Over de verklaring tot onbeslagbaarheid van de hoofdverblijfplaats na faillissement. Zijn onbetaalde aanslagen personenbelasting sowieso schulden van “gemengde aard” ?

Cass. 19 maart 2026, F.24.0073.N

1.

De artikelen 72 tot en met 82 van de wet van 25 april 2007 [1] maken het voor iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is, mogelijk om bij een verklaring voor de notaris zijn hoofdverblijfplaats te onttrekken aan de schuldeisers die een vordering hebben uit hoofde van zijn zelfstandige beroepsbezigheid.

De zelfstandige kan aldus in afwijking van de artikelen 3.35 BW, 3.36 BW en 1560 Ger.W. zijn zakelijke rechten, andere dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning, op het onroerend goed waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft, niet vatbaar voor beslag verklaren. De woning van de zelfstandige geniet dan “beslagimmuniteit”.

Deze immuniteit heeft enkel uitwerking ten aanzien van schuldvorderingen die betrekking hebben op de beroepsbezigheid op voorwaarde dat deze schulden zijn ontstaan na de inschrijving van de afgelegde verklaring van onbeslagbaarheid. Evenmin heeft de beslagimmuniteit uitwerking ten aanzien van de schuldvorderingen die volgen uit een misdrijf, zelfs indien ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, noch ten aanzien van de schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid.

In de memorie van toelichting wordt nader toegelicht voor welke schulden de wetgever de beslagimmuniteit wou invoeren. [2]

“het betreft de schulden die verbonden zijn aan de zelfstandige beroepsactiviteit. Zijn bedoeld: de contractuele schulden ten aanzien van leveranciers, kredietinstellingen, … De sociale en fiscale schulden zijn eveneens bedoeld in zoverre zij uitsluitend betrekking hebben op de zelfstandige beroepsbedrijvigheid: sociale bijdragen die verschuldigd zijn aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen of aan de nationale hulpkas voor sociale verzekeringen der zelfstandigen  of aan de RSZ, BTW, onroerende voorheffing op materieel en outillage, … De gemengde fiscale schulden, dit wil zeggen, de schulden die niet uitsluitend betrekking hebben op de zelfstandige beroepsbedrijvigheid, worden niet door de wet bedoeld. Het betreft bijvoorbeeld de personenbelasting, die berekend wordt op de beroepsinkomsten, de roerende inkomsten, de onroerende inkomsten en de diverse inkomsten”

De verklaring van onbeslagbaarheid behoudt haar werking na de faillietverklaring. In beginsel is de curator enkel gebonden door de beslagimmuniteit van de hoofdverblijfplaats voor zover alle schuldeisers in het faillissement door deze verklaring zijn gebonden. Met andere woorden, de curator kan overgaan tot de realisatie van het onroerend goed indien in het passief van het faillissement een schuld is opgenomen die ontstaan is vóór het afleggen van de verklaring, dan wel betrekking heeft op een schuld “van gemengde aard”.

2.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 19 maart 2026 handelt over wat begrepen kan worden onder “schulden van gemengde aard, die verband houden zowel met het privéleven als met de beroepsbezigheid.”

Continue reading “Over de verklaring tot onbeslagbaarheid van de hoofdverblijfplaats na faillissement. Zijn onbetaalde aanslagen personenbelasting sowieso schulden van “gemengde aard” ?”

Over naar familie(stichting)

Pistor, Balzac en Downton Abbey

Later deze week krijgt Professor Katharina Pistor een ere-doctoraat van de UAntwerpen “als erkenning voor haar baanbrekend werk op het gebied van recht, vermogensvorming en ongelijkheid”. Haar boek The Code of Capital. How Law Creates Wealth and Inequality zal ongetwijfeld een grote rol hebben gespeeld bij het toekennen van deze eer. U kent haar van de Heremans Lectures aan de KU Leuven in 2016 (waar een preview werd gegeven van de bevindingen van het boek) of de voorstelling van voornoemd boek kort na verschijnen op een panelgesprek van deze blog (zie hier voor de video).

Professor Pistor geeft privaatrecht de behandeling die de economische analyse van het recht traditioneel voorbehouden hield aan regulering. Het is geen ratio scripta, geen natuurlijke uitdrukking van efficiëntie (zoals een jonge Posner senior argumenteerde), maar het resultaat van beleidsmatige, zeg maar politieke, keuzes en aldus beïnvloed door ideologie en belangenbehartiging. Ze legt daarbij de nadruk op de rol van private juridische adviseurs:

Dit problematiseert heel wat juridische regels, die meestal neutraal als louter technisch worden beschreven door de juridische literatuur, als zijnde privileges toegekend door het juridisch systeem:

Eén van de elementen van de ‘code’ is durability. Wij kennen het als vermogensafscheiding, bescherming tegen liquidatie en onbeslagbaarheid. Als het juridisch systeem deze attributen toekent aan bepaalde assets worden ze geïsoleerd van schuldeisers, wat het uiteraard een belangrijke bron maakt van intergenerationele rijkdom (The Code of Capital, p. 14).

Denk aan de onroerende adellijke goederen uit het ancien régime die onder meer wegens de vermenging van private en publiekrechtelijke bevoegdheden niet konden worden uitgewonnen.  Deze feodale figuren werden afgeschaft in Frankrijk in de nacht van 4 augustus 1789, maar Napoleon komt er enkele jaren later weer op terug met de instelling van het majorat. Daarbij wordt een vermogen afgeschermd ten behoeve van de houder van een titel, waar het vermogen enkel aan de oudste mannelijke erfgenaam vererft en ook wordt afgeschermd van schuldeisers. Zie het erg lezenswaardige artikel van J. Van De Voorde, “À la plus grande gloire (juridique) de Napoléon Ier, Empereur des Français, de la part de ses plus fidèles sujets, les Belges : les majorats napoléoniens analysés du point de vue du droit des biens en raison de leur survie continuée en Belgique“, Revista internacional de derecho y ciencias sociales 2017, 29 e.v., dat onder meer duidelijk maakt dat er nog één majoraat in België bestaat, dat van de Hertog van Wellington in de buurt van Waterloo.

Balzac of vele andere meesterwerken van de 19de eeuw (bv. I Viceré (De Onderkoningen) van Federico di Roberto) zijn nauwelijks leesbaar zonder een notie van deze figuren. De ernstige lezer van Corporate Finance Lab kijkt uiteraard niet naar series op Netflix, maar ook de plot van Downton Abbey – een perfide maar heerlijk stukje tory propaganda – draait rond een entailed estate die enkel kan worden geërfd door de oudste mannelijke erfgenaam.

Wij hebben deze antieke figuren gelukkig niet meer. Nee, wij hebben estate planning.

Continue reading “Over naar familie(stichting)”