‘Cuivre & Zinc’ wordt dertig

Cass. 20 juni 1988, TRV 1989, 540, noot P. Callens en S. Stijns: “Schijnvertegenwoordiging: een keerpunt!”

Wie met de trein Brussel-Zuid uitrijdt richting Gent of Parijs ziet onmiddellijk na het vertrek aan zijn rechterzijde in contrasterend metselwerk het opschrift van het Brussels magazijn van de voormalige Luikse Sociéte Anonyme des Usines à Cuivre et à Zinc. Dit magazijn bevindt zich in de Anderlechtse Tweestationsstraat, die Brussel-Zuid verbindt met het voormalige goederenstation Klein-Eiland.

De Belgische jurist kent de Usines à Cuivre et à Zinc, een voormalig kroonjuweel van de Luikse metaalindustrie, vooral van het Cuivre et Zinc-arrest van 20 juni 1988, dat morgen dertig wordt. Ik herinner me nog levendig de verbijstering bij professor Walter van Gerven in een les verbintenissenrecht in tweede kandidatuur rechten in 1993 toen hij zich realiseerde dat niemand in een cinemazaal vol studenten al gehoord had van dit arrest; de verwachtingen gesteld aan het middelbaar onderwijs waren toen duidelijker hoger dan nu.  Continue reading “‘Cuivre & Zinc’ wordt dertig”

Morele wezens en wetsontduikende monniken

Een longread in kerstsfeer over de vereniging zonder rechtspersoonlijkheid

Wetsontduikende witheren

2 mei 1845. In Averbode wisselt de Norbertijn Jan-Zacharie Carleer, provisor van de Abdij, het tijdelijke voor het eeuwige. Zoals dat hoort bij een overleden geestelijke zijn er geen kinderen of  langstlevende echtgenoot noch andere reservataire erfgenamen. Bij testament had Carleer een andere Norbertijn van dezelfde abdij als algemeen erfgenaam aangesteld.

Er duikt echter een minder piëteitsvolle neef op, Jean-François Mertens, die de geldigheid van het legaat aanvecht en de erfenis opeist. Continue reading “Morele wezens en wetsontduikende monniken”