Stakeholderism: een wolf in schapenvacht?

Een bijdrage door Simon Landuyt en Evariest Callens

Het vennootschapsrecht als mechanisme voor de creatie van maatschappelijke waarde

Het utilitarisme, dat het grootste geluk voor het grootste aantal (huidige en toekomstige) mensen vooropstelt, vormt de impliciete rechtvaardiging voor vele van onze rechtsregels. De afgelopen jaren hebben economisten, juristen en opiniemakers een bij wijlen pittig debat gevoerd over hoe het vennootschapsrecht aan dit utilitaristisch ideaal kan of moet bijdragen en zodoende de maximalisatie van het maatschappelijk welzijn kan bevorderen.

Bepaalde dwingende regels die vervat liggen in het vennootschapsrecht zijn vanuit utilitaristisch perspectief wellicht weinig controversieel. Veelal betreft het punctuele regels waarvan in brede kring wordt aangenomen dat de realisatie van het objectief een netto batig of neutraal effect zal hebben op het totale maatschappelijk welzijn. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan genderquota in raden van bestuur.[1]

Zoals verder in deze post beschreven, is de vraag of een meer generalistische (vennootschapsrechtelijke) herijking van het vennootschapsdoel kan bijdragen tot de maximalisatie van het Continue reading “Stakeholderism: een wolf in schapenvacht?”