Het afgescheiden vermogen van de maatschap en de regels inzake het ouderlijk gezag bij minderjarige maten

De maatschap heeft een eigen vermogen, afgescheiden van de vermogens van de maten. Waar dit onder het W.Venn. door de meeste hedendaagse auteurs werd bepleit, blijkt dit sinds de invoering van het WVV duidelijk uit art. 1:1 en 4:13-4:15 WVV.

Het afgescheiden vermogen betekent dat voor vermogensrechtelijke doeleinden de onverdeelde maatschapsgoederen en de mede-eigendomsrechten in die goederen niet behoren tot het vermogen van de afzonderlijke maten. Het is het aandeel in de maatschap zelf dat in het vermogen van de maat valt.

Meestal wordt dit bekeken vanuit de verhaalsrechtelijke positie van schuldeisers:

  • Schuldeisers van de maatschap kunnen als enigen de maatschapsgoederen uitwinnen, met uitsluiting van de louter persoonlijke schuldeisers van de maten.
  • Daarenboven heeft de maatschapsschuldeiser een voorrang als hij de maatschapsgoederen uitwint: hij dient de persoonlijke schuldeisers niet te laten meedelen ten belope van het aandeel van debiteur/maat.
  • Louter persoonlijke schuldeisers kunnen in principe wel beslag leggen op het aandeel van hun schuldenaar in de ganse maatschap. Wel zal bijna altijd de uitwinning van een aandeel in een maatschap botsen op een andere juridische hinderpaal: de wettelijke en statutaire overdrachtsbeperkingen, die zakelijke werking hebben en die dan ook een executoriale verkoop kunnen frustreren.

Meer in het algemeen kan worden gesteld dat vermogensafscheiding impliceert dat enkel het aandeel in de ganse maatschap in de persoonlijke vermogens van de maten valt; niet de afzonderlijke maatschapsgoederen noch de mede-eigendom van de afzonderlijke goederen. De lotgevallen van het persoonlijk vermogen van een maat, zoals onbekwaamheid, overlijden of beschikkingsonbevoegdheid, treffen dan ook enkel het aandeel in de maatschap, niet de maatschapsgoederen.  Dit wordt elegant tot uitdrukking gebracht door art. 3.68 (nieuw) BW al. 2:

Indien de mede-eigendom betrekking heeft op een juridisch geheel van goederen, hebben de rechten van de mede-eigenaars enkel dat geheel tot voorwerp en niet de afzonderlijke goederen.

Vermogensafscheiding en onbekwaamheid van minderjarigen: de maatschapsactiva

De gevolgen van vermogens­afscheiding gaan verder dan de verhaalspositie van schuldeisers. Vermogensafscheiding impliceert dat enkel het aandeel in de ganse maatschap in de persoonlijke vermogens van de maten valt; niet de afzonderlijke maatschapsgoederen noch de mede-eigendom van de afzonderlijke goederen. De lotgevallen van het persoonlijk vermogen van een maat, zoals onbekwaamheid, overlijden of beschikkingsonbevoegdheid, treffen dan ook enkel het aandeel in de ganse maatschap, niet de maatschapsgoederen of de mede-eigendomsrechten in de afzonderlijke maatschapsgoederen.

Continue reading “Het afgescheiden vermogen van de maatschap en de regels inzake het ouderlijk gezag bij minderjarige maten”