altijd gezelschap”

  1. Helemaal mee eens. En goed dat het cassatiearrest uit 2013 over de draagwijdte van het vennootschapsbelang nog eens in het juiste perspectief wordt geplaatst ! Hoewel er over het vennootschapsbelang van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid natuurlijk veel te zeggen valt (en ook al veel is gezegd en geschreven – cfr. o.m. het uitstekende proefschrift van Alain François), lijk het logische uitgangspunt m.i. toch nog altijd dat het gaat om het belang van een aparte rechtspersoon, dat zich daardoor (minstens onrechtstreeks) ook uitstrekt tot het belang van al haar stakeholders, en dat zijn niet alleen de aandeelhouders (en als ze “onder water” zit zelfs niet meer in de eerste plaats haar aandeelhouders). Veel moeilijker hoeft het voor mij niet gemaakt te worden. Waarbij het essentiële verschil met een natuurlijke persoon is dat die laatste vrij is zijn vermogen te besturen en aan te wenden naar eigen goeddunken, met als enige grens evt. (al dan niet pauliaans) misbruik, terwijl een rechtspersoon wel een positieve verplichting heeft te handelen in zijn “rechtspersoonsbelang”, dat mee wordt gekleurd door zijn wettelijke specialiteit.

    Liked by 1 person

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s