Betreffen rechten verbonden aan de persoon of hoedanigheid van de aandeelhouder soortrechten?

Soortvorming- en wijziging kwam hier eerder al regelmatig aan bod. Het Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen in de schoot, zoals dat heet, van het BCV en FedNot leverde nu een advies af over de vragen:

  • Is de toekenning van specifieke rechten die verbonden zijn aan de persoon of hoedanigheid van een aandeelhouder een verschijningsvorm van soortrechten?
  • Is het toegelaten om in de statuten van een BV of NV specifieke rechten toe te kennen die verbonden zijn aan de persoon of hoedanigheid van een aandeelhouder, naar analogie met wat is bepaald voor de CV?
  • Welke procedure dient in voorkomend geval te worden nageleefd voor de invoering en afschaffing? Is de procedure van de artikelen 5:102, 6:87 en 7:155 WVV van toepassing?

Continue reading “Betreffen rechten verbonden aan de persoon of hoedanigheid van de aandeelhouder soortrechten?”

De omvang van de gehoudenheid van een verkoper van niet-volgestorte aandelen tot volstorting

Een post door gastblogger Anneleen Steeno (intui)

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) voorziet in artikel 5:66 (BV) en 7:77 (NV) in de hoofdelijke gehoudenheid tot volstorting van zowel de overdrager als de overnemer van niet-volgestorte aandelen. Deze wettelijke bepaling is van dwingend recht en laat niet toe dat partijen contractueel anders bepalen. De overdrager is pas bevrijd van deze hoofdelijke aansprakelijkheid nadat er vijf jaren zijn verstreken na de (tegenstelbaarheid van de) overdracht. Wordt de overdrager aangesproken, heeft hij wel een regresvordering op de overnemer (tenzij contractueel anders was bedongen). De gehoudenheid geldt voor het bedrag waarvoor de aandelen niet werden volgestort, ongeacht het tijdstip waarop de schulden van de vennootschap ontstonden.

Continue reading “De omvang van de gehoudenheid van een verkoper van niet-volgestorte aandelen tot volstorting”

Misbruik van vennootschaps-goederen: de relatieve in concreto beoordeling van het betekenisvol nadeel van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn abstracte schuldeisers of vennoten (Cass. 5 april 2023)

Een post door gastblogger mr. Maximilien Arnoldy (Freshfields, VUB)

Principearresten van het Hof van Cassatie over misbruik van vennootschapsgoederen zijn legio. Dit misdrijf, met zeer specifieke bestanddelen, vereist veel interpretatiewerk door de feitenrechters en bijgevolg ook veel toezicht door het Hof van Cassatie. In een arrest van 5 april 2023 (AR P.22.1642.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230405.2F.3) kreeg de  Franstalige tweede kamer van het Hof opnieuw de kans om zich hierover uit te spreken, naar aanleiding van de veroordeling van een deurwaarder wegens misbruik van vennootschapsgoederen door het hof van beroep te Luik (ECLI:BE:CALIE:2022:ARR.20221116.1). Enerzijds zou de betrokken deurwaarder ten onrechte fondsen hebben onttrokken aan de vennootschap van het gerechtsdeurwaarderkantoor waarvan zij medevennoot was, voor een totaalbedrag van 124.905,16 EUR, waarbij zij deze als precaire voorschotten beschouwde omdat zij op de rekening-courant waren geboekt. Anderzijds zou de beklaagde de vennootschap meermaals hebben laten betalen voor uitgaven die privé-uitgaven waren van de beklaagde (zoals telefoonabonnementen voor haar familie, familiale lidmaatschapsgelden van de golfclub, huishoudelijke apparaten, meubels en decoratieve artikelen die niet bestemd waren voor het deurwaarderskantoor, …), voor een totaalbedrag van 76.911,61 EUR, bedrag dat niet in rekening-courant was geboekt.

Opdat een bestuurder vervolgd en vervolgens veroordeeld zou kunnen worden wegens misbruik van vennootschapsgoederen dienen verschillende constitutieve bestanddelen vervuld te zijn. Een van deze (materiële) bestanddelen bestaat in het feit dat het verweten “gebruik” van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon “op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten”. In het besproken arrest heeft het Hof van Cassatie drie verschillende elementen m.b.t. dit bestanddeel verduidelijkt, minstens bevestigd:

Continue reading “Misbruik van vennootschaps-goederen: de relatieve in concreto beoordeling van het betekenisvol nadeel van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn abstracte schuldeisers of vennoten (Cass. 5 april 2023)”

Governance van kloostervereniging – Niet al abt wat de klok slaat

Een post door gastblogger Steven Verschoot

Een recent experiment op deze blog maakt een zeer boeiende vergelijking tussen bestuur governance in een vennootschap, een huwelijk en monastieke verenigingen. Daarin wordt onder de titel ‘monastic governance’ onder meer verwezen naar de positie van de abt onder de Regel van Benedictus[i], en in het bijzonder naar het autoritair karakter van diens positie, het agentuurprobleem dat daaruit voortvloeit en de botsing van deze positie met moderne westerse verwachtingen omtrent persoonlijke autonomie. Dit is echter niet het volledige verhaal.

De abt[ii] is en was in zijn abdij inderdaad, net als een CEO of staatshoofd vandaag, een machtig en relatief autoritair figuur. Echter, onder de oppervlakte vormt zijn functie uiteindelijk slechts een (vrij belangrijk) radertje in een meer uitgebalanceerd, participatief model.[iii] Dit model houdt al sinds de vroege middeleeuwen (de regel van Benedictus dateert van de 6e eeuw[iv]) het midden tussen een autoritair leiderschap en een democratie.[v]

Continue reading “Governance van kloostervereniging – Niet al abt wat de klok slaat”

Hof van Cassatie over subsidiair karakter en gegronde reden bij vordering tot uittreding

In een arrest van 27 juni 2024 bevestigde het Hof van Cassatie twee principes over de vordering tot uittreding in het kader van de wettelijke geschillenregeling. Het Hof bevestigt in het bijzonder (i) dat de vordering tot uittreding een subsidiair karakter heeft en (ii) dat een onenigheid tussen de aandeelhouders wel degelijk een ernstig en duurzaam karakter moet hebben om te kwalificeren als een gegronde reden.

Continue reading “Hof van Cassatie over subsidiair karakter en gegronde reden bij vordering tot uittreding”

Kunnen de statuten van een NV voorzien in een flexibele omschakeling tussen een raad van bestuur en een enige bestuurder, zonder nieuwe statutenwijziging?

Een post door gastblogger Carl Clottens (Eubelius, KU Leuven)

Sinds het WVV zijn er in de NV drie bestuursmodellen mogelijk: een klassieke, collegiale raad van bestuur bestaande uit minstens drie (of uitzonderlijk twee) bestuurders (zgn. monistisch bestuur), een enige bestuurder of een duaal bestuur bestaande uit een raad van toezicht en een directieraad. De vraag of een flexibele omschakeling mogelijk is van een raad van bestuur naar een enige bestuurder of omgekeerd, zonder een nieuwe statutenwijziging maar bv. louter door het ontslag of de benoeming van bestuurders, is sinds de invoering van het WVV voorwerp van discussie.

Volgens een deel van de rechtsleer moet een NV uitdrukkelijk en ondubbelzinnig kiezen voor één van de drie bestuursmodellen en is het niet mogelijk om een facultatieve clausule op te nemen die voorziet in de omschakeling van het bestuursmodel met één bestuurder naar een raad van bestuur (of omgekeerd) afhankelijk van de vraag of één of meer bestuurders worden benoemd of in functie blijven, zonder wijziging van de statuten[1].

Een andere strekking aanvaardt dergelijke mogelijkheid wel, onder meer onder verwijzing naar de BV, waar deze flexibiliteit sinds lang bestaat[2].

Hoewel controversieel, is het gebruik van dergelijke facultatieve clausules in de NV intussen wijdverspreid.

In een recent advies nr. 2023/004 van 21 juni 2024 besluit het Adviescomité inzake Vennootschappen en Verenigingen (CASAVV)[3], na een uiteenzetting van de twee strekkingen, dat de huidige wettekst niet toelaat om deze discussie te beslechten.

Continue reading “Kunnen de statuten van een NV voorzien in een flexibele omschakeling tussen een raad van bestuur en een enige bestuurder, zonder nieuwe statutenwijziging?”

Eigendomsvoorbehoud moet tijdig worden uitgeoefend, ook in afwezigheid van contractuele relatie (Cass. 7 juni 2024)

Art. XX.194 WER bepaalt dat het faillissement geen afbreuk doet aan het recht van terugvordering van de eigenaar van de goederen die in het bezit zijn van de schuldenaar. Op straffe van verval moet de rechtsvordering tot terugvordering evenwel worden ingesteld voor de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen.

Geldt deze bepaling -inclusief vervaltermijn – alleen wanneer er een contractuele relatie bestaat tussen de schuldeiser-eigenaar en de schuldenaar of geldt deze bepaling ook in afwezigheid van een dergelijke rechtstreekse rechtsband?

In een arrest van 7 juni 2024 oordeelt het Hof van Cassatie in de tweede zin: “Il suit de la formulation de cette disposition que celle-ci s’applique à toute demande en revendication du propriétaire pour un bien détenu par le failli, lors même qu’il n’existe pas de relation contractuelle entre eux.” Het spreekt voor zich dat deze toepassing in de praktijk bijzondere uitdagingen kan stellen voor de schuldeiser-eigenaar.

Niet-tijdige aangifte schuldvordering CSR: verlies hypotheek

In een opmerkelijk arrest van 24 juni 2024 oordeelt het Hof van Cassatie dat de niet-tijdige aangifte van een schuldvordering (zie art. 1675 Ger.W. voor de termijnen) ook het verlies van de hypotheek met zich meebrengt: “Il s’ensuit que, lorsque le créancier est réputé renoncer à sa créance, il est de même réputé renoncer à l’hypothèque, qui en est l’accessoire, même si celle-ci a fait l’objet d’une inscription.

De aandachtige lezer van deze blog (u dus) kijkt ietwat verwonderd op van deze rechtspraak. Immers, in een arrest van 12 maart 2020 oordeelde het Hof van Cassatie dat hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers niet kunnen uitgesloten worden van de verdeling of de rangregeling van de verkoopopbrengst van de bezwaarde onroerende goederen om reden dat zij geen tijdige aangifte hebben gedaan van hun schuldvordering.

Wat kan de onderscheiden behandeling van de slapende hypothecaire schuldeiser verklaren? Waarom geen bescherming bij collectieve schuldenregeling en wel bescherming bij faillissement, nochtans twee insolventieprocedures die op dezelfde manier gekenmerkt worden door een samenloop? Voer voor discussie en nadere reflectie.

Flitsbericht – publicatie Corporate Sustainability Due Diligence Directive

Een wetgevende saga bereikt vandaag een finaal eindpunt, met de publicatie van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CS3D in het jargon) in Official Journal of the European Union.

Tegelijk is het een beginpunt, zowel voor de overheid (tijdige omzetting CS3D! – deadline 26 juli 2026 – laten we iets beter doen dan met CSRD) als voor ondernemingen (om zich voor te bereiden op de nieuwe due diligence verplichtingen, en dit doorheen de volledige “chain of activities” (eerste golf: 26 juli 2027).

Weg met de botte bijl in de geschillenregeling

Zopas verscheen bij die Keure De geschillenregeling in de BV en de NV. Een handboek van Dominique De Marez en Anouk Vantomme. Hierna volgt bij wijze van exclusief voorproefje een uiteenzetting over één van de heikele topics waarover de auteurs in het boek een duidelijk standpunt innemen.   

1.

De wijze waarop de prijs wordt bepaald bij de gedwongen overdacht van effecten die wordt bevolen in het raam van een geschillenregeling staat vaak in schril contrast met de precisie en de zin voor evenwicht die wordt gehanteerd bij een vrijwillige, conventionele aandelenoverdracht. Waar er bij een conventionele overdracht vaak “specific indemnities” of andere contractuele mechanismen worden voorzien om de impact van eventuele toekomstige en onzekere gebeurtenissen op de waarde van de effecten te regelen, is dat bij een geschillenregeling niet het geval.  

Continue reading “Weg met de botte bijl in de geschillenregeling”

Misbruik van de uittreding en uitsluiting van aandeelhouders: een doctoraatsteaser

Op 28 juni verdedig ik mijn proefschrift over misbruik van de uittreding en uitsluiting van aandeelhouders in niet-genoteerde vennootschappen. Daarbij bekeek ik niet alleen de geschillenregeling maar bv. ook contractuele en statutaire uittredings- en uitsluitingsmogelijkheden. De centrale vraag die ik onderzocht is wanneer er sprake is van misbruik van de uittreding en uitsluiting en hoe we dit risico op misbruik beteugelen? Hoewel deze vraag nog nooit zo expliciet is opgeworpen in de rechtsleer, is het net die vraag die bij een concrete litige meestal ter discussie staat. Een korte teaser.

Continue reading “Misbruik van de uittreding en uitsluiting van aandeelhouders: een doctoraatsteaser”

Vennootschapsrechtelijk inkapselen beschermt bestuurder niet tegen aansprakelijkheidsvordering

Op 23 mei 2024 velde het Hof van Cassatie volgend arrest (dat best niet over het hoofd wordt gezien door vennootschapsbestuurders en (juridische en andere) adviseurs).

Het arrest leert dat het (netjes) vennootschapsrechtelijk inkapselen van een dividenduitkering (op voorstel van het bestuur, beslist door de algemene vergadering, binnen de kwantitatieve grenzen van het vennootschapsrecht), de vennootschapsbestuurder niet automatisch beschermt tegen een aansprakelijkheidsvordering wegens kennelijk grove fout. En dat lijkt me terecht, wil het vennootschapsrecht meer zijn dan een louter formeel recht, waarmee naar believen “gespeeld” kan worden (wat toch vrij duidelijk de bedoeling was van eisers in cassatie).

Al deze zaken gelden des te meer – en bijkomende waakzaamheid is dus geboden – in een context van personele identiteit tussen bestuurder en aandeelhouder (of het equivalent daarvan in een groepscontext).

Vijftig jaar Het beleid van de rechter

Wanneer de canon van de Vlaamse (en waarom niet: Belgische?) rechtsliteratuur wordt geschreven, zal zeker een lemma worden gewijd aan Het beleid van de rechter van Walter van Gerven. “Het beleid” was niet het eerste boek (denk slechts aan Cardozo, Holmes, Gény, De Page, …) dat inging op de problematiek van rechterlijk beleid (van Gerven was de eerste om zulks ruiterlijk toe te geven). De grote verdienste van het boek was om talrijke (buitenlandse en binnenlandse) inzichten te bundelen en met klare taal toegankelijk te maken voor een groot publiek. En op dat vlak blijft van Gerven onovertroffen.

Vijftig jaar zijn verstreken. En in die periode is het debat over rechterlijk beleid (kwaadsprekers hebben het over rechterlijk activisme) alleen maar urgenter geworden. Monetair beleid, vluchtelingenrecht, vergunningen, klimaat, … – op al deze domeinen, en meer, lijkt de verhouding tussen wetgever en rechter meer en meer onder (hoog)spanning te staan.

Onder impuls van de hoofdredactie van het Tijdschrift voor Privaatrecht werd daarom het initiatief genomen “Het beleid” opnieuw onder de aandacht van een breed publiek te brengen, middels een heruitgave. Maar er is meer: de heruitgave van het originele werk (van Gerven had het over een “geloofsbelijdenis”) werd aangevuld met een bundel waarin talrijke vooraanstaande auteurs vijftig jaar later terug-en vooruitblikken over de in het originele werk scherpgestelde problematiek. Met veel nuance – voorbij de slogans – worden verschillende onderdelen van de problematiek onderzocht en scherpgesteld (eds. M. Storme, V. Sagaert en A. Van Hoe).

Lezing van het originele werk en de nieuwe bijdragen strekt tot aanbeveling. De kwaliteit is hoog, de verzamelde inzichten even diep als innovatief.

Specifiek wat materies betreft die met enige regelmaat aan de orde zijn op deze blog, kan worden gewezen op volgende bijdragen:

  • A. Van Hoe en K. Paridaen, “Het beleid van de rechter en het beleid van de onderneming inzake klimaat: een gespannen tango” (voor minstens één van de auteurs is elke tango (of andere dans) gespannen);
  • Tom Vos, “Het beleid van de vennootschapsrechter: rules versus standards

Maar lees en absorbeer vooral alles. Veel dichter bij een pageturner geraakt het juridische genre niet.

De heruitgave en het verzamelwerk worden deze week toegestuurd aan alle gelukkige abonnees van het TPR. Zeer binnenkort zal het verzamelwerk afzonderlijk te bestellen zijn op de website van Kluwer.

Zijn ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen onderworpen aan de patrimoniumtaks?

Een post door gastblogger Dirk Deschrijver

1. In artikel 147 W.Succ. staat dat “de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de private stichtingen, beheerst door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” vanaf 1 januari volgend op de datum van hun oprichting onderworpen zijn aan een jaarlijkse taks tot vergoeding van de successierechten.[1] Deze bepaling gaat terug op artikel 44, lid 1 van de wet van 27 juni 1921[2] waarin stond: “De vereenigingen zonder winstgevend doel en de instellingen van openbaar nut zijn onderhevig aan eene jaarlijksche belasting.” Het ging toen om de invoering van een jaarlijkse “taxe tot vergoeding der successierechten” ten belope van 0,10% op het brutovermogen van die lichamen. Vrijstellingen van die belasting werden toen niet voorzien. Daarentegen was er bijv. in artikel 2, § 1 van de wet van 17 oktober 1945[3], welke een éénmalige belasting van 5% op het kapitaal invoerde, wel sprake van een vrijstelling ten behoeve van “erkende mutualiteitsverenigingen.”[4]

Continue reading “Zijn ziekenfondsen en landsbonden van ziekenfondsen onderworpen aan de patrimoniumtaks?”

Misbruik van vennootschapsgoederen: doe het niet – Cassatie 9 mei 2024

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Een bestuurder in het nauw doet dit best niet. Zo leert een cassatiearrest van 9 mei 2024.

Vennootschap X verkeert in ernstige financiële moeilijkheden, die nopen tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie. In het kader van die procedure ontvangt vennootschap X een betaling van ongeveer 1.500.000 EUR op haar vennootschapsrekening. Nog dezelfde dag verdwijnt dit geld van de rekening van vennootschap X, middels een overschrijving naar verbonden vennootschap Y (aangeduid als “storting in R/C”). Een deel van “het” (juridisch heeft het geen zin om te spreken over het geld) geld zet vervolgens de weg verder en belandt op de rekening van nog twee andere verbonden vennootschappen (A en B).

Continue reading “Misbruik van vennootschapsgoederen: doe het niet – Cassatie 9 mei 2024”