Beginselen voor insolventierecht is ontwikkeld voor onderwijs aan studenten in de masters Rechten in Leuven en Hasselt en Economie, Recht en Bedrijfskunde in Leuven. De focus ligt op het begrip van essentiële concepten en inzicht in de context waarin het insolventierecht functioneert, met aandacht voor de economische analyse van insolventie(recht). Als studieboek beoogt het niet alleen kennisoverdracht, maar ook het stimuleren van een kritische houding ten opzichte van het insolventierecht en de onderliggende beleidsmatige overwegingen.
Dit boek aspireert daarmee uitdrukkelijk niet een exhaustief handboek voor de praktijk te zijn. Dat belet niet dat wij hopen dat dit ook een waardevolle bron kan zijn voor praktijkjuristen, net door een academische focus op het essentiële – minstens toch wat wij essentieel vonden – zonder uit te weiden over practicalia zoals kosten, termijnen of pleegvormen die elders beter behandeld worden.
Het uitgangspunt van het boek is de insolventie van rechtspersonen (‘corporate insolvency’), in een duidelijke breuk met traditionelere benaderingen waarbij de twee soorten investeerders, de schuldeiser (‘debt’) en de aandeelhouder (‘equity’), niet met mekaar in verband gebracht werden. Er is hierdoor uitgebreide aandacht voor de interactie tussen vennootschapsrecht en insolventierecht, zoals de positie van aandeelhouders binnen procedures, de uitdagingen van groepsstructuren en de relevantie van verschillen in internationaal privaatrecht. Andere organisatievormen zoals maatschappen komen aan bod in specifieke excursies.
Referenties zijn tot een minimum beperkt om de leesbaarheid te verhogen (en om de auteurs tot discipline te dwingen). In plaats daarvan wordt aan het begin van elk hoofdstuk een gecureerde bibliografie aangeboden. Deze bevat een persoonlijke selectie van belangrijke en inspirerende bronnen.
Door het hele boek zijn ‘vignettes’ opgenomen die dienen om bepaalde onderwerpen te verdiepen of te illustreren. Dit kunnen casestudy’s zijn van rechtspraak die de regels tot leven brengen, maar ook historische toelichtingen, rechtsvergelijkende analyses of opiniërende beschouwingen.
* *
*
Dit boek is een collectief werk. Joeri Vananroye zorgde voor het concept, het eerste en derde hoofdstuk en de integratie van de verschillende delen. Marc Van de Looverbosch (advocaat, DLA Piper) schreef over vermogenspubliciteit, een belangrijk thema in het proefschrift dat hij in 2024 verdedigde. Karen Paridaen (FSMA) behandelde executie en beslag. Angélique Daponte (NBB) nam de persoonlijke zekerheiden voor haar rekening en, samen met Lene Verhaegen en Jari Vermeulen van het Instituut voor Insolventierecht de zakelijke zekerheden. Marlies De Brabandere (advocaat, Crivits Legal) herwerkte de persoonlijke zekerheden n.a.v. de invoering van Boek 9.1 BW. Olivier Roodhooft (advocaat, Intui) en Caro Van den Broeck (advocaat, Loyens & Loeff) namen de impact op de verhaalsrechten en op hun rangschikking voor hun rekening, respectievelijk voor faillissement en gerechtelijke reorganisatie. Dioni Heymans schreef (tijdens het schrijven als student onderzoeksmaster, nu assistent aan het Instituut voor Fiscaal Recht) over boedelschulden. Gangmaker van het eerste uur Arie Van Hoe (advocaat, Cresco) schreef over de impact van insolventieprocedures op overeenkomsten. Gillis Lindemans (advocaat, Quinz) behandelde het thema van zijn proefschrift, de wedersamenstelling van de boedel door de pauliana en verwante actiemogelijkheden. Dit werd aangevuld door Stijn De Dier (advocaat, Quinz) met specifieke vennootschapsrechtelijke remedies. Frederik De Leo (gastprofessor KU Leuven and advocaat, NautaDutilh) schrijft over de overdracht van de onderneming in de context van faillissement. Zijn proefschrift over Schuldeiser en behoorlijk insolventiebestuur (Intersentia, 2021, xxii + 1140 blz.) inspireerde vele andere hoofdstukken. Nathan Willems (tijdens het schrijven als student onderzoeksmaster, nu student in Edinburgh) schreef de rechtsvergelijkende vignettes. Lene Verhaegen en Jari Vermeulen, later aangevuld met Jane Smolderen – die als studente de eerste versie van Beginselen onderging –, van het Instituut voor Insolventierecht waren verder onmisbaar bij de integratie van de stukken, het nazicht en als noodzakelijke zwervende krachten.
Joeri Vananroye