‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht

“Onroerend door bestemming” als bescherming van de going concern-waarde

Uit de aard roerende voorwerpen die de eigenaar van een erf voor de dienst en de exploitatie van dat erf daarop geplaatst heeft, zijn op grond van art. 524 BW onroerend door bestemming. Elke Belgische jurist herkent de naïef-poëtische opsomming uit dit artikel met de verwijzing naar de duiven van de duiventillen, de konijnen van de konijnenwaranden,  de vissen van de vijvers…. (Zie hier en hier voor een een korte geschiedenis van het konijn en zijn warande in onze gebieden).

De mestgeur rond dit artikel doet vergeten dat het idee achter “onroerende goederen door bestemming” hetzelfde is als de hoofddoelstelling van het moderne insolventierecht, nl. voorkomen dat door een uitwinning een landbouwonderneming of andere feitelijke algemeenheid versplintert met vernietiging van de going concern-waarde te gevolg. Bij het “common pool”-problem dachten de stellers van het BW duidelijk aan een echte vijver.

Daarbij mag niet worden uit het oog verloren worden dat er in het BW van 1804 nog geen sprake was bezitloos pand noch van collectieve insolventieprocedures. (Het is overigens bij de konijnen af  dat een begrip als ‘samenloop’ nog altijd niet systematisch in het BW is geïntegreerd). Continue reading “‘De konijnen van de konijnenwarande’: schemerdieren in het insolventierecht”

%d bloggers like this: