Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen

Nog voor de goedkeuring van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verengingen (WVV) werd er in de Kamercommissie Handels – en Economisch Recht al een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van datzelfde WVV. Concreet voorziet het wetvoorstel in een algemene verplichting voor VZW’s en stichtingen om hun jaarrekening bij de NBB neer te leggen en de verplichting om alle inkomende en uitgaande giften te registreren.

Het ingediende wetsvoorstel beoogt meer transparantie te verkrijgen inzake de financiering van VZW’s, IVZW’s en stichtingen en is bedoeld als een anti-terreurmaatregel. Hoewel het goedgekeurde WVV hierover geen woord rept, hebben een aantal volksvertegenwoordigers alsnog een wetsvoorstel ingediend om hier aan tegemoet te komen. Continue reading “Het WVV als middel tegen terreur: strengere transparantieverplichtingen voor VZW’s en stichtingen”

‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis”

Art. 27 V&S-Wet als voorbeeld van hoe non-profits niet geregeld moet worden

In de VZW wordt het winstuitkeringsverbod negatief bepaald: de vereniging mag geen “stoffelijke voordelen aan haar leden […] verschaffen” (art. 1 en 27 V&S-Wet). Voor een stichting kon deze negatieve omschrijving niet worden gecalqueerd: in een stichting zijn er immers geen leden.

Huidig art. 27 V&S-Wet lostte dit probleem op door uitkeringen toe te laten voor zover die kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel. Het stichtingsvermogen moet worden “aangewend ter verwezenlijking van een bepaald belangeloos doel” (art. 27 al. 1 V&S-Wet).

“Belangeloos” werd bij de omschrijving van het doel echter erg werd uitgerekt opdat elke stichting, ook één die werd opgericht in het belang van de stichter zelf of van een kleine kring, eronder zou vallen.  Continue reading “‘Belangeloosleid’ in de private stichting: “haas ik doop u vis””

De stichting: het ideale middel om goederen te ‘beschermen’ tegen schuldeisers?

Hoge Raad brengt in herinnering hoe een stichting gebruikt kan worden om schuldeisers te benadelen.  

Een stichting laat toe om een goed in een afgescheiden vermogen onder te brengen. Dat impliceert dat de schuldeisers van de begunstigden van de stichting de stichtingsgoederen niet kunnen uitwinnen. Evenmin hebben ze makkelijke opties om het stichtingsvermogen open te breken door een ontbindingsvordering. Continue reading “De stichting: het ideale middel om goederen te ‘beschermen’ tegen schuldeisers?”