Hoe werken vertegenwoordigings-clausules in een BV?

Art. 5:73 WVV

Vertegenwoordigingsclausules (één- of meerhandtekeningsclausules) in de BV worden geregeld door art. 5:73 WVV (tekst onderaan hernomen).

De memorie van toelichting bij het WVV (p. 157) stelt bij dit artikel dat het ‘grotendeels’ een herneming is van art. 257 W.Venn. De tekst dat art. 5:73 doet echter de vraag rijzen of dit wel het geval is.

Meer bepaald is er een onduidelijkheid in een BV met meerdere bestuurders die concurrentieel bevoegdheid zijn en waar er een meerhandtekeningsclausule is die geldt vanaf een bepaalde grens (bv. “voor transancties vanaf € 50.000 moeten twee bestuurders optreden“).

De vraag kan het makkelijkst worden begrepen door te vergelijken met de NV. De regels daarvan bleven gelijk in het WVV. We gaan eenvoudigheidshalve uit van een NV met een collegiale raad van bestuur en van een BV met meerder bestuurders met concurrentiële bevoegdheden.

NV (oud en nieuw recht)

In de NV moet in beginsel collegiaal vertegenwoordigd worden. Dit betekent concreet dat minstens de meerderheid onder hen een akte waarbij de vennootschap partij is, moeten ondertekenen. De wetgever heeft  hierop  een uitzondering mogelijk gemaakt, door een vertegenwoordigingsorgaan mogelijk te maken dat verschilt van het bestuursorgaan.

In de NV kan de vertegenwoordigingsmacht in de statuten worden “meegedeeld” aan één of meer (al dan niet met naam aangeduide of met hoedanigheid betitelde) bestuurders.

In de NV vormt de één- of meerhandtekeningsclausule dus een versoepeling ten aanzien van het wettelijk uitganspunt.

De clausule moet betrekking hebben op de algemene vertegenwoordigings macht van het bestuursorgaan. Het orgaan van vertegenwoordiging heeft dezelfde vertegenwoordigingsmacht als de raad van bestuur. Indien de statuten in de handtekeningsclausule toch beperkingen aanbrengen aan die algemene vertegenwoordigingsmacht (bv. door een handtekening door een beperkt aantal bestuurders slechts tot een zeker belang of bedrag vereist te maken) kunnen die niet aan derden worden tegengeworpen. Concreet kan in een NV een derde wel nog beroep doen op de handtekeningclausule, maar de beperking aan de clausule is hem niet tegenwerpelijk.

BVBA  (oud recht)

In de BVBA werd hetzelfde resultaat bereikt via een andere weg. Die andere weg is nodig omdat het uitgangspunt anders is. In de BVBA volstaat het dat, als er meerdere zaakvoerders zijn, één zaakvoerder de vennootschap vertegenwoordigt vermits in principe ook iedere zaakvoerder individueel beslissingsbevoegd is.

Een meerhandtekeningsclausule in een BVBA onttrekt de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan individuele zaakvoerders en wijst die toe aan twee of meer onder hen (al dan niet met naam of hoedanigheid aangeduid). Ook een éénhandtekeningclausule is denkbaar in de BVBA, met als doel de vertegenwoordigingsmacht te ontnemen aan de andere zaakvoerders.

Zulke statutaire één- of meerhandtekeningclausules heeft in de BVBA een tegengesteld effect dan in de NV: het is een verstrenging t.a.v. het uitgangspunt van concurrentiële individuele bevoegdheid in de BVBA.

Indien er toch kwantitatieve of kwalitatieve beperkingen aan een handtekeningclausule zouden worden gekoppeld, is de clausule geldig, doch wordt ook in de BVBA de beperking die voortvloeit uit de handtekeningclausule is niet tegenwerpelijk. In de BVBA behouden de zaakvoerders dan de individuele vertegenwoordigingsmacht. De beperking aan de individuele vertegenwoordigingsmacht van elke zaakvoerder die in de BVBA voortvloeit uit een handtekeningclausule zelf, is niet tegenwerpelijk aan derden. En niet zoals in de NV de beperking in de handtekeningsclausule. Zie art. 257 al. 3  W.Venn.: “Desalniettemin kunnen de statuten bepalen dat de vennootschap vertegenwoordigd wordt door één of meer speciaal aangewezen zaakvoerders of door meerdere zaakvoerders gezamenlijk. Deze statutaire bepalingen zijn slechts tegenwerpelijk aan derden indien zij betrekking hebben op de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid en indien zij zijn bekendgemaakt […].”

BV  (nieuw recht)

Kijken we nu naar  art. 5:73 § 2 WVV:

    • Elke bestuurder vertegenwoordigt de vennootschap jegens derden.
    • De statuten kunnen evenwel aan één of meer bestuurders de bevoegdheid verlenen om de vennootschap alleen of gezamenlijk te vertegenwoordigen.
    • De statuten kunnen aan deze vertegenwoordigingsbevoegdheid beperkingen aanbrengen.
    • Zodanige beperkingen kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, ook al zijn ze openbaar gemaakt.

Het vervelend is hier is de zinsnede  “zodanige beperkingen”. Het is niet handtekeningsclausule zelf die niet-tegenwerpelijk wordt maar wel de beperkingen in de handtekeningsclausule. De wetgever lijkt er aan voorbij te gaan dat in een BV met meerdere concurrentiële bestuurders een handtekeningsclausule zelf een beperking is.

Als we dit grammaticaal interpreteren, zou dit het absurde resultaat hebben dat als de statuten bepalen dat  “voor transancties vanaf € 50.000 moeten twee bestuurders optreden“), twee bestuurders nodig zijn voor alle transacties. Dit maakt het optreden in het rechtsverkeer stroever voor de vennootschap en creëert onzekerheid voor derden. Indien een derde op bovenstaande clausule vertrouwt en handelt met één bestuurder voor een transactie onder de € 50.000, zou de BV zelf later kunnen opwerpen dat er twee bestuurders nodig waren.

Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn. De memorie maakt ook duidelijk dat dit niet de bedoeling is. Maar aan parlementaire voorbereiding mag ook niet te veel belang worden gehecht. Dat vergeten we soms in tijden waarin zelfs parlementaire nabereiding onder de vorm van ministeriële antwoorden grote aandacht krijgt (zie hier, hier en hier). Om het met Scholten te zeggen: “Nog maar al te veel wordt gemeend, dat, met een beroep op een uiting van een Minister of Kamerlid, de vraag van de interpretatie van de wet zou zijn afgedaan. Niet de wetgever, maar de wet bindt ons.” (Algemeen deel).

De grammaticale interpretatie gaat ook evident in tegen de doelstelling van de Eerste Richtlijn. Over strijdigheid met de tekst kan worden gediscussieerd. Zie art. 9 al. 3 van  Richtlijn 2017/1132. We gaan hier niet verder op in omdat discussie kan bestaan of de BV überhaupt valt onder de bepalingen van de Eerste Richtlijn. Zie art. 2 en Bijlage I van  Richtlijn 2017/1132 dat spreekt van de PVBA, de grootvader van de BV.

*
*    *

Er is een interpretatie die de tekst van art. 5:73 WVV verzoent met de gewenste oplossing.

Een grens in een handtekeningsclausule in een BV met meerdere concurrentiële bestuurders zal in de regel een minimumgrens vormen (“vanaf zoveel“). De clausule vormt immers een beperking op het uitgangspunt dat iedereen alles kan. Voor elke handtekeningsclausule met een minimumgrens (“vanaf zoveel“) is er impliciet ook een éénhandtekeningsclausule met een maximumgrens ((“tot zoveel“).  Zulke éénhandtekeningsclausule zal zelden met zo veel woorden in de statuten staan, maar schuilt wel conceptueel achter elke statutaire handtekeningsclausule. Op die latente éénhandtekeningsclausule met een maximumgrens kan dan de regel van art. 5:73 worden losgelaten waardoor die maximumgrens niet-tegenwerpelijk wordt aan derden.

Resultaat : dezelfde oplossing als voor de BVBA. Maar wel: zucht. De bedoeling van het vertegenwoordigingsregime in NV, BV en CV moet zijn om snel en goedkoop een ongekwalificeerde opinie over de gebondenheid van de vennootschap toe te laten. Dit regime hoort niet de doctrine tot creativiteit te drijven.

Een verduidelijkende reparatie lijkt aangewezen. Oud art. 257 W.Venn. is daarbij een betere inspiratiebron dan nieuw art. 5:73 WVV.

Joeri Vananroye

Art. 5:73WVV 

  § 1. Elke bestuurder is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, tenzij die waarvoor volgens de wet de algemene vergadering bevoegd is.
  De statuten kunnen de bevoegdheden van elke bestuurder beperken. Zodanige beperking kan niet aan derden worden tegengeworpen, ook al is ze openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een onderlinge taakverdeling onder de bestuurders.
  De statuten kunnen bepalen dat de bestuurders een collegiaal bestuursorgaan vormen. De statuten kunnen de bevoegdheden van dit collegiaal bestuursorgaan beperken. Zodanige beperking kan niet aan derden worden tegengeworpen, ook al is ze openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een onderlinge taakverdeling onder de bestuurders.
  § 2. Elke bestuurder, of, ingeval van een collegiaal bestuursorgaan, het bestuursorgaan, vertegenwoordigt de vennootschap jegens derden, met inbegrip van de vertegenwoordiging in rechte. De statuten kunnen evenwel aan één of meer bestuurders de bevoegdheid verlenen om de vennootschap alleen of gezamenlijk te vertegenwoordigen. Zodanige vertegenwoordigingsclausule kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 2:18.
  De statuten kunnen aan deze vertegenwoordigingsbevoegdheid beperkingen aanbrengen. Zodanige beperkingen kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, ook al zijn ze openbaar gemaakt. Hetzelfde geldt voor een onderlinge taakverdeling onder de vertegenwoordigingsbevoegde bestuurders.

Author: Joeri Vananroye

Professor of economic analysis of law (KU Leuven), attorney (Quinz)

One thought on “Hoe werken vertegenwoordigings-clausules in een BV?”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s