Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement

Recent kwamen de gevolgen en werkwijze van frauduleuze faillissementen opnieuw in de publieke belangstelling.  In het recentste nummer van de Juristenkrant betoogt meester Vincent Verlaeckt dat er effectief middel bestaat tegen frauduleuze faillissementen en de gekende lege dozen: de (ambtshalve) aanstelling van een voorlopig bewindvoerder (artikel XX.32 WER).

Verlaeckt argumenteert dat door een tijdige ambtshalve interventie van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel, enerzijds activa kunnen bewaard blijven die anders dreigen te verdwijnen op een bedrieglijke (of toch rangverstorende) manier en anderzijds insolvabele elementen sneller uit het handelsverkeer kunnen genomen worden, door een faillietverklaring op dagvaarding van de bewindvoerder.

Verlaeckt schrijft hierover over onder meer: Continue reading “Aanstelling voorlopig bewindvoerder: een onderbenutte maatregel tegen frauduleus faillissement”

Council agreed on a general approach on the proposal for a Directive on insolvency, restructuring and second chance

Yesterday (11 October 2018), the Justice and Home Affairs Council has agreed on a general approach on the proposal of the Commission (22 November 2016) for a Directive on “preventive restructuring frameworks, on discharge of debt and disqualifications and measures to increase the efficiency of procedures concerning restructuring, insolvency and discharge of debt”. The general approach goes further than the partial general approach that was reached during the Council meetings on 4 and 5 June 2018. The approach reached yesterday also includes Titles I (General Provisions), II (Preventive restructuring frameworks) and VI (Final provisions).

As stated on its website, the position of the Council keeps all the main elements of the initial Commission’s proposal but provides more flexibility for Member States to adapt the new legislation to their existing frameworks. In particular, the Council has amended the provisions on: Continue reading “Council agreed on a general approach on the proposal for a Directive on insolvency, restructuring and second chance”

Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen

Lab rat Gillis Lindemans verdedigt op 29 oktober aan de KU Leuven zijn proefschrift: “Actio pauliana: remedie met toekomst voor schuldeisers van rechtspersonen”. Meer info vindt u hier. In deze post krijgt u alvast een voorsmaakje.

Als een schuldenaar zijn schuld niet betaalt, dan kan de schuldeiser beslag leggen op zijn goederen. Holt de schuldenaar zijn vermogen uit, dan dus ook het onderpand van zijn schuldeiser. De schuldeiser heeft daartegen een krachtige remedie: de actio pauliana. De schuldeiser kan daarmee rechtshandelingen aanvechten waarmee zijn schuldenaar hem bewust of bedrieglijk benadeelt.

Het lijkt daarbij van geen belang of de schuldenaar een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Nochtans scheppen rechtspersonen een bijzonder risico.

Continue reading “Schuldeisers tegen uitkeringen en bevoordeling bij rechtspersonen”

Over de gedeeltelijke kwijtschelding bij faillissement

Onderscheid tussen collectieve en individuele schade ook relevant bij kwijtschelding na faillissement

Kwijtschelding impliceert dat de gefailleerde natuurlijke persoon ten aanzien van de schuldeisers in beginsel wordt bevrijd van alle restschulden die bestaan bij de sluiting van het faillissement.  De kwijtschelding geldt niet voor (i) onderhoudsschulden van de gefailleerde en (ii) schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft (art. XX.173, §1 al. 2 WER).

Dit artikel vermeldt, anders dan bij de regels inzake vermindering of kwijtschelding bij een collectief akkoord (art. XX.73 WER) strafrechtelijke boetes niet. Art. 464/1 Sv bepaalt echter dat de kwijtschelding of vermindering van de straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure of burgerlijke beslagprocedure enkel kan worden toegestaan met toepassing van het koninklijk genaderecht.

Boedelschulden worden door de wetgever evenmin vermeld. Het Hof van Cassatie oordeelde onder het stelsel van de Faillissementswet dat de verschoonbaarheid niet van toepassing is op de boedelschulden (Cass. 5 oktober 2007, RW 2010-11, 381). Deze uitzondering geldt ook onder het stelsel van de kwijtschelding.

Na verzet door een belanghebbende kan kwijtschelding worden geweigerd, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk. Dit laatste is nieuw. De mogelijkheid van gedeeltelijke kwijtschelding bij verzet van een derde-belanghebbende geeft de rechtbank de mogelijkheid om in grijstinten te schilderen i.p.v. het oude zwart/wit- regime van de verschoonbaarheid. Continue reading “Over de gedeeltelijke kwijtschelding bij faillissement”

De Smallsteps-zaak: meer dan een jaar later

Samenvattende bijdrage “Het stil faillissement na de Smallsteps-zaak: uit het oog, maar niet uit het hart” in TBH-RDC

Indien we via dit forum een wedstrijd zouden organiseren waarin we het meest spraakmakende insolventierechtelijke arrest van de voorbije twee jaar zouden verkiezen, dan zou het Smallsteps-arrest wellicht bijzonder hoog scoren. Het Smallsteps-arrest had immers tot gevolg dat het Belgische stil faillissement nooit verder is geraakt dan de parlementaire voorbereidingen (de geschrapte art. XX.33-34 WER). In de wandelgangen was dit arrest dan ook met enige regelmaat het geliefkoosde insolventie- én arbeidsrechtelijke onderwerp.

Opmerkelijk is evenwel dat die informele gesprekken de Belgische auteurs niet in beweging hebben gezet, althans niet in dezelfde mate als bij onze Noorderburen, waar volledige tijdschriftafleveringen en conferenties besteed werden/worden aan enkel en alleen (de gevolgen van) dit arrest (zie bv. het pre-packxit symposium te Groningen). In de Belgische doctrine beperken de sporen van dit “fossiel”, behoudens de enkele zeer lezenswaardige bijdragen van Roman Aydogdu (ULg, ULB)[1], zich voornamelijk tot kanttekeningen in bepaalde verslagboeken en een verkeerde nummering in een aantal concordantietabellen. De trouwe lezer van het Corporate Finance Lab werd daarnaast ten tijde van het verschijnen van dit arrest even bestookt met onze berichtgevingen (zie o.a. hier, hier, hier, hier en hier).

Mogelijk valt dit gebrek aan doctrinaire aandacht te verklaren doordat Continue reading “De Smallsteps-zaak: meer dan een jaar later”

In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?

Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in het Tijdschrift voor Privaatrecht

In de meest recente aflevering van het Tijdschrift voor Privaatrecht gaat Frederik De Leo (KU Leuven, UHasselt) in op de aloude vraag in wiens belang het bestuur van een vennootschap moet handelen. Interessant is dat dit onderwerp in één adem behandeld wordt met het “boedelbelang”, momenteel nog een onderbelicht concept in de Belgische doctrine.

Na de vaststelling dat de huidige juridische doctrine in binnen- en buitenland niet in staat is om een éénduidig antwoord te geven op de centrale onderzoeksvraag, wordt ten rade gegaan bij verschillende rechtseconomische theorieën over vennootschappen én insolventieprocedures. Achtereenvolgens passeren de revue: de transactiekostentheorie, de contracttheorie, de eigendomstheorie, de agent-principaaltheorie, de law & finance literatuur, de teamproductietheorie, de creditors’ bargain theorie, de ruime contracttheorie, de complexe wanorde theorie, de teamproductietheorie en de expliciete waarden theorie.

Tijdens een kritische bespreking van voornoemde theorieën worden telkens de aanwezige bouwstenen geïdentificeerd die nodig zouden zijn om een uniforme theorie  over het vennootschaps- en boedelbelang vorm te geven. Vervolgens neemt de auteur de normatieve stelling in dat het bestuur van een vennootschap/boedel in het belang van de residuele economische eigenaars (residual owners) moet handelen. Dit rechtseconomisch begrip wordt in de bijdrage verder geconcretiseerd aan de hand van een glijdende schaal: Continue reading “In wiens belang moet het bestuur van een vennootschap/boedel handelen?”

9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten

Jean BastinHet Fonds Scientifique Jean Bastin ivzw zal de Prijs toekennen van een bedrag van 20.000 euro aan de auteur van het beste werk, uitgegeven na 1 januari 2016 of nog uit te geven, dat één van de volgende thema’s behandelt :

De schulden en de solvabiliteit van Staten:

  • De Staat in arbitrage: internationale handels- en investeringsarbitrage. Problematiek van de tenuitvoerlegging van veroordelingen ten laste van een Staat. Reikwijdte en beperking van de uitvoeringsimmuniteit. Remedies. Het vraagstuk over de tenuitvoerlegging en de post-arbitrale bemiddeling over het kwantum van de veroordeling.
  • De Staat-schuldenaar: de problematiek van aasgierfondsen, beschermende wetgeving. Schuldenmarkt. Forum shopping. Uitvoering van buitenlandse arbitrale beslissingen of vonnissen.
  • De failliete Staat: problematiek van de overheidsschulden. Plaatsing onder het toezicht van het IMF.

Continue reading “9de Grote Prijs Jean Bastin 2019: de schulden en de solvabiliteit van Staten”