Why Stock Market Short-Termism Is Not the Problem in the US (or the EU)

review of Mark Roe’s recent book

Mark Roe, one of the most prominent voices in the short-termism debate, recently wrote an excellent book on “Missing the Target. Why Stock Market Short-Termism Is Not the Problem”. Roe defines short-termism as “overvaluing current corporate results at the expense of future profits and well-being”. The key message of the book is that blaming stock-market short-termism for societal problems is a widely held and politically attractive view, but one that is not supported by the academic evidence. Roe argues that many of those who blame stock markets for being short-termist “miss the target”, as the societal problems they identify are caused by other factors than stock-market short-termism.

Below, I summarize the different chapters of the book and reflect on its contributions to the short-termism debate. Those who are triggered by the views of Mark Roe on the short-termism debate are welcome to attend the (free and hybrid in person/online) workshop of 18 May (6-8 pm), organized by the Jean-Pierre Blumberg Chair, where Mark Roe will discuss the role of external stakeholders in the short-termism debate.

Summary of the book

Continue readingWhy Stock Market Short-Termism Is Not the Problem in the US (or the EU)

The case of the missing shareholders in the proposed Corporate Sustainability Due Diligence Directive

A post by guest blogger Marleen Och (KU Leuven)


On 23 February 2022, the European Commission published its long-awaited proposal for a new Directive on corporate sustainability due diligence. This proposal is the next phase of an initiative on sustainable corporate governance, which the Commission launched in 2020. The initiative initially pursued several objectives, namely for companies to better manage environmental and human rights aspects in their operations and value chains and to align the companies’ interests with those of its management, shareholders, stakeholders and wider society. These changes would then introduce a shift away from short-term benefits towards long-term sustainable value creation.

Unlike the initiative itself, the proposal is not titled sustainable corporate governance, but corporate sustainability due diligence, illustrating the change in focus the Commission has seemingly undergone since the launch of the process. This post discusses the shift away from corporate governance and in particular the lack of recognition of the role of shareholders and the topic of short-termism.

Continue reading “The case of the missing shareholders in the proposed Corporate Sustainability Due Diligence Directive”

Leidt elke schending van de belangenconflictregels tot nietigheid? Cassatie kiest stelling

Net als het oude W.Venn., geeft het WVV een bijzondere nietigheidsgrond in geval van schending van de regels voor belangenconflicten bij bestuurders (BV: art. 5:77 § 2 WVV; NV: art. 7:96 § 2/7:103 § 2/7:115 § 2 WVV). Met het WVV is deze nietigheidsgrond nu ook voorhanden in de CV (art. 6:65 § 2 WVV), de VZW (art. 9:8 § 2 WVV) en de stichting (art. 11:9 § 2 WVV). Volgens al die bepalingen kan de rechtspersoon de nietigheid vorderen van besluiten of verrichtingen die hebben plaatsgevonden met overtreding van de toepasselijke belangenconflictregels, indien de wederpartij bij die besluiten of verrichtingen van die overtreding op de hoogte was of had moeten zijn.

Al sinds de invoering van die nietigheidssanctie speelt de vraag of de nietigheidssanctie geldt bij elke schending van de belangenconflictregeling. Een eerste strekking verdedigt dat enkel “wezenlijke” schendingen, die de besluitvorming of de verrichting kunnen beïnvloeden, tot nietigheid zouden mogen leiden. Deze strekking vond ook doorgang in de rechtspraak van de hoven van beroep van Antwerpen en Brussel – het arrest a quo is overigens opnieuw uit Antwerpen afkomstig. Een tweede strekking ziet de nietigheid verschijnen bij elke schending van de betrokken regels. Het WVV heeft deze discussie niet beslecht.

In een arrest van 9 december 2021 (C.19.0644.N) kiest het Hof van Cassatie voor de eerste strekking, weliswaar m.b.t. het oude art. 523 § 2 W.Venn. We citeren de relevante passus:

Continue reading “Leidt elke schending van de belangenconflictregels tot nietigheid? Cassatie kiest stelling”

Can minutes of Belgian corporate bodies be drawn up in a language other than one of the national languages?


Many Belgian companies and associations with international activities have a governing body with an international composition. Board meetings are often held in a language that all directors understand, such as English. It is established practice that the minutes of these meetings are then also drawn up in the same language.

However, under the current language legislation[1], a company must draw up all “acts and documents required by law and regulations[2] in Dutch, French or German, depending on the location of its place of business (“exploitatiezetel” / “siege d’exploitation”).[3]

Continue reading “Can minutes of Belgian corporate bodies be drawn up in a language other than one of the national languages?”

Corporate Sustainability Due Diligence – voorstel Commissie gepubliceerd

Vandaag heeft de Europese Commissie haar langverwachte voorstel inzake Corporate Sustainability Due Diligence gepubliceerd. Met dat voorstel wil de Europese Commissie ondernemingen verplichten het risico op schendingen van mensenrechten en milieuschade in hun waardeketen preventief op te sporen. 

Aan grote ondernemingen of kleinere ondernemingen (met meer dan 250 werknemers) actief in bepaalde risico-sectoren wordt een due diligence verplichting opgelegd. In het bijzonder wordt gewezen op art. 25 van het voorstel, dat betrekking heeft op de zorgvuldigheidsplicht van bestuurders:

‘1. Member States shall ensure that, when fulfilling their duty to act in the best interest of the company, directors of companies referred to in Article 2(1) take into account the consequences of their decisions for sustainability matters, including, where applicable, human rights, climate change and environmental consequences, including in the short,
medium and long term.

2. Member States shall ensure that their laws, regulations and administrative provisions providing for a breach of directors’ duties apply also to the provisions of this Article.’

Dit voorstel zal in de komende maanden het voorwerp van onderhandelingen uitmaken van Europese onderhandelingen. Verwacht wordt dat deze onderhandelingen intens zullen zijn.

Short-termism in Belgian corporate governance

A teaser of the opening lecture of Tom Vos on 21 February, 6-8 pm

“The finance world’s short-termism will destroy our communities, economies and the planet” (Sasja Beslik, World Economic Forum, 2017).

“Short-termism […] is one of the greatest threats to America’s enduring prosperity” (Joe Biden, Wall Street Journal, 2016)

These quotes illustrate that stock-market short-termism is considered a big problem. But is short-termism really a problem in Belgium? And what elements of corporate governance encourage or discourage short-termist behavior? If it is a problem, what governance reforms should we consider? 

I discuss these questions on 21 February (6-8 pm) during an opening lecture for a course at the University of Antwerp on short-termism in Belgian corporate governance. Below, I already offer a teaser of this lecture.

Continue reading “Short-termism in Belgian corporate governance”

Naleving van de Belgische Corporate Governance Code 2020

Voor de zevende keer hebben GUBERNA en het VBO een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar de naleving van de Belgische Corporate Governance Code. Deze nieuwe editie is de eerste die zich toespitst op de Belgische Corporate Governance Code 2020. De resultaten van deze studie kunnen als volgt worden samengevat: vennootschappen passen 89,9% van de bepalingen van de Code gewoon toe en voor 6,4% van de bepalingen leggen zij uit waarom zij ervan afwijken. Dit wijst erop dat genoteerde vennootschappen weinig of geen gebruik maken van de flexibiliteit die het “comply or explain”-beginsel biedt, zoals reeds in eerdere studies is geconstateerd. Een minder positieve bevinding is dat 4% van de bepalingen van de Code niet wordt toegepast, zonder dat dit wordt toegelicht. Het volledige rapport kan hier worden geconsulteerd.

Naar aanleiding van de evaluatie werden twee nieuwe toelichtende nota’s gepubliceerd. De eerste nota heeft betrekking op de verslaggeving over de naleving van de code. De tweede nota verschaft bijkomende toelichting inzake remuneratie.

Shareholder protection in share issuances: a comparative law and economics approach

A PhD teaser by Tom Vos

Corporations need cash to finance their activities. Issuing shares to investors is an important way of raising capital, with listed corporations raising hundreds of billions globally through share issuances. Share issuances also come with a risk, as they can dilute the voting and financial rights of the existing shareholders of the corporation. Some dilution of the existing shareholders may be necessary to raise capital successfully. However, “insiders” of the corporation, such as a significant shareholder or manager of the corporation, may have incentives to use their influence over the corporation to cause the corporation to issue shares for their personal benefit, to the detriment of the existing shareholders. This is an example of an “agency problem”, where the insiders (the agents) have the power to make decisions that affect the welfare of the shareholders (the principals), who have imperfect information about the insiders’ performance.

Continue reading “Shareholder protection in share issuances: a comparative law and economics approach”

De niet-bevoorrechte minderheidsschuldeiser: onbekend is onbemind?!

‘PhD teaser’ door gastblogger Dennis Cardinaels

Inleiding – Probleemstelling

De analogie tussen corporate governance van solvabele en insolvency governance van insolvabele ondernemingen biedt nader inzicht in de reorganisatie en/of vereffening-verdeling van zulke insolvabele ondernemingen en de desbetreffende rechten van de betrokken actoren.[1]

Meer in het bijzonder nemen niet-bevoorrechte schuldeisers in dit kader de positie van aandeelhouders economisch gezien over op het moment dat de onderneming (of debiteur) weet of behoort te weten dat de onderneming insolvabel is of waarschijnlijk zal worden.[2] Dit is omdat vanaf dat moment niet langer de aandeelhouders de residual risk-bearers zijn maar de niet-bevoorrechte schuldeisers.[3] Er zijn immers onvoldoende activa aanwezig in de onderneming om alle schuldeisers (laat staan de aandeelhouders die een langere rang bekleden) uit te betalen, dus zij dragen vanaf dat moment o.a. het risico van eventueel slecht bestuur door ofwel het zittend bestuur en/of de curator.

Het risico op wanbeheer door de bestuurders/curator is echter niet het enige risico waaraan niet-bevoorrechte schuldeisers worden blootgesteld. Gelet op de economische gelijkenis tussen aandeelhouders en niet-bevoorrechte schuldeisers, rijst de vraag of op niveau van de niet-bevoorrechte schuldeisers (of, tijdens faillissement/vereffening, de algemene boedel), de niet-bevoorrechte schuldeiser ook onderhevig kan zijn aan een conflict gelijkaardig aan het agency conflict tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders (i.e. aandeelhouders met v. aandeelhouders zonder controlepositie).

Continue reading “De niet-bevoorrechte minderheidsschuldeiser: onbekend is onbemind?!”

Policy & Practice for Purposeful Business (British Academy)

De British Academy publiceerde deze week het laatste rapport in het kader van de onderzoekslijn “the Future of the Corporation“. Het rapport stelt het doel (“the purpose“) van ondernemingen centraal. Eenieder die de internationale lectuur volgt, weet dat dit onderwerp centraal staat in de actuele debatten (zie bv, H. Fleischer, Corporate Purpose: A Management Concept and its Implications for Company Law, ECFR 2021, afl. 2). Het debat over het doel (de doelen) van vennootschappen zal ongetwijfeld verdergezet worden in de Belgische rechtsleer (in het licht van art. 1.1. WVV). Het rapport van de British Academy kan hier worden geraadpleegd.

De digitalisering van het vennootschapsrecht: online oprichting en statutaire “mandatendatabank”

Een post door gastblogger Alexander Snyers (UAntwerpen)

Op 15 juli 2021 werd de Wet van 12 juli 2021 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt en houdende diverse bepalingen ingevolge de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht (hierna de “Wet Digitalisering Vennootschapsrecht”) gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De Wet Digitalisering Vennootschapsrecht zorgt voor een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht, die in 2019 door de Europese wetgever werd aangenomen, en tegen 1 augustus 2021 moest worden omgezet in nationale wetgeving. Zij loodst het Belgische vennootschapsrecht verder het digitale tijdperk in.

Pro memorie: de Wet Digitalisering Vennootschapsrecht zorgt voor een gedeeltelijke, en niet voor een volledige, omzetting van Richtlijn 2019/1151, omdat het WVV en haar uitvoeringsbesluit reeds in een aantal in Richtlijn 2019/1151 voorziene mogelijkheden voorziet.

In essentie brengt de Wet Digitalisering Vennootschapsrecht de volgende wijzigingen met zich mee:

Continue reading “De digitalisering van het vennootschapsrecht: online oprichting en statutaire “mandatendatabank””

Over statuten en vakantie.

Statuten zijn voor een vennootschap wat de Grondwet is voor een Natie. Toch maken statuten maar zelden het voorwerp uit van doorgedreven wetenschappelijk onderzoek. Niet zo bij onze oosterburen. Daar verscheen recent een uitermate interessant werk dat de (27 om precies te zijn) statuten van enkele van de belangrijkste ondernemingen ontsluit. Van De’ Medici en de Vereenigde Oostindische Compagnie tot Fifa en Google/Alphabet. Alle statuten worden hierbij vergezeld door een begeleidend essay dat de ontwikkeling ervan beschrijft. 1379 pagina’s over statuten, in het Duits. De vakantie kan beginnen.

De relativiteit van de kwijting van bestuurders

Na de goedkeuring van de jaarrekening beslist de AV bij afzonderlijke stemming over de kwijting van bestuurders en leden van de raad van toezicht (art. 5:98, 6:83 en 7:149 WVV; voor de VZW: art. 9:20 WVV). Door een geldige kwijting doet de vennootschap afstand van de actio mandati.

Belgische bestuurders – en het belang van de kwijting lijkt toch echt wel typisch iets van het Belgisch vennootschapsrecht- overschatten wellicht het comfort dat een kwijting biedt. Het gisteren besproken cassatie-arrest van 18 juni 2021 herinnert er aan dat de kwijting de curator niet bindt indien zij namens de gezamenlijke schuldeisers vordert. Dit is ondermeer het geval indien de curator vordert op grond van de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid voor kennelijke grove fout of voor wrongful trading.

Er zijn nog andere belangrijke grenzen aan het comfort dat een kwijting biedt:

Continue reading “De relativiteit van de kwijting van bestuurders”

De vennootschap met “andere doelen”: anders is niet per se beter

Een post door gastbloggers Maxime Verheyden (doctoraatsbursaal KU Leuven) en Alain François (Vrije Universiteit Brussel)

Tenzij u de voorbije twee jaar zonder internet onder een steen heeft geleefd (in welk geval u best zeer voorzichtig bent bij het verlaten van die schuilplaats – hou voldoende afstand en laat u vaccineren), zal u ongetwijfeld gemerkt hebben dat het traditioneel doel van vennootschappen (het nastreven van winst om die uit te keren aan de aandeelhouders) danig onder druk staat. U kan amper een krant, laat staan een juridisch tijdschrift, openslaan of u leest wel over de Europese regelgevende initiatieven inzake onder meer sustainable finance en sustainable corporate governance, of over de door (bepaalde) investeerders,  vennootschapsbestuurders of academici aangevoelde nood om het bestuur van de vennootschap niet enkel te richten op winst voor de aandeelhouders, maar ook op andere doelstellingen, zoals de bescherming van het milieu of het bestrijden van diverse sociale uitwassen van ons huidig economisch systeem.[1]

Één van de manieren waarop de vennootschapswetgever de voorbije jaren zijn duit in het zakje kan (en o.i. moet) doen, is het expliciteren, faciliteren of zelfs reguleren dat vennootschappen naast het wettelijk verankerd winstuitkeringsdoel een andere doelstelling in hun statuten inschrijven. Vandaag bepaalt de wet zowel in België als in Frankrijk (en bepleit men in Nederland de uitdrukkelijke bevestiging van)[2] de mogelijkheid om bovenop het winstuitkeringsdoel een “ander doel” statutair te verankeren. Dit gaat niet langer per se gepaard met tal van begeleidende maatregelen verbonden aan een specifieke rechtsvorm of label, zoals geldt voor bijvoorbeeld de erkende sociale onderneming of gold voor haar voorganger, de vennootschap met een sociaal oogmerk.

Continue reading “De vennootschap met “andere doelen”: anders is niet per se beter”

Bestuursaansprakelijkheid bij nakende insolventie – video van presentatie door Professor M. Wyckaert

Video 15 oktober 2020

Het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders wordt des te nijpender in de schemerzone voor insolventie. De kans neemt dan immers aanzienlijk toe dat schuldeisers (of een faillissementscurator namens hen) de bestuurders persoonlijk verantwoordelijk zullen stellen voor het ontstane tekort. In hoeverre moeten bestuurders werkelijk aansprakelijkheid vrezen voor bv. wrongful trading, onrechtmatige selectieve betaling of kennelijk grove fout?

Deze actuele kwesties werden besproken door Prof. Dr. Marieke Wyckaert op de studiedag aan de KU Leuven op 15 oktober over Schuldeisers en Rechtspersonen. U kan haar presentatie hier bekijken (30 min.).

Meer info over de band tussen het vennootschapsbelang, het schuldeisersbelang en andere normen vindt u in het boek van dr. Gillis Lindemans over Schuldeiser en Rechtspersoon

%d bloggers like this: