Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’

Een post door gastblogger Arne Vanhees

In eerdere posts op deze blog werd reeds gewezen op de nadelige gevolgen die overdrachtsbeperkingen op aandelen kunnen hebben voor de persoonlijke schuldeisers-beslagleggers van aandeelhouders. Verder werd er gewezen op de wenselijkheid van een wettelijk ingrijpen. Het ‘verhaal’ van en voor de persoonlijke schuldeiser is momenteel namelijk te complex.

Het doel van een dergelijk wettelijk ingrijpen zou niet moeten zijn om de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers volledig weg te werken. Het is gepaster om te streven naar een evenwichtsoefening tussen de nadelen die overdrachtsbeperkingen opleveren voor de persoonlijke schuldeisers en de voordelen die ze opleveren voor de vennootschappen die er gebruik van maken. “The appropriate goal of corporate law, is immers, to advance the aggregate social welfare of all who are affected by a firm’s activities, including the firm’s shareholders, employees, suppliers, and customers, as well as third parties (…)”. [1]:

De wetgever zou best duidelijkheid scheppen op het vlak van de (rechtsgrond voor) tegenwerpelijkheid van statutaire overdrachtsbeperkingen aan persoonlijke schuldeisers-beslagleggers. Op dit punt heerst er namelijk grote onduidelijkheid in de rechtsleer. Er vallen drie strekkingen te onderscheiden:

1.

Strekking 1 blijft trouw aan de relativiteit van verbintenissen (artikel 1165 BW) en stelt dat statutaire overdrachtsbeperkingen enkel tegenwerpelijk zijn aan derden die zich schuldig maken aan derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk. [2] Deze strekking maakt, in het geval van beslag op aandelen, een evenwichtsoefening tussen de verschillende belangen onmogelijk. Ze zal immers tot gevolg hebben dat statutaire overdrachtsbeperkingen nooit tegenwerpelijk kunnen zijn aan de persoonlijke schuldeiser-beslaglegger. Er is namelijk helemaal geen sprake van contractbreuk vermits het niet de aandeelhouder, die zich verbonden heeft, is, die verkoopt.

2.

Volgens strekking 2 kan de beslaglegger geldig tot de executoriale verkoop overgaan zonder rekening te houden met de statutaire overdrachtsbeperkingen, maar is die verkoop vervolgens niet tegenwerpelijk aan de vennootschap. Hierdoor ontstaat er een croupier-verhouding tussen de koper en de aandeelhouder op wiens aandelen beslag werd gelegd. [3] Ook deze strekking is niet opportuun wegens de vele onduidelijkheden en agency problemen die een dergelijke croupier-verhouding met zich meebrengt voor de toekomst. Overigens zal dergelijk troebel vooruitzicht potentiële kopers in vele gevallen afschrikken, waardoor de verkoopprijs substantieel zal dalen of het aandeel de facto ontrokken zal worden aan het verhaal van de persoonlijke schuldeisers.

3.

Strekking 3 stelt dat een executoriale verkoop in strijd met een statutaire overdrachtsbeperking gewoonweg niet kan plaatsvinden en dus nietig is. Dit omwille van het feit dat de beperking inherent aan het aandeel zou zijn. [4]

Ook het volgen van deze strekking heeft dus nadelige gevolgen voor de persoonlijke schuldeiser, maar biedt, in tegenstelling tot strekking 2, het voordeel van de duidelijkheid going forward. Bovendien laat deze strekking, in tegenstelling tot strekking 1, ruimte voor een evenwichtsoefening. Door het volgen van strekking 3 wordt een evenwichtsoefening niet onmogelijk, maar zou er louter voor worden geopteerd om de evenwichtsoefening te laten aanvangen met een zwaarder gewicht aan de kant van de vennootschap.

Dergelijke evenwichtsoefening is, omwille van de negatieve externaliteiten voor persoonlijke schuldeisers, een noodzakelijk bij strekking 3.  In Nederland kwam men hier reeds aan tegemoet.  Men voorzag daar recent, naast een duidelijke wettelijke keuze voor strekking 3, in een nieuwe bevoegdheid/mogelijkheid voor de rechter om in het geval van beslag op aandelen, na het voeren van een in concreto evenwichtsoefening, zowel wettelijke als statutaire overdrachtsbeperkingen geheel of gedeeltelijk aan de kant te schuiven. [5] De uitwerking van een vergelijkbare bepaling in ons Belgisch recht zou een mooie stap zijn in de richting van het vinden van een evenwicht tussen alle belangen die er spelen inzake beslag op aandelen.

Een wettelijke keuze voor strekking 3 valt bovendien enkel te verantwoorden indien deze gepaard gaat met een verhoogde publiciteit. Het middel hiervoor is om de publicatie van statutaire overdrachtsbeperkingen in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad verplicht te maken. De afwezigheid van dergelijke verplichting in het huidig Belgisch recht zorgt ervoor dat de (zoek)kosten voor de persoonlijke schuldeisers te hoog oplopen. Te hoog om strekking 3 in het huidig Belgisch recht te aanvaarden. Dat gebrek aan voldoende publiciteit is hoogstwaarschijnlijk net de reden waarom de rechtspraak strekking 1 steevast blijft toepassen. Dit ondanks het feit dat deze strekking door de overgrote meerderheid van de rechtsleer reeds lange tijd is verlaten.

Het gebrek aan aandacht in de rechtsleer voor de afwezigheid van voldoende publiciteit is opvallend en wijst er bovendien op dat er nog een hele weg af te leggen is in het zoeken naar een evenwicht tussen alle belangen die er spelen inzake beslag op aandelen, inclusief die van de persoonlijke schuldeisers.

Deze post is gebaseerd op een meesterproef in juni 2017 verdedigd aan de KU Leuven.

Arne Vanhees
Master of Laws, 2017, KU Leuven
Incoming LL.M. candidate at King’s College London

 

[1] R. KRAAKMAN, J. ARMOUR, P. DAVIES, L. ENRIQUES, H. HANSMANN, G. HERTIG, K. HOPT, H. KANDA & E. ROCK, The Anatomy of Corporate Law: A Comparative and Functional Approach, Oxford, Oxford University Press, 2009, 28.

[2] H. LAGA, “Het leerstuk van de derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk toegepast op de schending van statutaire aanvaardings- en voorkoopclausules.”(noot onder Kh. Namen 22 februari 1990), TRV 1991, 241-242. ; P. VAN OMMESLAGHE, “Les conventions d’actionnaires en droit belge”, RPS 1988-89, 304.

[3] K. GEENS, “Veronderstelt een aanvaardingsclausule in een naamloze vennootschap dat aandelen op naam zijn?”, TRV 1989, 414-422. ; K. GEENS, “De derde-medeplichtigheid is overbodig om miskenning van statutaire aanvaardings- en voorkooprechten te sanctioneren”, (noot onder Kh. Ieper, 23 juni 2003), TRV 2006, 69-70.

[4] M.E. STORME, “Overdracht van roerende goederen, vestiging van pandrecht, eigendomsvoorbehoud: een poging tot systemalisatie” in Zakenrecht, absoluut niet een rustig bezit, XVIIIe Postuniversitaire cyclus Willy Delva 1991-1992, Antwerpen, Kluwer, 1992, 457. ; J.P. BLUMBERG en J. VAN LANCKER, “De overdracht van aandelen op naam en het nieuwe artikel 1690 BW, TRV 1995, 361-363.

[5] Artikel 2:195 lid 7 Nederlands Burgerlijk Wetboek (NBW)

1 thought on “Beslag op aandelen waarop overdrachtsbeperkingen rusten: een complex ‘verhaal’”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s