Grenzen aan uitkeringen in het vennootschaps- en insolventierecht

Video van presentatie door Prof. Dr. Robbie Tas

Uitkeringen zijn in zekere zin intrinsiek controversieel: ze laten toe dat aandeelhouders, die nochtans achtergesteld heten te zijn, toch al een vermogensvoordeel ontvangen zonder dat alle schulden van de vennootschap moeten zijn betaald.

Prof. Dr. Robbie Tas (KU Leuven, Intui) besprak op 15 oktober 2020 de grenzen aan uitkeringen in het WVV en hun verhouding met de remedies uit het insolventierecht, zoals de pauliana. U kan zijn presentatie hier (her)bekijken.

Meer info vindt u ook  in het boek van dr. Gillis Lindemans over Schuldeiser en Rechtspersoon.

Over de nettoactief- en liquiditeitstest

Technische nota’s IBR inzake de nettoactief- en de liquiditeitstest

Het DNA van een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid bestaat uit afgescheiden vermogen en beperkte aansprakelijkheid. Door afgescheiden vermogen krijgen vennootschapsschuldeisers een exclusieve aanspraak op de activa van de vennootschap. Door beperkte aansprakelijkheid hebben die vennootschapsschuldeisers geen aanspraak op de persoonlijke activa van de aandeelhouders.

Een uitkering aan de aandeelhouders maakt van een vennootschapsactief een persoonlijk actief van de schuldeisers. Door een uitkering kruipen de aandeelhouders vóór de vennootschapsschuldeisers en ontkomen ze aan hun achtergestelde positie. Dit verrast des te meer omdat de beslissing tot uitkering toekomt aan die aandeelhouders zelf (dan wel in sommige gevallen aan het bestuur aangesteld door die aandeelhouders). 

In het privaatrecht is er een gezonde regel Nemo liberalis nisi liberatus. Vertaald: je kan maar geschenken beginnen uit te delen als je schuldeisers zijn voldaan. Continue reading “Over de nettoactief- en liquiditeitstest”