Trial and error bij bankbeslagen: weldra verleden tijd?

Een post door gastblogger Rubben Lindemans (Racine)

Het is een bekende frustratie dat een schuldeiser vaak onvoldoende zicht heeft op het roerende vermogen van zijn schuldenaar, aangezien hiervoor – anders dan voor het onroerend vermogen – veelal niet kan worden teruggevallen op een (publiek raadpleegbaar) register. Dit gebrek aan transparantie vertaalt zich in de Belgische rechtspraktijk wellicht het meeste aan de hand van de talloze bankbeslagen die worden gelegd bij de Belgische grootbanken, in de hoop er activa van zijn debiteur aan te treffen. Drie maal touwtje trekken, niet altijd prijs.

De Europese Bankbeslagverordening van 15 mei 2014 kan dan ook enigszins revolutionair worden genoemd in de mate dat hierin een mogelijkheid is voorzien voor een schuldeiser om tezamen met een verzoek tot afgifte van een “Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen” (naar goede gewoonte beter gekend onder een Engelse afkorting, met name “EAPO” wat staat voor “European Account Preservation Order”), een verzoek tot het verkrijgen (bank)rekeninginformatie van zijn debiteur in te dienen. De mogelijkheid is wel enkel voorbehouden voor een schuldeiser die reeds beschikt over een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte (waaruit de schuldvordering blijkt), én voor zover er sprake is van een grensoverschrijdend element zoals aangegeven in de Bankbeslagverordening.

Hoewel dit nieuwe Europese instrument werd opgenomen in een Verordening en dus rechtstreekse werking heeft in de lidstaten (behoudens het VK en Denemarken), noodzaakte het de lidstaten om bepaalde nationale regels uit te vaardigen teneinde de praktische uitvoering ervan mogelijk te maken. De Verordening trad reeds in werking trad reeds in werking op 18 januari 2017, doch België behoorde traditiegetrouw tot de slechtste leerlingen van de klas. Immers, pas op 18 juni 2018 werd het noodzakelijke regelgevend kader uitgewerkt. Al even traditiegetrouw heeft onze wetgever ervoor gekozen om deze regelgeving op te nemen (te verstoppen) in de artikelen 180 – 201 van de Wet van 18 juni 2018 “houdende diverse bepalingen”. Aangezien de Romeinse cijfers voor de Potpourri wetgeving stilaan uitgeput geraken,  kreeg deze wet van sommigen reeds het etiket Hutsepot I opgespeld, wat in Gentse kringen dan weer wordt omgetoverd tot Waterzooi I.

Onder welke naam deze wet verder door het leven zal dienen te gaan, laten we in het midden. Belangrijk is immers dat voornoemde bepalingen niet enkel de Bankbeslagverordening in België uitvoerbaar maken, doch eveneens voorzien in een gelijkaardige mogelijkheid voor schuldeisers tot het verkrijgen van rekeninginformatie van zijn debiteur in zuiver nationale context. De trial and error bij bankbeslagen zal in de toekomst, althans voor schuldeisers die reeds beschikken over een titel, weldra tot het verleden behoren.

Voornoemde wet van 18 juni 2018 trad reeds in werking op 2 juli 2018, doch wat de bepalingen betreft in verband met het verkrijgen van (bank)rekeninginformatie werd 1 januari 2019 als datum van inwerkingtreding weerhouden, omdat men eerst praktisch nog een aantal zaken verder diende uit te werken (waaronder een Koninklijk Besluit).

Rubben Lindemans

Deze nieuwe wetgevende ontwikkeling, net zoals andere wetgevende ontwikkelingen en tendensen in de rechtspraak voor de periode 2015-2018, zullen meer in detail worden besproken door Rubben Lindemans tijdens de KU Leuven Themis studiedagen, cyclus insolventie- en beslagrecht.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s