Moet een tijdelijke maatschap van aannemers zich inschrijven in het KBO vóór de gunning van een opdracht?

Commissie voor Justitie van woensdag 18 september 2019 – namiddag

Sinds de inwerkingtreding van de Wet Hervorming Ondernemingsrecht moeten maatschappen zich in principe inschrijven in het KBO. In de Commissie voor Justitie van 18 september j.l. kreeg Vice-Premier Koen Geens de kans om de draagwijdte van deze inschrijvingsplicht te verduidelijken (zie Integraal Verslag):

“04.01  Egbert Lachaert (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag betreft een interpretatiekwestie bij de hervorming van het vennootschapsrecht, waarbij het aantal vennootschapsvormen werd verminderd. Wij weten dat in de bouwsector regelmatig de vennootschapsvorm tijdelijke handelsvennootschap werd aangewend, terwijl nu de vennootschapsvorm tijdelijke maatschap moet worden gebruikt.

Mijnheer de minister, u las wellicht de schriftelijke versie van mijn vraag. Mijn concrete vraag is wanneer precies de activiteiten kunnen aanvangen conform het Wetboek van economisch recht, aangezien men zich dan moet inschrijven in de KBO. Inzake de tijdelijke maatschappen, voorheen tijdelijke handelsvennootschappen, heerst er momenteel inderdaad wat onduidelijkheid omtrent de aanvang van de activiteiten. Is dat zodra men daadwerkelijk activiteiten start inzake uitvoering van bouwwerken of is dat, volgens een tweede interpretatie, bij de aanvang van de voorbereidende werkzaamheden om eventueel in te schrijven voor een dergelijk project?

Als de tweede interpretatie geldt, dan betekent dit dat er heel wat administratieve plichtplegingen moeten gebeuren in de KBO en de boekhouding, terwijl men niet eens zeker is dat de maatschap later effectief een reële activiteit zal ontwikkelen. Vandaar het gevoel van onduidelijk dat op dat vlak heerst in de sector.

Wat is volgens u de aanvang van activiteiten van een tijdelijke maatschap in dit soort scenario’s?

04.02 Minister Koen Geens: Mevrouw de voorzitter, mijnheer Lachaert, de notie inschrijvingsplichtige onderneming wordt op basis van het algemeen ondernemingsbegrip omschreven. Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid vallen in principe onder de algemene definitie van een onderneming in artikel 1.1 primo van het Wetboek van economisch recht. Als dusdanig vallen ze in principe onder de plicht tot inschrijving in de KBO, indien ze zijn opgericht naar Belgisch recht volgens artikel [III].49 van het WER, of in België beschikken over een zetel, een bijkantoor of een vestigingseenheid, ingevolge dezelfde bepaling.

De verplichting tot inschrijving geldt volgens artikel [III].49 voor de aanvang van hun activiteiten. Deze bepalingen gelden zowel voor rechtspersonen, natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen als voor organisaties zonder rechtspersoonlijkheid.

Bij rechtspersonen gebeurt de inschrijving na het formele ogenblik van oprichting, zelfs indien de activiteiten van de rechtspersoon nog geen aanvang namen.

Voor natuurlijke personen geldt de inschrijvingsplicht voorafgaand aan de concrete aanvang van de activiteiten.

Inzake uw vraag of de invulling van de inschrijvingsplicht meer aansluit bij deze van een rechtspersoon of met deze van een natuurlijke persoon met een zelfstandige beroepsactiviteit wanneer het over een maatschap gaat, kan ik het volgende zeggen. De memorie van toelichting, document 54/828/00, pagina 6 stelt “dat de vennootschap van de rechtspersoonlijkheid zich ook moet inschrijven in de KBO indien zij aan het rechtsverkeer deelneemt en rechten en verplichtingen aangaat met derden”. Hieruit blijkt dat de oprichting van een tijdelijke, in de zin van kortstondige, maatschap door de aannemers voor de gunning van een bouwproject zonder meer niet volstaat om van een inschrijvingsplicht te spreken.

In het door u opgeworpen geval geldt de inschrijvingsplicht zodra de betrokken aannemers worden aangesteld als uitvoerder van de werken, zelfs indien de werken nog niet zijn aangevangen. De maatschap die enkel een offerte voorbereidt en die automatisch wordt ontbonden indien de opdracht niet aan de maatschap wordt toebedeeld, heeft echter geen inschrijvingsplicht. Deze maatschap neemt niet deel aan het rechtsverkeer tenzij eenmalig voor het indienen van de offerte, die louter een voorbereidend karakter heeft. Indien de opdracht niet wordt gegund en deze maatschap verder geen andere activiteiten ontwikkelt, wordt er geen maatschappelijk belang gediend met het opleggen van een inschrijvingsplicht.”

Zie eerder over de inschrijvingsplicht van de maatschap hier, hier, en hier.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s