1. In een arrest van 16 juli 2026[1] heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de hoofdelijke aansprakelijkheid van een bestuurder voor niet-betaalde btw schulden van een vennootschap en, meer bepaald, over de vraag in welke mate die bestuurder nog kan opkomen tegen de definitief vastgestelde belasting in hoofde van de vennootschap. Het arrest is interessant omdat het een aantal principes herhaalt die ook op andere vlakken van bestuurdersaansprakelijkheid relevant – of niet relevant – kunnen zijn (zie verder randnummer 6). Bovendien is dit arrest een aanleiding tot reflectie over de doeltreffendheid van de bestaande regel (zie randnummer 8).
Continue reading “Ook de hoofdelijk aansprakelijke bestuurder heeft recht op verweer”