New books on international insolvency law

International insolvency law can be found on national, European and international level. Under the guidance of Yves Brulard, a group of authors have written two volumes on international insolvency law (in French). The first volume deals with the Insolvency Regulation (Recast),  which shall apply from 26 June 2017. The second volume deals with national rules on international insolvency law, in a selected number of jurisdictions. The books can be ordered here, and are highly recommended.

Open normen en het arbeidsrecht

Een post door gastblogger Aline Van Bever over haar met de Raymond Derine Prijs bekroonde proefschrift

 

Naarmate de wereld en de wijze waarop die zich ontwikkelt steeds complexer wordt, is het voor een creatief jurist belangrijk om open te staan voor kruisbestuiving uit andere rechtstakken en dialoog met andere disciplines . De samenleving laat zich immers niet haarfijn indelen in juridische vakjes, zoals ex ante vastgelegde wetten, wederzijds onderhandelde dan wel eenzijdig opgelegde afspraken en regels, of (bij voorkeur schriftelijke) overeenkomsten. Al zeker niet in “de wereld van het werk”. En dat heeft zo ook zijn weerslag heeft op het “traditionele” Belgische arbeidsrecht. Verrassend daarbij is dat die benadering van het arbeidsrecht daarbij gebruik maakt van concepten die ook resoneren in het vennootschapsrecht, zoals onvolledige overeenkomsten en dynamische duurcontracten. Continue reading “Open normen en het arbeidsrecht”

Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?

Ontwerp “Boek XX” grote stap vooruit

Art. 1 al. 3 V&S-Wet beschrijft de VZW als een vereniging “welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”. Voor de stichting wordt geen gelijkaardige regel opgelegd en zijn economische activiteiten in een normale interpretatie van de wet toegelaten.[1]

Art. 1 al. 3 V&S-Wet is eigenaardig descriptief geformuleerd (“welke niet nijverheids- of handelszaken drijft”). Dit moet ondanks die formulering als een verbod worden gelezen, nu ook het uitkeringsverbod in diezelfde alinea gelijkaardig is geformuleerd (“en welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen).”

Een normale lezing zou met zich meebrengen dat een VZW géén nijverheids- of handelszaken mag doen. Door de rechtspraak is dit echter zo geïnterpreteerd dat een VZW wel nijverheids- of handelszaken mag verrichten, zolang ze maar “bijkomstig” zijn.[2]

Dit criterium van de bijkomstigheid wordt in de doctrine soms heter opgediend dan het in de praktijk wordt opgegeten. Continue reading “Economische activiteiten in een VZW: een verbod of een faciliterende fictie?”

Uncitral Working Group V: Insolvency Law

At its fifty-first session (10-19 May 2017), Uncitral Working Group V has agreed to a draft model law on the recognition and enforcement of insolvency-related judgments (which can be consulted here) and to draft legislative provisions to facilitate the cross-border insolvency of multinational enterprise groups (which can be consulted here).

Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering

Corporate/Bankruptcy governance

In een aantal eerdere blogposten (zie hier en hier) werd reeds kort aangestipt dat de remuneratie van de curator invloed heeft op bankruptcy governance, en i.h.b. op het gedrag van de curator m.b.t. het instellen van bestuursaansprakelijkheidsvorderingen. De remuneratie zou moeten werken als een wortel die de belangen van de curator gelijkschakelt met die van zijn principaal, i.e. de gezamenlijke schuldeisers in de boedel. Helaas faalt het huidig Belgisch recht daarin (zie daarover F. DE LEO en D. CARDINAELS, “Het bureau voor rechtsbijstand is geen insolventieverzekeraar, maar wie dan wel? Over het prikkelend karakter van de remuneratie van de curator”, NjW 2017, te verschijnen).

In deze post wens ik kort in te gaan op een gelijkaardige situatie tijdens het leven van de onderneming: de invloed van de verloning van de advocaat op corporate governance, en i.h.b. op de actio mandati en minderheidsvordering (zie hierover de korte paragraaf in A. FRANCOIS, K. BYTTEBIER, K. FASTENAEKELS, T. VAN DE GEHUCHTE en L. VANDENBEMPT, “Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling” in K. BYTTEBIER, A. FRANCOIS, E. JANSSENS, T. VAN DE GEHUCHTE (eds.), Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, (1) 85). Net zoals de curator de agent is van de gezamenlijke schuldeisers in de boedel als principaal (de residual risk bearers), is de advocaat de agent van de vennootschap, en – indien we aannemen dat het doel van het vennootschapsrecht winstmaximalisatie is voor de aandeelhouders – finaal van de gezamenlijke aandeelhouders (eveneens de residual risk bearers).

De verloning van de curator wordt niet bepaald door de schuldeisers als principaal, maar wel door het KB van 10 augustus 1998. Continue reading “Money (That’s What I Want). De invloed van de remuneratie van de advocaat op de actio mandati en minderheidsvordering”

EU company law: public consultation on rules on digital solutions and efficient cross-border operations

The European Commission recently opened a public consultation to collect input from stakeholders on problems in company law, gather evidence of such problems and ask their views on possible solutions on how to address the problems at EU level. The consultation focuses on the use of online tools throughout the companies’ lifecycle, the cross-border mobility of companies (again) and (the need for) conflict-of-law rules for companies (a recent study on the law applicable to companies, can be consulted here). Continue reading “EU company law: public consultation on rules on digital solutions and efficient cross-border operations”

‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis”

Art. 27 V&S-Wet als voorbeeld van hoe non-profits niet geregeld moet worden

In de VZW wordt het winstuitkeringsverbod negatief bepaald: de vereniging mag geen “stoffelijke voordelen aan haar leden […] verschaffen” (art. 1 en 27 V&S-Wet). Voor een stichting kon deze negatieve omschrijving niet worden gecalqueerd: in een stichting zijn er immers geen leden.

Huidig art. 27 V&S-Wet lostte dit probleem op door uitkeringen toe te laten voor zover die kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel. Het stichtingsvermogen moet worden “aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel” (art. 27 al. 1 V&S-Wet).

“Belangeloos” werd bij de omschrijving van het doel echter erg werd uitgerekt opdat elke stichting, ook één die werd opgericht in het belang van de stichter zelf of van een kleine kring, eronder zou vallen.  Continue reading “‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis””

The principal-cost theory: a revolution in the debate on corporate law and governance?

Zohar Goshen and Richard Squire develop a new model for corporate governance in the Columbia Law Review

In a recently published papaer (here and here), commented on the Oxford Business Law Blog, a new theory of corporate governance is offered, referred to as the principal-cost theory. The theory challenges the theoretical foundations of the traditional agency-cost theory, in particular their one-size-fits-all policy recommendations.

The authors claim that the principal-cost theory demonstrates that the governance structure reducing control costs varies by firm. Lawmakers therefore should avoid one-size-fits all solutions. Rather they should seek to grow the menu of governance-structure. Accordingly, each firm could establish a governance mechanism adapted to its specific needs.

Does that mean that the agency-cost theory should be neglected from now on? Not necessarily. According to the authors, agent costs and principal costs are two sides of the same coin:

Any reallocation of control rights between shareholders and managers decreases one type of bust, but will  increase the other,  The rate of substitution is firm-specific, driven by factors such as business strategy, industry, and the personal characteristics of the key parties.”

Only time will tell whether this theory of principal costs marks the end of an era dominated by a uniform  theory of “good” corporate governance.

 

Roel Verheyden

Lessons from history: the emergence of the corporate form

Dari-Mattiacci, Gelderblom, Jonker & Perotti in the Journal of Law, Economics & Organization on the Dutch East Indies Company (VOC)

In a recent article, published in the Journal of Law, Economics & Organization (the article can be consulted here), DARI-MATTIACCI, GELDERBLOM, JONKER and PEROTTI describe the emergence of the corporate form during the 17th century. In doing so, they put important insights from other authors (HANSMANN, KRAAKMAN and SQUIRE, click here and BLAIR, click here) in an historical perspective. Professor DARI-MATTIACCI, one of the authors, held in 2015 at the KU Leuven the first Heremans Lecture on “The new economics of property rights. Unlocking the fundamental features and the historical emergence of the business corporation “, discussing a draft of this article.

Their research shows the corporate form to be a legal innovation, meeting the practical needs of oversees trade and appearing first in the Dutch East India Company (VOC). The partnership form and contractual commitments of capital did not provide the durability needed for oversees trade with Asia at the end of the 16th century. Continue reading “Lessons from history: the emergence of the corporate form”

De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?

Pre-pack na het Graham-rapport

In een eerdere post heb ik gewezen op de gevaren van een “stil” faillissement (ook wel gekend als de pre-pack). Daarbij heb ik opgemerkt dat een Graham rapport van 2014 uitwees dat van de onderzochte pre-packs in het Verenigd Koninkrijk bijna twee derden een verkoop aan verbonden partijen betrof. Die praktijk is problematisch. Ten eerste vergroot een verkoop aan verbonden partijen de kans op een navolgend faillissement binnen de drie jaar na de afsluiting van het stil faillissement aanzienlijk. Ten tweede bestaat het risico dat de verbonden partijen de reorganisatiewaarde naar zich toetrekken, ten nadele van de gezamenlijke schuldeisers.

Het Graham rapport bevatte echter ook een aantal aanbevelingen om tegemoet te komen aan voornoemde problematiek. Een van de belangrijkste aanbevelingen was het oprichten van een Pre-Pack Pool (PPP), i.e. Continue reading “De Pre-Pack Pool (PPP): een blaffende waakhond zonder tanden?”

Wie is een ‘aangestelde’ van de rechtspersoon in de zin van art. 35 Ger.W.?

Cassatie over betekening aan zetel van een rechtspersoon

Artikel 35, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, deze aan de woonplaats of gewone verblijfplaats van de geadresseerde dan wel, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of administratieve zetel gebeurt. Hierbij wordt de akte ter hand gesteld aan een bloedverwant, een aanverwant, een dienstbode of een aangestelde van de geadresseerde.

Volgens het Hof van Cassatie in een arrest van 2 mei 2017 is er sprake van een aangestelde in de zin van deze bepalingen:  Continue reading “Wie is een ‘aangestelde’ van de rechtspersoon in de zin van art. 35 Ger.W.?”

Not all shareholders are created equal – Snap goes public with non-voting stock

A post by guest blogger Vincent Chantillon

Snap’s IPO

Academics tend to say that you can’t have your cake and eat it too, yet this is what Evan Spiegel and Robert Murphy did with Snap a few months ago. Continue reading “Not all shareholders are created equal – Snap goes public with non-voting stock”

Schuldeisersbescherming in het vennootschapsrecht: een rouwbericht

Een recente publicatie van Joeri Vananroye en Gillis Lindemans bespreekt de huidige regels rond schuldeisersbescherming in het vennootschapsrecht, wat er wijzigt in de voorgenomen hervorming van het vennootschapsrecht en hoe dit betekent dat het insolventierecht moet worden aangescherpt.

“De Europese harmonisatie van kapitaalregels is beperkt tot limitatief opgesomde rechtsvormen (voor België: de NV). Die harmonisatie omvat daarmee verre van alle vennootschapsvormen met beperkte aansprakelijkheid. Weinig verhindert dat een lidstaat die andere rechtsvormen met dezelfde voordelen begiftigt als de geharmoniseerde vormen. De Tweede Richtlijn is daardoor een harmonisatie met een ingebakken makkelijke opt out. De Belgische wetgever heeft de regels van de Tweede Richtlijn vrijwillig uitgebreid tot andere rechtsvormen. Andere wetgevers deden dat niet (bv. UK met de Ltd.) of kwamen daarop terug (bv. Nederland met de BV), zoals de Belgische wetgever nu van plan is.

Hit me baby one more time: does ‘ne bis in idem’ apply when company and representative are sanctioned for same offence?

ECJ judgement of April 5th 2017

Two Italian companies did not pay their VAT debt which amounted to over a million euro. In addition to a tax penalty for the companies, their legal representatives were prosecuted in their personal capacity on the ground that they failed to fulfill their responsibility to pay the VAT. The representatives protested, arguing that this would breach the ne bis in idem-principle, guaranteed by article 50 of the Charter of Fundamental Rights of the EU.

Continue reading “Hit me baby one more time: does ‘ne bis in idem’ apply when company and representative are sanctioned for same offence?”

Six Months Corporate Finance Lab: taking stock

One of the highlights of 6 months of Corporate Finance Lab was the mention of the Lab by the famous insolvency scholar Professor Bob Wessels (Leiden) as one of the blogs he follows, alongside the Oxford Business Law Blog, the blog by Professor Geert Van Calster (Leuven and Monash), the International Litigation Blog en Leiden Law Blog.

Some notable posts in English include: