Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?

R. Verheyden en J. Vananroye, “Ook een aandeelhouder mag oplichting persoonlijk nemen”, noot bij Cass. 25 januari 2017, RW 2018-19, 261-266

In het recentste nummer van het RW bespreken Roel Verheyden en Joeri Vananroye het arrest van het Hof van Cassatie van 25 januari 2017 over oplichting van aandeelhouders. Dit arrest werd begin februari 2017 reeds hier besproken.

Het betrokken arrest stelt dat oplichting door middel van listige kunstgrepen veronderstelt dat deze kunstgrepen bepalend moeten zijn voor de afgite of de levering van de zaak en dat zij in de regel eraan  voorafgaan. Feiten die zich voordoen na de afgifte of levering van de zaak, kunnen evenwel in aanmerking worden genomen als zij de bedrieglijke aard onthullen van de handelingen die gesteld werden vóór die afgifte of levering.

Verheyden en Vananroye schrijven hierover onder meer:  Continue reading “Oplichting van aandeelhouders en schuldeisers: hebben zij individueel een vorderingsrecht?”