Een arrest van het Hof van Cassatie van 2 april 2026 spreekt zich uit over de schadeberekening bij bestuursaansprakelijkheid voor selectieve betalingen in articulo mortis:
‘Wanneer de boedel van een failliete vennootschap schade lijdt door de onrechtmatige betaling van bepaalde vennootschapsschulden door haar bestuurder, moet bij de raming van die schade niet enkel rekening worden gehouden met het door de boedel geleden nadeel, in de vorm van de ten gevolge van de betaling verloren activa, maar dient ook het door de boedel verkregen voordeel, in de vorm van de daarmee corresponderende verminderde passiva, op dit nadeel te worden toegerekend.’
Ik wil hier even kort langs drie juridische vragen fietsen: (i) wanneer is er sprake van een onrechtmatige selectieve betaling?; (ii) leidt een selectieve betaling tot collectieve schade (door de curator te vorderen) of individuele schade(door individuele benadeelde schuldeisers te vorderen)? en (iii) hoe wordt die schade concreet berekend?
Het besproken arrest spreekt zich enkel ook over de laatste vraag, al wordt er daarbij vanuit gegaan dat het om collectieve schade gaat. Ik beperk me tot twee bronnen — maar wat voor bronnen: de Leuvense proefschriften van Lindemans (Schuldeiser & rechtspersoon) en Verheyden (Collectieve en individuele schade).