Immuniteit van de uitvoeringsagent, collectieve schade, afgeleide schade: meer insolventierecht dan verbintenissenrecht

De allocatieve functie van enkele verbintenisrechtelijke regels

De insolventiehypothese, samenloop of collectieve insolventieprocedures zijn in de Code civil opvallend nagenoeg afwezig. Insolventierecht is nochtans in het Belgische privaatrecht een onzichtbare kracht waarrond vele regels van vermogensrecht graviteren.  Het insolventierecht  legt de ware aard bloot van verbintenisrechtelijke figuren” zoals de immuniteit van de uitvoeringsagent of het onderscheid tussen afgeleide en persoonlijke schade. Deze regels vinden we in het verbintenissenrecht, maar ze hebben een belangrijke allocatieve functie bij de insolventie van een partij. Deze regels wijzen schulden en schuldvorderingen toe aan het vermogen van één rechtssubject, om te verhinderen dat de regels inzake de rangorde bij samenloop worden omzeild.

Een van de weinige plaatsen waarop de insolventie als fundamentele zwaartekracht in de wettekst zelf aan de oppervlakte komt, is net in het verbintenissenrecht: de zijdelingse vordering (art. 1166 BW) en de pauliaanse vordering (art. 1167 BW).  Deze bepalingen zijn geschreven voor een toestand zonder collectieve procedure, wanneer de schuldeiser nog bevoegd is voor zijn vermogen, en geven daarom de schuldeisers individuele rechten. Toch blijkt dan al dat de remedie voor verhaalsbenadeling door de bril van de rangorde bij verhaal op de schuldenaar moet worden bekeken. De zijdelingse vordering is géén eigen vordering: de provenu passeert via het vermogen van de schuldenaar om het verhaal van zijn andere schuldeisers niet te benadelen. Indien de pauliaanse vordering leidt tot schadevergoeding, moet een hypothetische collectieve afwikkeling gebeuren om te voorkomen dat de eisende schuldeiser meer krijgt dan het geval zou zijn bij een collectief verhaal (E. Dirix, “De vergoedende functie van de actio pauliana” (noot onder Cass. 15 mei 1992), RW 1992-93, (331) 331). Deze individuele vorderingen hebben dan ook een belangrijk collectief aspect.

Bij faillissement verdwijnen de zijdelingse en de pauliaanse vordering als individuele schuldeisersrechten. Ze worden herboren als de twee klassieke gevallen van collectieve schade: schade die de gefailleerde zelf zou hebben kunnen vorderen (zijdelingse vordering) en schade aan de gezamenlijke verhaalsrechten van de schuldeisers (pauliaanse vordering). Het herstel van verhaalsbenadeling door derden gebeurt via de boedel.

Het voorwerp van de boedelvordering voor collectieve schade is een vergoeding voor de krenking aan de collectiviteit van de gebundelde verhaalsrechten. Daarom kan de rangorde tussen de schuldeisers buiten beschouwing blijven (Zie Cass. 11 mei 1905, Pas. 1905, 216; Cass. 1 december 1989, RW 1989-90, 1260.); die rangorde wordt pas in rekening gebracht bij uitkeringen uit de boedel, niet bij de inkomsten ervan. De collectivisering van de vorderingsrechten bij de boedel is dan ook niet enkel – en zelfs niet in de eerste plaats – ingegeven door pragmatische en proceseconomische overwegingen. Het is vooral een manier om ook voor schuldvorderingen de rangorde bij samenloop te doen respecteren. De boedel organiseert het instellen van de vordering collectief en scheidt dit van de onderlinge verdeling van het provenu van dit verhaal tussen de schuldeisers. De stelling van Heenen dat er enkel collectieve schade zou zijn indien alle schuldeisers gelijkmatig worden getroffen, mist dan ook het punt (J. Heenen, “Le curateur peut-il exercer, au nom des créanciers, une action en responsabilité contre un tiers dont la faute a causé une diminution de l’actif ou une aggravation du passif de la masse ?”, RCJB 1983, (14) 25 e.v., nr. 19.). Het collectief karakter van een vordering is net bijzonder relevant omdat alle schuldeisers niet gelijkmatig worden getroffen.

Wat in het insolventierecht collectieve schade heet, is in het vennootschapsrecht bestuursaansprakelijkheid ten aanzien van de vennootschap zelf (actio mandati) of bestuursaansprakelijkheid ten aanzien van de gezamenlijke schuldeisers (bv. art. XX.225 en XX.227 WER).

Individuele schuldeisers hebben wel een eigen vordering op derden voor eigen rekening indien hun schade een andere oorzaak heeft dan de waardevermindering van hun aanspraak op de vennootschap. Er is dan geen reden om de vordering aan de boedel te alloceren.

Wat in het insolventierecht een individuele vordering is, heet in het vennootschapsrecht externe bestuursaansprakelijkheid.

Voor vrijwillige schuldeisers van de schuldenaar legt de immuniteit van de uitvoeringsagent de lat voor zulke individuele vordering buitengewoon hoog. Deze schuldeisers hebben volens hun schuldenaar(s) gekozen en dienen daarvan de gevolgen te ondergaan; ook bij faillissement.

Aandeelhouders zijn nog meer in die situatie: ze traden vrijwillig toe tot de vennootschap. Bovendien horen ze bij een uitdeling op de laatste plaats te komen, wat nog meer verantwoordt dat ze die uitdeling niet kunnen omzeilen met een eigen vordering. De vennootschap wordt ook buiten de insolventiehypothese collectief bestuurd met een doorslaggevende rol voor de gezamenlijke aandeelhouders. Ook buiten insolventie hebben aandeelhouders daarom een zijdelingse noch een pauliaanse vordering; ze dienen gebruik te maken van hun vennootschapsrechtelijke inspraakrechten.

*     *
*

De regels inzake collectieve schade en zeker die inzake afgeleide schade worden vaak gezien als een verbintenisrechtelijk probleem, een vraag die te maken heeft met de aard van de schade (schade door weerkaatsing, reflexschade).

Zulke tweedimensionale verbintenisrechtelijke benadering verleidt sommige auteurs om de regels inzake afgeleide schade voor aandeelhouders of collectieve schade voor schuldeisers te betwisten. Vooral bij afgeleide schade is enkele keren het argument gemaakt dat deze regel een toepassing is van de algemene verbintenisrechtelijke regels inzake schade door weerkaatsing. Deze schade is enkel vergoedbaar op het ogenblik dat ze zeker wordt. Dit zou dan betekenen dat indien de afgeleide schade van de aandeelhouders zeker wordt – met name indien de rechtspersoon te kennen geeft geen vergoeding te zullen vorderen – de aandeelhouders een eigen vorderingsrecht krijgen voor hun deel in de vennootschapsschade.

Een driedimensionale insolventierechtelijke benadering toont aan waarom dit onwenselijk is. Insolventierecht is, net als goederenrecht, altijd derdenrecht. Bekeken door een insolventierechtelijke lens, staan niet enkel de belangen van de schadelijder en de schadeveroorzaker op het spel, maar ook die van andere schuldeisers en aandeelhouders met een claim op de vennootschap. Een eigen aansprakelijkheidsvordering van de aandeelhouder voor afgeleide schade zou erop neerkomen dat een aandeelhouder een vennootschapsactief kan “privatiseren” en zo de normale rangorde kan doorbreken. Dit is onwenselijk omdat daardoor de aandeelhouder zou kunnen vóórsteken in de uitkeringsrij, zijn achterstelling aan de kant schuiven en een vennootschapsactief aan de schuldeisers onttrekken.

De regel inzake afgeleide schade kan daarom gezien worden als een klem op het vermogen van de vennootschap, niet erg verschillend van de regels inzake dividenden en andere uitkeringen in het vennootschapsrecht. De regel verplicht aandeelhouders om de vennootschapsvordering op het niveau van het vennootschapsvermogen af te wikkelen en daarmee de rechten van de vennootschapsschuldeisers te respecteren.

Deze post is gebaseerd op mijn bijdrage voor in de bundel aangeboden aan Professor Eric Dirix n.a.v. de studiedag voor zijn emeritaat.

Joeri Vananroye

Author: Joeri Vananroye

Professor of economic analysis of law (KU Leuven), attorney (Quinz)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s