Ongemene reflecties over gemene bepalingen

Boek 2 WVV

Een wetgever die alle vennootschappen, stichtingen en verenigingen in één wetboek wil regelen zou vele “gemene” regels kunnen bedenken: gemeen aan alle vormen, gemeen aan alle rechtspersonen, gemeen aan alle vennootschappen, gemeen aan alle non-profits (verenigingen en stichtingen), gemeen aan alle verenigingen (met en zonder rechtspersoonlijkheid), gemeen aan alle vormen zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap en feitelijke vereniging), gemeen aan alle vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (met bv. een gemene liquiditeitstest), gemeen aan alle entiteiten met beperkte aansprakelijkheid (met bv. gemene bepalingen rond startvermogen), gemeen aan alle vennootschapsvormen met/zonder vrije overdraagbaarheid van aandelen, … Het WVV zet vooral in op regels gemeen aan alle rechtspersonen (Boek 2). Deze post gaat in op de voorgeschiedenis hiervan, de praktische inzet en de wenselijkheid van deze keuze.

*     *
*

Continue reading “Ongemene reflecties over gemene bepalingen”

‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?

Post door gastblogger Arne Weemaes (student UA)

De regelgeving inzake de ontbinding en vereffening van vennootschappen is sinds 1995 meermaals gewijzigd. Aangezien de wetgever zich hierbij steeds beperkte tot specifieke onderdelen, bleven heel wat fundamentele aspecten onduidelijk of zelfs onbehandeld. Het gaat met name over de problematiek betreffende de sluiting van de vereffening en haar rechtsgevolgen. De bestaansreden van deze problematiek kan worden teruggebracht tot de formalistische opvatting van de sluiting van de vereffening door het Hof van Cassatie (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, 80). Volgens die opvatting wordt de vereffening afgesloten door een formeel besluit van de algemene vergadering, ongeacht of de vereffening ook effectief inhoudelijk werd voltooid.

Het belangrijkste gevolg van deze formalistische opvatting is dat de mogelijkheid bestaat dat er bepaalde activa of passiva niet in de vereffeningsprocedure werden opgenomen en deze aldus ‘vergeten’ bestanddelen pas na de afsluiting van de vereffening worden opgemerkt. Gelet op het feit dat de (actieve) rechtspersoonlijkheid van de vennootschap reeds na de sluiting van de vereffening is uitgedoofd, vormt de hypothese van ‘vergeten’ activa en passiva een aanzienlijk probleem. In dat verband rijst nl. de vraag in welke mate de vennootschap, de vennoten en de schuldeisers ten opzichte van elkaar nog rechten kunnen laten gelden. Daar waar het huidige recht ter zake geen adequaat antwoord biedt, bevat het ontwerp-WVV een gloednieuwe regeling inzake deze kwestie.

Deze blogpost zal eerst stilstaan bij de mogelijkheden die vandaag bestaan wanneer men na de sluiting van de vereffening wordt geconfronteerd met ‘vergeten’ vermogensbestanddelen. Daarna volgt een analyse van de toekomstige regelgeving die de aangehaalde problematiek het hoofd tracht te bieden. Teneinde de relevante principes helder weer te geven, wordt een opdeling gemaakt tussen enerzijds ‘vergeten’ activa en anderzijds ‘vergeten’ passiva. Continue reading “‘Vergeten’ activa en passiva in het kader van een vereffeningsprocedure: rechtszekerheid op komst?”

Ontwerp-WVV: hoe gemeen is het personenvennootschapsrecht?

Kloof tussen maatschap en onverdeeldheid wordt groter

Het ontwerp van WVV brengt personenvennootschappen (maatschap, stille vennootschap, VOF en  CommV) samen in boek 4. Dit boek herneemt heel wat van de bestaande inhoud van de volgende boeken van het W.Venn:

  • boek II (“Bepalingen gemeenschappelijk aan alle vennootschappen”);
  • boek III (“maatschap, TV en SV”); en
  • boek V (“VOF en CommV”).

De wijziging van structuur en de verplaatsing van bepalingen heeft juridische gevolgen, zelfs als die bepalingen niet inhoudelijk wijzigingen. Opmerkelijk is dat de belangrijkste gevolgen van deze Umschung gelden voor de andere vennootschappen, zoals een NV, BV of CV. Continue reading “Ontwerp-WVV: hoe gemeen is het personenvennootschapsrecht?”

Over zombievennootschappen, slapende vennootschappen en een ambitieuze wetgever

“Okay, it’s pretty obvious what we’re doing here, people. If it’s dead … KILL IT”

― The Walking Dead, Vol. 14: No Way Out

 

  1. Zombievennootschappen

Uit recente rapporten van de OECD blijkt hoe de markt wordt geteisterd door zogenaamde “zombievennootschappen”. Dit fenomeen wordt in deze studies gedefinieerd als vennootschappen die al meer dan tien jaar bestaan en die gedurende drie opeenvolgende jaren hun verschuldigde interest niet kunnen betalen met hun winsten. Elders lezen we dat in België 15% van onze bedrijven in  een zombietoestand zou verkeren (http://trends.knack.be/economie/bedrijven/belgie-telt-60-610-zombiebedrijven/article-normal-840033.html ). De aanwezigheid van deze vennootschappen in het rechtsverkeer resulteert in (i) marktverstoring, ten nadele van “gezonde” ondernemingen die hierdoor geen toegang tot de markt krijgen, of (ii) een besteding van middelen aan activiteiten zonder bestendige toekomst.

De oorzaken van het bestaan van deze vennootschappen zijn divers. Gaande van goedkope financiering (voor schuldeisers kan het voordeliger zijn bijkomend krediet te verschaffen in plaats van definitief het verschafte krediet als sunk cost af te schrijven), tot beschermende insolventieprocedures zoals de WCO en de toekenning van  subsidies. Een cocktail hiervan maakt dat deze vennootschappen niet uit de markt verdwijnen. Continue reading “Over zombievennootschappen, slapende vennootschappen en een ambitieuze wetgever”